Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2015:5812
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 3318555 CV EXPL 14-22777 vonnis van: 23 juni 2015 fno.: 460 vonnis van de kantonrechter I n z a k e 1. [eiser 1] 2. [eiser 2] beiden wonende [plaats] eisers nader te noemen: [eiser 1 en 2 gezamenlijk] of gezamenlijk [eiser 1 en 2 gezamenlijk] gemachtigde: mr. H.M. Meijerink t e g e n de besloten vennootschap Multiwonen B.V. gevestigd te Amsterdam gedaagde nader te noemen: Multiwonen vertegenwoordigd door [naam 1] ( [functie] ) VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier: - dagvaarding van 31 juli 2014 met producties van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ;- schriftelijke antwoord met producties van Multiwonen;- instructievonnis van 21 oktober 2014;- conclusie van repliek met producties van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ; - conclusie van dupliek met producties van Multiwonen; - akte uitlating producties van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast: 1.1. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] huurt van [naam 2] (vertegenwoordigd door [bedrijf 1] ) als verhuurder krachtens schriftelijke huurovereenkomst sinds 1 augustus 2013 de woning gelegen aan het adres [straat] te [plaats] (verder de woning te noemen). 1.2. In de huurovereenkomst is overeengekomen dat een gedeelte van de kosten voor onder andere het opmaken van de huurovereenkomst voor rekening van huurder komt, te weten € 302,50 inclusief btw. 1.3. Voordat de woning door [eiser 1 en 2 gezamenlijk] is gehuurd werd de woning te huur aangeboden op [site] en op de website van Multiwonen. 1.4. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] heeft telefonisch contact opgenomen met [naam 3] , [functie] van Multiwonen, waarna Multiwonen bij e-mail van 9 juli 2013 een ‘service request form’ aan [eiser 2] heeft gestuurd met het verzoek om die te ondertekenen. 1.5. Multiwonen heeft op 12 juli 2013 een bevestiging van de huurovereenkomst aan [eiser 2] verzonden, waarin ook een overzicht van de kosten is opgenomen. Naast de huur en de waarborgsom zijn bemiddelingskosten in rekening gebracht aan [eiser 1 en 2 gezamenlijk] van € 1.415,70 inclusief btw. 1.6. Nadat [eiser 1 en 2 gezamenlijk] de bemiddelingskosten had voldaan aan Multiwonen heeft de gemachtigde namens [eiser 1 en 2 gezamenlijk] bij brief van 24 april 2014 deze kosten als onverschuldigd betaald teruggevorderd, te betalen binnen twee weken. 1.7. Multiwonen heeft de kosten niet terugbetaald. Vordering en verweer 2. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] vordert dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Multiwonen wordt veroordeeld tot betaling van € 1.415,70, te vermeerderen met rente en kosten. 3. Aan deze vordering legt [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ten grondslag dat zij de bemiddelingskosten onverschuldigd heeft betaald aan Multiwonen. De overeengekomen vergoeding levert een niet redelijk voordeel op en is daarmee op grond van artikel 7:417 lid 4 BW in samenhang met artikel 7:264 BW nietig. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] hebben de woning gevonden op internet waar Multiwonen de woning te huur aanbood. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] heeft op die advertentie gereageerd en heeft niet aan Multiwonen gevraagd om een woning voor hem te zoeken. Het aanbieden van de woning op internet is op verzoek en in het belang van de verhuurder gedaan. Multiwonen was dus eerste opdrachtgever, waarna zij ook voor [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ging optreden. Multiwonen heeft als bemiddelaar twee heren gediend. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] verwijst naar jurisprudentie van onder andere de kantonrechter te Amsterdam en het standpunt van de minister van Veiligheid en Justitie hieromtrent. Maar ook zonder toepassing van artikel 7:417 lid 4 BW is sprake van een onredelijk voordeel. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] verwijst daarbij naar arrest van het hof Amsterdam 29 juni 2010 (ECLI:N:GHAMS:2010:BN 6936, Nellestein/Ymere). 4. Multiwonen heeft de vordering gemotiveerd betwist. Beoordeling 5. Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. Geoordeeld wordt als volgt. 