Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2015:3653 ECLI:NL:RBAMS:2015:3653 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2015:3653 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2015:3653
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751149/15 RK nummer: 15/2255 Datum uitspraak: 9 juni 2015 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 maart 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2012 door the Circuit Court, 2nd Criminal Division in Olsztyn, Polen, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats], Polen, op [geboortedatum] 1993, niet ingeschreven in de Basisregistratie personen maar verblijvend op het adres [adres, te plaats], hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 juni 2015.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2015:3653 · Rechtbank Amsterdam: De raadsman heeft zich bij de conclusie van de officier van justitie aangesloten. Gelet op het feit dat het EAB is ingetrokken zal de rechtbank de officier van justitie niet ontvankelijk verklaren in de vordering. 5Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet ontvankelijk. HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. A.C. Enkelaar, voorzitter, mrs. S. van Eunen en H.E. Spruit, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juni 2015. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Keywords

AI generated
application for prosecution european order for payment procedure pleas in law cause of action criminal revision petition criminal investigation
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751149/15 RK nummer: 15/2255 Datum uitspraak: 9 juni 2015 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 maart 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 november 2012 door the Circuit Court, 2nd Criminal Division in Olsztyn, Polen, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats], Polen, op [geboortedatum] 1993, niet ingeschreven in de Basisregistratie personen maar verblijvend op het adres [adres, te plaats], hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 9 juni 2015.

Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. F.A. de Leeuw, advocaat te Eindhoven en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3Grondslag en inhoud van het

EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel, uitgevaardigd door the Circuit Court in Olsztyn, Polen, op 13 februari 2012 Zaaksnummer II K 24-12. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Polen strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4Ontvankelijkheid officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat hij niet ontvankelijk zal worden verklaard, nu uit een vlak voor de aanvang van de zitting ontvangen bericht van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat het EAB is ingetrokken. Een en ander blijkt uit een aan het IRC toegezonden en door de officier van justitie ter zitting aan de rechtbank overgelegde ‘decision’ van 3 juni 2015. Reden van de intrekking van het EAB is dat inmiddels is overeengekomen dat de opgeëiste persoon zich tegen betaling van een borgsom heeft verbonden om op de zitting in Polen te verschijnen waarop de tegen hem aangebrachte strafzaak zal worden behandeld.

De raadsman heeft zich bij de conclusie van de officier van justitie aangesloten. Gelet op het feit dat het EAB is ingetrokken zal de rechtbank de officier van justitie niet ontvankelijk verklaren in de vordering. 5Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet ontvankelijk. HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. A.C. Enkelaar, voorzitter, mrs. S. van Eunen en H.E. Spruit, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 juni 2015. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.