Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2015:3815 ECLI:NL:RBAMS:2015:3815 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2015:3815 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2015:3815
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/568246 / HA ZA 14-666 Vonnis van 8 juli 2015 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE AMSTERDAM (BESTUURSCOMMISSIE OOST), zetelend te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. drs. G.L. de Gier. Partijen zullen hierna Gemeente Amsterdam en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 18 februari 2015, de akte na tussenvonnis van Gemeente Amsterdam, met producties, de antwoordakte van [gedaagde]. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:102 van het Burgerlijk Wetboek, art. 706 Rv, art. 6:119 BW; ECLI:NL:RBAMS:2015:3815 · Rechtbank Amsterdam: Aangezien de derden geen partij zijn in deze procedure kan jegens hen in deze procedure geen verklaring voor recht worden gegeven. Wel is het zo dat artikel 6:102 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat twee of meer partijen op wie de verplichting rust tot het vergoeden van dezelfde schade hoofdelijk verbonden zijn. 2.5. De rechtbank begroot de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten, op gronden zoals in het tussenvonnis overwogen, op € 2.441,07. 2.6. Gemeente Amsterdam vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar.

Keywords

AI generated
payment of the fine reimbursement of costs fines for procedural infringement party costs overpaid insurance benefits unpaid advance on costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:102 van het Burgerlijk Wetboek
Wel is het zo dat artikel 6:102 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat twee of meer partijen op wie de verplichting rust tot het vergoeden van dezelfde schade hoofdelijk verbonden zijn.
art. 706 Rv
Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar.
art. 6:119 BW
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/568246 / HA ZA 14-666 Vonnis van 8 juli 2015 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE AMSTERDAM (BESTUURSCOMMISSIE OOST), zetelend te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. drs. G.L. de Gier. Partijen zullen hierna Gemeente Amsterdam en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 18 februari 2015, de akte na tussenvonnis van Gemeente Amsterdam, met producties, de antwoordakte van [gedaagde]. 1.2.

Ten slotte is wederom vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. In het tussenvonnis van 18 februari 2015 (hierna: het tussenvonnis) is Gemeente Amsterdam in de gelegenheid gesteld om zich nader uit te laten over de hoogte van de door haar geleden schade. Onbetwist stelt Gemeente Amsterdam bij akte dat van het door Gemeente Amsterdam ten onrechte aan [gedaagde] overgemaakte bedrag van € 186.607,37 een bedrag van € 20.000,00 is terugbetaald door derden. 2.2. De door de Gemeente Amsterdam geleden schade bedraagt derhalve € 166.607,37. [gedaagde] is aansprakelijk voor die schade, en zal worden veroordeeld tot vergoeding ervan.

Tegen de gevorderde wettelijke rente is geen verweer gevoerd en de rechtbank heeft in het tussenvonnis reeds beslist dat de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zijn. 2.3. Gemeente Amsterdam vordert na eiswijziging een verklaring voor recht dat door [gedaagde] jegens haar onrechtmatig is gehandeld en dat [gedaagde] jegens haar hoofdelijk met derden aansprakelijk is. 2.4. Gelet op de uit te spreken veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de schade, heeft Gemeente Amsterdam geen belang bij de verklaring voor recht dat [gedaagde] jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en de daardoor geleden schade moet vergoeden.

Aangezien de derden geen partij zijn in deze procedure kan jegens hen in deze procedure geen verklaring voor recht worden gegeven. Wel is het zo dat artikel 6:102 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat twee of meer partijen op wie de verplichting rust tot het vergoeden van dezelfde schade hoofdelijk verbonden zijn. 2.5. De rechtbank begroot de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten, op gronden zoals in het tussenvonnis overwogen, op € 2.441,07. 2.6. Gemeente Amsterdam vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar.

De beslagkosten worden conform de onweersproken opgave van Gemeente Amsterdam begroot op € 613,05 voor verschotten, € 608,00 vast recht en € 1.421,00 voor salaris advocaat (1 rekest × € 1.421,00). 2.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Amsterdam worden begroot op: - dagvaarding € 93,80 - griffierecht 3.221,00 - salaris advocaat 3.552,50 (2,5 punten × tarief € 1.421,00) Totaal € 6.867,30 3De beslissing De rechtbank 3.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Gemeente Amsterdam te betalen een bedrag van € 166.607,37 (éénhonderdzesenzestig duizendzeshonderdzeven euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 10 januari 2014 tot de dag van volledige betaling, 3.2. veroordeelt [gedaagde] om aan Gemeente Amsterdam te betalen een bedrag van € 2.441,07 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.3. veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.642,05, 3.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Amsterdam tot op heden begroot op € 6.867,30, 3.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Kloosterhuis, rechter, bijgestaan door mr. E.J. van Veelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015. type: EJvV coll: *