6. De vraag ligt voor of [eiser 1 en 2 gezamenlijk] de bemiddelingskosten onverschuldigd aan Multiwonen heeft voldaan. Voor beantwoording van die vraag dient te worden onderzocht of er een rechtsgrond was voor de betaalde bemiddelingskosten van € 1.415,70. Die vraag beantwoord de kantonrechter ontkennend. De grondslag hiervoor ligt niet besloten in de huurovereenkomst. In de huurovereenkomst is immers niet een beding overeengekomen dat huurder ertoe verplicht om kosten aan of tegenover een derde te betalen in verband met de totstandkoming van de huurovereenkomst. Er zijn wel dergelijke kosten overeengekomen (artikel 10.1 van de huurovereenkomst) maar die zijn tussen de verhuurder en [eiser 1 en 2 gezamenlijk] overeengekomen, niet tussen Multiwonen en [eiser 1 en 2 gezamenlijk] Dat Multiwonen die kosten heeft voldaan maakt dit niet anders. 7. Voor zover Multiwonen de bemiddelingskosten heeft gegrond op de door [eiser 1 en 2 gezamenlijk] overgelegde service request form is dit niet goed te achterhalen, nu bij het in deze procedure door [eiser 1 en 2 gezamenlijk] overgelegde document een pagina mist. Echter, veronderstellenderwijs dat daarin de grondslag voor die bemiddelingskosten zou moeten worden gevonden, dan is die grondslag nietig, nu die in strijd is met artikel met 7:417 lid 4 BW. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. 8. Artikel 7:417 lid 4 BW bepaalt kort gezegd dat indien een der lastgevers een persoon is als bedoeld in artikel 7:408 lid 3 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/volledig), en de rechtshandeling strekt tot huur of verhuur van een onroerende zaak de lasthebber geen recht op loon heeft jegens de huurder. Van deze bepaling kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken, tenzij de rechtshandeling strekt tot huur of verhuur van een tot woonruimte bestemd gedeelte van een zelfstandige woning. 9. Deze bepaling is van toepassing op lastgeving en is met de schakelbepaling in artikel 7:427 BW door de wetgever van toepassing verklaard op de bemiddelingsovereenkomst. Het antwoord op de vraag of hier sprake is van lastgeving of bemiddeling maakt voor de uitkomst van dit geding geen verschil, omdat de kantonrechter van oordeel is dat Multiwonen twee heren heeft gediend waarvan één niet handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. 10. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] heeft als consument in de zin van artikel 7:408 lid 3 BW een zelfstandige woonruimte gehuurd. Dat Multiwonen bij de totstandkoming van de huurovereenkomst heeft bemiddeld, is tussen partijen niet (langer) in geschil. 11. Daarnaast heeft ook de verhuurder gebruik gemaakt van de bemiddelingsdiensten van Multiwonen bij de totstandkoming van de huurovereenkomst tussen haar en [eiser 1 en 2 gezamenlijk] De verhuurder heeft de woning immers aangeboden voor verhuur via de website [site] en de website van Multiwonen zelf. Door dit te doen heeft de verhuurder haar belangen laten behartigen door Multiwonen. Of [eiser 1 en 2 gezamenlijk] contact heeft opgenomen met [naam 3] naar aanleiding van het bekijken van de advertentie dan wel dat [eiser 1 en 2 gezamenlijk] eerst contact heeft opgenomen met Multiwonen die volgens haar lezing heeft gewezen op de betreffende advertentie, is niet relevant. De advertentie voor de betreffende woning was al geplaatst en via Multiwonen werd contact gelegd met de verhuurder. Of tussen Multiwonen en de verhuurder afspraken over deze lastgeving op schrift waren gesteld of dat tussen hen al dan niet een vergoeding was overeengekomen doet hieraan niet af (zie de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam van 13 maart 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6442). Overigens heeft Multiwonen hierover niets gesteld. Zij heeft alleen gemotiveerd gesteld wat zij aan handelingen heeft verricht ten behoeve van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] , waarvan [eiser 1 en 2 gezamenlijk] de omvang heeft betwist en heeft betwist dat die handelingen (alleen) in haar belang waren. Maar ook dat is niet relevant voor de vraag of sprake is van het dienen van twee heren. 12. Multiwonen heeft zich nog beroepen op de eisen van redelijkheid en billijkheid, maar die kunnen in de gegeven omstandigheden niet in de weg staan aan de door de wetgever nadrukkelijk beoogde bescherming van de huurder ten aanzien van kosten als de onderhavige. 13. Nu verder geen rechtsgrond voor de kosten is gesteld of vast komen te staan, dient de conclusie te zijn dat de bemiddelingskosten onverschuldigd zijn betaald. Dat betekent dat de vordering toewijsbaar is. De rente wordt toegewezen vanaf 8 mei 2014, de dag nadat twee weken zijn verstreken na de dag dat Multiwonen in gebreke is gesteld. 13. Multiwonen wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten aan de zijde van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] belast. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt Multiwonen om tegen bewijs van kwijting te betalen aan [eiser 1 en 2 gezamenlijk] € 1.415,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2014. veroordeelt Multiwonen in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] begroot op:exploot € 96,45salaris € 300,00griffierecht € 77,00 -----------------totaal € 473,45voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt Multiwonen tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Multiwonen niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Aldus gewezen door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:417 lid 4 BW, artikel 7:264 BW, artikel 7:427 BW, artikel 7:408 lid 3 BW; ECLI:NL:RBAMS:2015:5812 · Rechtbank Amsterdam: [eiser 1] 2. [eiser 2] beiden wonende [plaats] eisers nader te noemen: [eiser 1 en 2 gezamenlijk] of gezamenlijk [eiser 1 en 2 gezamenlijk] gemachtigde: mr. H.M. Meijerink t e g e n de besloten vennootschap Multiwonen B.V. gevestigd te Amsterdam gedaagde nader te noemen: Multiwonen vertegenwoordigd door [naam 1] ( [functie] ) VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier: - dagvaarding van 31 juli 2014 met producties van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ;- schriftelijke antwoord met producties van Multiwonen;- instructievonnis van 21 oktober 2014;- conclusie van repliek met producties van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ; - conclusie van dupliek met producties van Multiwonen; - akte uitlating producties van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast: 1.1. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] huurt van [naam 2] (vertegenwoordigd door [bedrijf 1] ) als verhuurder krachtens schriftelijke huurovereenkomst sinds 1 augustus 2013 de woning gelegen aan het adres [straat] te [plaats] (verder de woning te noemen). 1.2. In de huurovereenkomst is overeengekomen dat een gedeelte van de kosten voor onder andere het opmaken van de huurovereenkomst voor rekening van huurder komt, te weten € 302,50 inclusief btw. 1.3. Voordat de woning door [eiser 1 en 2 gezamenlijk] is gehuurd werd de woning te huur aangeboden op [site] en op de website van Multiwonen. 1.4. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] heeft telefonisch contact opgenomen met [naam 3] , [functie] van Multiwonen, waarna Multiwonen bij e-mail van 9 juli 2013 een ‘service request form’ aan [eiser 2] heeft gestuurd met het verzoek om die te ondertekenen. 1.5. Multiwonen heeft op 12 juli 2013 een bevestiging van de huurovereenkomst aan [eiser 2] verzonden, waarin ook een overzicht van de kosten is opgenomen. Naast de huur en de waarborgsom zijn bemiddelingskosten in rekening gebracht aan [eiser 1 en 2 gezamenlijk] van € 1.415,70 inclusief btw. 1.6. Nadat [eiser 1 en 2 gezamenlijk] de bemiddelingskosten had voldaan aan Multiwonen heeft de gemachtigde namens [eiser 1 en 2 gezamenlijk] bij brief van 24 april 2014 deze kosten als onverschuldigd betaald teruggevorderd, te betalen binnen twee weken. 1.7. Multiwonen heeft de kosten niet terugbetaald. Vordering en verweer 2. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] vordert dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Multiwonen wordt veroordeeld tot betaling van € 1.415,70, te vermeerderen met rente en kosten. 3. Aan deze vordering legt [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ten grondslag dat zij de bemiddelingskosten onverschuldigd heeft betaald aan Multiwonen. De overeengekomen vergoeding levert een niet redelijk voordeel op en is daarmee op grond van artikel 7:417 lid 4 BW in samenhang met artikel 7:264 BW nietig. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] hebben de woning gevonden op internet waar Multiwonen de woning te huur aanbood. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] heeft op die advertentie gereageerd en heeft niet aan Multiwonen gevraagd om een woning voor hem te zoeken. Het aanbieden van de woning op internet is op verzoek en in het belang van de verhuurder gedaan. Multiwonen was dus eerste opdrachtgever, waarna zij ook voor [eiser 1 en 2 gezamenlijk] ging optreden. Multiwonen heeft als bemiddelaar twee heren gediend. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] verwijst naar jurisprudentie van onder andere de kantonrechter te Amsterdam en het standpunt van de minister van Veiligheid en Justitie hieromtrent. Maar ook zonder toepassing van artikel 7:417 lid 4 BW is sprake van een onredelijk voordeel. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] verwijst daarbij naar arrest van het hof Amsterdam 29 juni 2010 (ECLI:N:GHAMS:2010:BN 6936, Nellestein/Ymere). 4. Multiwonen heeft de vordering gemotiveerd betwist. Beoordeling 5. Waar nodig zal hierna nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. Geoordeeld wordt als volgt. 6. De vraag ligt voor of [eiser 1 en 2 gezamenlijk] de bemiddelingskosten onverschuldigd aan Multiwonen heeft voldaan. Voor beantwoording van die vraag dient te worden onderzocht of er een rechtsgrond was voor de betaalde bemiddelingskosten van € 1.415,70. Die vraag beantwoord de kantonrechter ontkennend. De grondslag hiervoor ligt niet besloten in de huurovereenkomst. In de huurovereenkomst is immers niet een beding overeengekomen dat huurder ertoe verplicht om kosten aan of tegenover een derde te betalen in verband met de totstandkoming van de huurovereenkomst. Er zijn wel dergelijke kosten overeengekomen (artikel 10.1 van de huurovereenkomst) maar die zijn tussen de verhuurder en [eiser 1 en 2 gezamenlijk] overeengekomen, niet tussen Multiwonen en [eiser 1 en 2 gezamenlijk] Dat Multiwonen die kosten heeft voldaan maakt dit niet anders. 7. Voor zover Multiwonen de bemiddelingskosten heeft gegrond op de door [eiser 1 en 2 gezamenlijk] overgelegde service request form is dit niet goed te achterhalen, nu bij het in deze procedure door [eiser 1 en 2 gezamenlijk] overgelegde document een pagina mist. Echter, veronderstellenderwijs dat daarin de grondslag voor die bemiddelingskosten zou moeten worden gevonden, dan is die grondslag nietig, nu die in strijd is met artikel met 7:417 lid 4 BW. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt. 8. Artikel 7:417 lid 4 BW bepaalt kort gezegd dat indien een der lastgevers een persoon is als bedoeld in artikel 7:408 lid 3 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/volledig), en de rechtshandeling strekt tot huur of verhuur van een onroerende zaak de lasthebber geen recht op loon heeft jegens de huurder. Van deze bepaling kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken, tenzij de rechtshandeling strekt tot huur of verhuur van een tot woonruimte bestemd gedeelte van een zelfstandige woning. 9. Deze bepaling is van toepassing op lastgeving en is met de schakelbepaling in artikel 7:427 BW door de wetgever van toepassing verklaard op de bemiddelingsovereenkomst. Het antwoord op de vraag of hier sprake is van lastgeving of bemiddeling maakt voor de uitkomst van dit geding geen verschil, omdat de kantonrechter van oordeel is dat Multiwonen twee heren heeft gediend waarvan één niet handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. 10. [eiser 1 en 2 gezamenlijk] heeft als consument in de zin van artikel 7:408 lid 3 BW een zelfstandige woonruimte gehuurd. Dat Multiwonen bij de totstandkoming van de huurovereenkomst heeft bemiddeld, is tussen partijen niet (langer) in geschil. 11. Daarnaast heeft ook de verhuurder gebruik gemaakt van de bemiddelingsdiensten van Multiwonen bij de totstandkoming van de huurovereenkomst tussen haar en [eiser 1 en 2 gezamenlijk] De verhuurder heeft de woning immers aangeboden voor verhuur via de website [site] en de website van Multiwonen zelf. Door dit te doen heeft de verhuurder haar belangen laten behartigen door Multiwonen. Of [eiser 1 en 2 gezamenlijk] contact heeft opgenomen met [naam 3] naar aanleiding van het bekijken van de advertentie dan wel dat [eiser 1 en 2 gezamenlijk] eerst contact heeft opgenomen met Multiwonen die volgens haar lezing heeft gewezen op de betreffende advertentie, is niet relevant. De advertentie voor de betreffende woning was al geplaatst en via Multiwonen werd contact gelegd met de verhuurder. Of tussen Multiwonen en de verhuurder afspraken over deze lastgeving op schrift waren gesteld of dat tussen hen al dan niet een vergoeding was overeengekomen doet hieraan niet af (zie de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam van 13 maart 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6442). Overigens heeft Multiwonen hierover niets gesteld. Zij heeft alleen gemotiveerd gesteld wat zij aan handelingen heeft verricht ten behoeve van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] , waarvan [eiser 1 en 2 gezamenlijk] de omvang heeft betwist en heeft betwist dat die handelingen (alleen) in haar belang waren. Maar ook dat is niet relevant voor de vraag of sprake is van het dienen van twee heren. 12. Multiwonen heeft zich nog beroepen op de eisen van redelijkheid en billijkheid, maar die kunnen in de gegeven omstandigheden niet in de weg staan aan de door de wetgever nadrukkelijk beoogde bescherming van de huurder ten aanzien van kosten als de onderhavige. 13. Nu verder geen rechtsgrond voor de kosten is gesteld of vast komen te staan, dient de conclusie te zijn dat de bemiddelingskosten onverschuldigd zijn betaald. Dat betekent dat de vordering toewijsbaar is. De rente wordt toegewezen vanaf 8 mei 2014, de dag nadat twee weken zijn verstreken na de dag dat Multiwonen in gebreke is gesteld. 13. Multiwonen wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten aan de zijde van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] belast. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt Multiwonen om tegen bewijs van kwijting te betalen aan [eiser 1 en 2 gezamenlijk] € 1.415,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2014. veroordeelt Multiwonen in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser 1 en 2 gezamenlijk] begroot op:exploot € 96,45salaris € 300,00griffierecht € 77,00 -----------------totaal € 473,45voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt Multiwonen tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Multiwonen niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Aldus gewezen door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

Keywords

AI generated
housing costs renovation costs liability for costs maintenance costs costs of late payment removal expenses

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:417 lid 4 BW
artikel 7:264 BW
artikel 7:427 BW
artikel 7:408 lid 3 BW

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6442
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Rolnummer: 1363784 CV EXPL 12-21510 Vonnis van: 13 maart 2013 F.no.: 869 Vonnis van de kantonrechter I n z a k e [eiser] wonende te Amsterdam eiser nader te noemen [eiser] gemachtigde: P.N.M. Commandeur t e g e n 1. de commanditaire vennootschap GOOI EN WONEN C.V. gevestigd en kantoorhoudende te Hilversum nader te noemen: Gooi en Wonen C.V. 2. [beherend vennoot] beherend vennoot van gedaagde sub 1. wonende te Huizen gedaagden gezamenlijk nader te noemen Gooi en Wonen gemachtigden: M.H. [naam] en F.C. [naam]. VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende processtukken zijn ingediend: - de dagvaarding van 28 juni 2012 inhoudende de vordering van [eiser] met producties; - de conclusie van antwoord van Gooi en Wonen c.s. met een productie; Daarna is bij tussenvonnis 14 november 2012 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen. Deze zitting heeft op 20 december 2012 plaatsgevonden. Verschenen zijn [eiser] met zijn gemachtigde, alsmede zijn vriendin [naam]. Namens Gooi en Wonen zijn de gemachtigden verschenen. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Feiten en omstandigheden Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast: 1.1 [eiser] heeft met ingang van 1 september 2011 de woning aan de [adres] te Amsterdam (hierna: de woning) van [naam] (hierna: [naam]) gehuurd. 1.2 [eiser] heeft de woning gevonden via een website met de naam Pararius.com. Op deze website werd de woning te huur aangeboden en stond vermeld dat belangstellenden voor de woning contact op dienden te nemen met Gooi en Wonen C.V. Dit heeft [eiser] gedaan. 1.3 Gooi en Wonen C.V. is een bemiddelingsbureau voor de aan/verkoop en verhuur van woningen. Op haar website heeft zij de Bemiddelingscondities vermeld, waarin onder meer het volgende is bepaald: “(…) Artikel 1: Definities In deze condities wordt verstaan onder: 1.1 (…) 1.2 Opdrachtgever: een ieder natuurlijk of rechtspersoon, die Gooi en Wonen o.z. een opdracht heeft verstrekt tot het bemiddelen bij het zoeken naar woon- of bedrijfsruimte. Artikel 2 Overeenkomst 2.1 De bemiddelingsovereenkomst komt tot stand door invulling van het Gooi en Wonen inschrijfformulier op de internetsite www.gooienwonen.nl door opdrachtgever. (…) Artikel 4 werkzaamheden 4.1 (…) 4.2 De door Gooi en Wonen o.z. te verrichten werkzaamheden bestaan uit: het adviseren en begeleiden bij het bezichtigen, alsmede het opmaken van het huurovereenkomst en het opstellen van een inspectierapport. Artikel 5 Betalingen 5.1 Indien Gooi en Wonen o.z. er met succes in slaagt om woonruimte voor opdrachtgever te verwerven dan is, opdrachtgever resp. haar cliënte hiervoor bemiddelingscourtage van 1 maand huur exclusief 19 % BTW aan Gooi en Wonen o.z. verschuldigd en wordt nimmer terugbetaald. (…)” 1.4 In de huurovereenkomst die door [eiser] en de verhuurder is ondertekend staat onder meer het volgende vermeld: “(…) Artikel 18 Beheer Tot nader order treedt op als beheerder: Gooi en Wonen o.z. Artikel 19 Bemiddelingskosten De bemiddelingsdiensten van de bij deze overeenkomst betrokken makelaars en/of tussenpersonen Voor huurders: Zijn verricht overeenkomstig de voorwaarden en adviezen van de betreffende makelaar en/of tussenpersoon. De bemiddelingskosten, alsmede de daarvoor verschuldigde BTW, zijn terstond goedkeuring van deze overeenkomst verschuldigd. (…)” 1.5 Gooi en Wonen C.V. heeft [eiser] een factuur van € 1.666,00 wegens ["Courtage adres"] toegestuurd. [eiser] heeft dit bedrag aan Gooi en Wonen C.V. betaald. 2. De vordering en het verweer 2.1 [eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gooi en Wonen C.V. en [beherend vennoot] zal veroordelen tot: a. restitutie van de rekening van 18 augustus 2011 ter hoogte van € 1.666,--; b. betaling van een bedrag van € 357,-- aan incassokosten; c. betaling van de wettelijke rente vanaf 20 juni 2012. 2.2 [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat voor het betalen van de factuur geen grond bestaat: [eiser] heeft Gooi en Wonen C.V. geen opdracht gegeven om een woning voor hem te zoeken. [eiser] heeft de woning zelf gevonden op de website Pararius.com. Gooi en Wonen C.V. heeft opdracht van [naam] (hierna: de verhuurder) gekregen om deze woning voor hem te verhuren en ze heeft alleen jegens de verhuurder diensten verricht. Daarom dient de rekening door de verhuurder betaald te worden en heeft [eiser] het bedrag van de rekening onverschuldigd betaald. 2.3 Gooi en Wonen heeft verweer gevoerd. Zij stelt dat Gooi en Wonen C.V. als bemiddelingsbureau namens de huurder/koper optreedt en niet namens de verhurende/verkopende partij. Zij zorgt er voor dat de vraag van de huurder een uiteindelijke match oplevert. Hiervoor benadert Gooi en Wonen C.V. diverse partijen, waarbij zij er zorg voor draagt een zo groot mogelijk aanbod te krijgen. Zo plaatst zij de woningen die aangeboden worden op haar site, waarbij deze dan tevens gekoppeld zijn aan diverse overige sites, waaronder Pararius.com. De onderhavige woning mocht van de verhuurder aangeboden worden aan woningzoekenden. Daarvoor is geen opdrachtbevestiging, noch wordt de verhuurder enige vergoeding in rekening gebracht. [eiser] heeft gereageerd op een van de woningen via de website, waarna hij rechtstreeks contact heeft opgenomen met Gooi en Wonen C.V., althans haar medewerker [naam]. [naam] heeft een uitvoerig gesprek met [eiser] gehad, waarin het mogelijk aan te huren object, de bemiddelingsvoorwaarden en de benodigde gegevens van [eiser] zijn besproken. Vervolgens heeft een bezichtiging plaatsgevonden, waarbij opnieuw alle voorwaarden zijn doorgenomen. Gooi en Wonen C.V. heeft vervolgens [eiser] voorgedragen als huurder bij de verhuurder. Nadat de verhuurder akkoord was heeft Gooi en Wonen C.V. de (concept)huurovereenkomst opgesteld en aan partijen doorgezonden, waarbij partijen aanvullingen/wijzigingen konden melden. Vervolgens is de definitieve huurovereenkomst opgemaakt, waarin nogmaals de bemiddelingsvoorwaarden zijn opgenomen. Na het definitief worden van de bemiddeling heeft Gooi en Wonen C.V. een inspectierapport opgemaakt, alsmede een fotoreportage, zodat de huurder aan kan tonen wat de staat van het gehuurde was bij de aanvang van de huurovereenkomst. Voorts is Gooi en Wonen C.V. gedurende de huurperiode bij eventuele problemen die de huurder ondervindt, aanspreekpunt voor de huurder, althans zij zal namens de huurder optreden richting de verhuurder. [eiser] heeft niet geprotesteerd tegen de door Gooi en Wonen C.V. gestelde (bemiddelings- en huur)voorwaarden en hij heeft de factuur zonder protest voldaan. Gooi en Wonen C.V. is afhankelijk van de bemiddelingsvergoeding en zij ontvangt geen vergoeding van de huiseigenaren. Zij treedt dan ook expliciet namens de huurder op. 3. De beoordeling 3.1 Aan de orde is de vraag of Gooi en Wonen C.V. gerechtigd was bemiddelingscourtage in rekening te brengen bij [eiser] voor haar werkzaamheden in verband met het tot stand komen van de huurovereenkomst tussen [eiser] als huurder en [naam] als verhuurder. 3.2 [eiser] heeft zich beroepen op art. 7:264 lid 2 BW, welk artikellid bepaalt dat een bij de totstandkoming van een huurovereenkomst gemaakt beding nietig is, voor zover daarbij door een derde enig niet redelijk voordeel wordt overeengekomen. In de wetsgeschiedenis van art. 7:264 BW (Kamerstukken II 1976/77, 14 175, nr. 3, p. 31) valt te lezen dat het er bij dit artikel vooral om gaat grenzen te stellen aan de vrijheid van partijen om een voordeel te bedingen zonder dat daar een prestatie tegenover staat, om de partijen tegen misstanden bij het aangaan van de huurovereenkomst te beschermen. In aanvulling daarop overweegt de Hoge Raad in het arrest van 6 april 2012, WR 2012, 69, LJN BV1767: “Daarbij moet met name gedacht worden aan de situatie waarin bij het aangaan van de huurovereenkomst de ene partij - veelal de aspirant-huurder - ten opzichte van de andere partij niet in een voldoende gelijkwaardige positie verkeert om te voorkomen dat een dergelijk door de wederpartij voorgesteld beding in de huurovereenkomst wordt opgenomen.” 3.3 Van een “niet redelijk voordeel” in de zin van art. 7:264 lid 2 BW kan in ieder geval gesproken worden indien zich de in art. 7:417 lid 4 BW bedoelde situatie voordoet. Dit artikellid bepaalt het volgende: “Indien een der lastgevers een persoon is als bedoeld in artikel 408 lid 3, en de rechtshandeling strekt tot koop of verkoop dan wel huur of verhuur van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan of van een recht waaraan de zaak is onderworpen, heeft de lasthebber geen recht op loon jegens de koper of huurder. Van deze bepaling kan niet ten nadele van de koper of huurder worden afgeweken, tenzij de rechtshandeling strekt tot huur of verhuur van een tot woonruimte bestemd gedeelte van een zelfstandige woning.” Kort gezegd: indien een makelaar of andere tussenpersoon als lasthebber van zowel de huurder als de verhuurder optreedt en één van deze lastgevers is een natuurlijk persoon die niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf handelt, dan mag de makelaar geen courtage bij de huurder in rekening brengen, mits het gaat om een zelfstandige woning. Aan art. 7:714 lid 4 BW ligt dezelfde bedoeling ten grondslag als die welke de Hoge Raad in het hiervoor geciteerde arrest voor art. 7:264 lid 1 BW heeft geformuleerd: het beschermen van de partij die niet in een gelijkwaardige positie ten opzichte van de andere partij verkeert om daarmee misstanden bij het aangaan van een huurovereenkomst te voorkomen. Van art. 7:417 lid 4 BW kan niet ten nadele van de (koper of) huurder worden afgeweken, tenzij het gaat om verhuur van zogenaamde onzelfstandige woonruimte. 3.4 De kantonrechter is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van de in art. 7:417 lid 4 BW bedoelde situatie, op grond van het volgende. In de eerste plaats is er, indien opdracht wordt gegeven aan een derde tot het doen verhuren van een woning, dan wel tot het zoeken van een huurwoning, sprake van een overeenkomst van lastgeving als bedoeld in art. 7:414 lid 1 BW. De opdracht ziet immers op het verrichten van een rechtshandeling, te weten het sluiten van een huurovereenkomst. Aldus is van belang om vast te stellen wie de opdrachtgever(s)/lastgever(s) van Gooi en Wonen C.V. is of zijn. 3.5 Gooi en Wonen C.V. heeft de woning te huur aangeboden door middel van plaatsing van een advertentie op haar website, die doorgekoppeld is naar andere websites. Belangstellenden voor deze woning dienden contact op te nemen met Gooi en Wonen C.V. Feitelijk gezien komt dit er op neer dat de verhuurder de woning te huur heeft aangeboden op de website van Gooi en Wonen C.V. en dat de verhuurder daarmee opdrachtgever/lastgever van Gooi en Wonen C.V. is. Daaraan doet niet af, dat zoals Gooi en Wonen C.V. stelt, zij geen afspraken met de verhuurder op schrift heeft gesteld en geen afspraken met de verhuurder heeft gemaakt over het betalen van een vergoeding. Voor de totstandkoming van een dergelijke overeenkomst is niet vereist dat deze schriftelijk wordt vastgelegd, noch dat partijen een vergoeding hebben afgesproken. 3.6 Met betrekking tot de vraag of Gooi en Wonen C.V. (ook) met [eiser] een overeenkomst van opdracht of lastgeving heeft gesloten overweegt de kantonrechter het volgende. Van een opdracht tot bemiddeling is in ieder geval geen sprake: [eiser] heeft Gooi en Wonen C.V. immers niet verzocht een woning voor hem te zoeken, hij reageerde slechts op deze specifieke woning. Ook uit het feit dat, zoals Gooi en Wonen C.V. stelt, de betalingsvoorwaarden op de website van Gooi en Wonen C.V. stonden en [eiser] de huurovereenkomst - en dus artikel 19 - heeft ondertekend, volgt niet dat [eiser] een opdracht tot bemiddeling heeft gegeven. Uit het reageren van [eiser] op de advertentie op de website en het feit dat art. 19 van de huurovereenkomst de verplichting tot het betalen van bemiddelingskosten van de bij de huurovereenkomst betrokken makelaars of tussenpersonen vermeldt, volgt wel dat hij Gooi en Wonen C.V. opdracht/last heeft gegeven voor hem een huurovereenkomst met betrekking tot de onderhavige woning te sluiten. Dit is een lastgevingsovereenkomst in de zin van art. 7:414 lid 1 BW. 3.7 Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van de in art. 7:417 lid 4 BW bedoelde situatie: het (door Gooi en Wonen C.V.) dienen van twee heren, waarbij vaststaat dat het hier om een rechtshandeling gaat die strekt tot huur of verhuur van een onroerende zaak. Daarnaast staat vast dat [eiser] een persoon is als bedoeld in art. 7:408 lid 3 BW: “(…) Een natuurlijk persoon die een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf (…)” [eiser] heeft immers contact met Gooi en Wonen C.V. gelegd om voor zichzelf een huurovereenkomst voor woonruimte aan te gaan. Aldus heeft hij niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf gehandeld. Ook staat niet ter discussie dat de onderhavige woning een zelfstandige woning in de zin van art. 7:234 BW is, zodat van het in art. 7:417 lid 4 BW bepaalde niet kan worden afgeweken. Op grond daarvan is art. 7:417 lid 4 BW van toepassing en heeft Gooi en Wonen C.V. dus geen recht op loon jegens de huurder. Hierboven in rov. 3.3 is reeds overwogen dat dit feit tevens impliceert dat Gooi en Wonen C.V. zich jegens [eiser] een niet redelijk voordeel in de zin van art. 7:264 lid 2 BW heeft bedongen, hetgeen gelet op het dwingende karakter van deze wetsbepaling tot nietigheid leidt van het beding waarop de aan [eiser] in rekening gebrachte bemiddelingscourtage is gebaseerd. Dat Gooi en Wonen C.V. inmiddels de BTW over de courtagekosten heeft afgedragen maakt dit niet anders, daartoe dient zij zich tot de belastingdienst te wenden. 3.8 Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen, luidt de conclusie dat de courtagekosten onverschuldigd betaald zijn, zowel wegens nietigheid van het courtagebeding op grond van art. 7:264 lid 2 BW, als op grond van het in art. 7:417 lid 4 BW bepaalde. Het verweer wordt derhalve verworpen en de vordering in hoofdsom is toewijsbaar. 3.9 De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen, nu deze niet is betwist. De vordering terzake de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, aangezien niet is komen vast te staan dat deze kosten zijn gemaakt, althans nu er door de gemachtigde van [eiser] over twee aanmaningen wordt gerept, wordt ervan uitgegaan dat deze kosten deel uitmaken van de in het kader van deze procedure toe te wijzen proceskosten. 3.10 Bij deze uitkomst van de procedure wordt Gooi en Wonen veroordeeld in de proceskosten. BESLISSING De kantonrechter: I. veroordeelt Gooi en Wonen C.V. en [beherend vennoot] tot betaling aan [eiser] van € 1.666,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2012 tot aan de voldoening; II. veroordeelt Gooi en Wonen C.V. en [beherend vennoot] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op: -griffierecht: € 207,00 -kosten dagvaarding: € 104,64 -salaris gemachtigde: € 300,00 -------------- Totaal: € 611,64 inclusief eventueel verschuldigde BTW; III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; IV. wijst het meer of anders gevorderde af. Aldus gewezen door mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2013 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier kantonrechter
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text