Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2014:9880 ECLI:NL:RBAMS:2014:9880 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:9880 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2014:9880
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht Rolnummer: CV 12-36237 Vonnis van: 11 februari 2014 F.no.: 246 Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van: [eiser] wonende te [woonplaats] eiser nader te noemen [eiser] gemachtigde: mr. S.M. Singh tegen De publiekrechtelijke rechtspersoon College voor Zorgverzekeringen gevestigd te Diemen gedaagde nader te noemen CVZ gemachtigden: mrs. M.F. van der Mersch en C.E. Philips-Santman VERLOOP VAN DE PROCEDURE In deze zaak is aan CVZ opgedragen inlichtingen te verstrekken een en ander bij vonnis van 30 juli 2013. De gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. [eiser] heeft daarop gereageerd onder overleggen van producties. CVZ heeft op deze producties gereageerd. Vervolgens is vonnis bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Beoordeling 1. In vermeld vonnis heeft de kantonrechter voor zover hier nog van belang het volgende overwogen: "De standaardpremie is in het leven geroepen om niet-verzekerden in dezelfde positie te brengen als verzekerden. Maar is het redelijk via de bestuursrechtelijke premie op deze wijze personen te belasten, die ook nog een eigen risico voor hun kiezen kunnen krijgen, als zij medische hulp inroepen? Naar het oordeel van de kantonrechter is een en ander slechts redelijk als de betalingen aan artsen et cetera zelf dan ook uit de aan CVZ gedane betalingen plaatsvinden. Of dat zo is, heeft de kantonrechter niet kunnen achterhalen. CVZ mag zich daarover uitlaten." 2. De kantonrechter zal niet ingaan op de uitgebreide vertogen van partijen over zijn tussenvonnis nu daaraan geen vorderingen zijn verbonden. Het appel is er om de bezwaren tegen het vonnis tot uiting te brengen. 3. De kantonrechter heeft moeten vaststellen dat in de akte na tussenvonnis van CVZ geen antwoord wordt gegeven op de vraag welke de kantonrechter heeft gesteld. Derhalve zal de kantonrechter ervan uitgaan dat [eiser] ook na betaling van een bedrag gelijk aan zijn eigen risico aan CVZ voor hetzelfde bedrag een rekening zal ontvangen van zijn ziektekostenverzekeraar voor daadwerkelijk door hem gemaakte medische kosten, voorzover deze hem door zijn ziektenkostenverzekeraar in rekening worden gebracht. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter onaanvaardbaar op gronden van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 BW). Derhalve zal de kantonrechter CVZ opdragen bedragen welke de ziektekostenverzekeraar van [eiser] eventueel rekening zal brengen, zolang de standaard premie door [eiser] moet worden afgedragen, aan die verzekeraar over te maken. 4. De kantonrechter wil wel aannemen dat een en ander de uitvoering van de regeling ingewikkelder maakt. Evenwel wat rechtens is, wordt niet anders, omdat daaruit problemen voor wat betreft uitvoerbaarheid van hetgeen rechtens is, voortvloeien. 5. Als de grotendeels in het ongelijk gesteld partij zal CVZ in de kosten van het geding worden veroordeeld. 6. Dat betekent dat wordt beslist als volgt. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt CVZ om de invordering van de bestuursrechtelijke premie voor zover meer dan de standaardpremie alsmede het eigen risico omvattende gedeelte te staken en gestaakt te houden, zodra [eiser] zich bij aangetekende brief, gericht aan CVZ en zijn ziektekostenverzekeraar, bereid heeft verklaard zijn schuld aan zijn ziektekostenverzekeraar af te lossen met een bedrag van minimaal EUR 25,00 per maand zolang als dit bedrag wordt betaald; bepaalt dat CVZ de door de ziektekostenverzekeraar aan [eiser] de terzake het eigen risico over enig jaar in rekening gebracht bedragen aan de ziektekostenverzekeraar vergoedt tot de in rekening gebracht bedragen; veroordeelt CVZ in de kosten van het geding tot op heden begroot op EUR 1665,17, een en ander als hieronder nader aangegeven, en, voor zover verschuldigd, inclusief BTW; wijst af het meer of anders gevorderde. Aldus gewezen door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier de kantonrechter Kosten Dagvaarding EUR 92,17 Griffierecht EUR 73,00 salaris EUR 1500,00 ------------------ EUR 1665,17

Legislator headnote

AI generated

art. 6:2 lid 2 BW; ECLI:NL:RBAMS:2014:9880 · Rechtbank Amsterdam: S.M. Singh tegen De publiekrechtelijke rechtspersoon College voor Zorgverzekeringen gevestigd te Diemen gedaagde nader te noemen CVZ gemachtigden: mrs. M.F. van der Mersch en C.E. Philips-Santman VERLOOP VAN DE PROCEDURE In deze zaak is aan CVZ opgedragen inlichtingen te verstrekken een en ander bij vonnis van 30 juli 2013. De gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. [eiser] heeft daarop gereageerd onder overleggen van producties. CVZ heeft op deze producties gereageerd. Vervolgens is vonnis bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Beoordeling 1. In vermeld vonnis heeft de kantonrechter voor zover hier nog van belang het volgende overwogen: "De standaardpremie is in het leven geroepen om niet-verzekerden in dezelfde positie te brengen als verzekerden. Maar is het redelijk via de bestuursrechtelijke premie op deze wijze personen te belasten, die ook nog een eigen risico voor hun kiezen kunnen krijgen, als zij medische hulp inroepen? Naar het oordeel van de kantonrechter is een en ander slechts redelijk als de betalingen aan artsen et cetera zelf dan ook uit de aan CVZ gedane betalingen plaatsvinden. Of dat zo is, heeft de kantonrechter niet kunnen achterhalen. CVZ mag zich daarover uitlaten." 2. De kantonrechter zal niet ingaan op de uitgebreide vertogen van partijen over zijn tussenvonnis nu daaraan geen vorderingen zijn verbonden. Het appel is er om de bezwaren tegen het vonnis tot uiting te brengen. 3. De kantonrechter heeft moeten vaststellen dat in de akte na tussenvonnis van CVZ geen antwoord wordt gegeven op de vraag welke de kantonrechter heeft gesteld. Derhalve zal de kantonrechter ervan uitgaan dat [eiser] ook na betaling van een bedrag gelijk aan zijn eigen risico aan CVZ voor hetzelfde bedrag een rekening zal ontvangen van zijn ziektekostenverzekeraar voor daadwerkelijk door hem gemaakte medische kosten, voorzover deze hem door zijn ziektenkostenverzekeraar in rekening worden gebracht. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter onaanvaardbaar op gronden van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 lid 2 BW). Derhalve zal de kantonrechter CVZ opdragen bedragen welke de ziektekostenverzekeraar van [eiser] eventueel rekening zal brengen, zolang de standaard premie door [eiser] moet worden afgedragen, aan die verzekeraar over te maken. 4. De kantonrechter wil wel aannemen dat een en ander de uitvoering van de regeling ingewikkelder maakt. Evenwel wat rechtens is, wordt niet anders, omdat daaruit problemen voor wat betreft uitvoerbaarheid van hetgeen rechtens is, voortvloeien. 5. Als de grotendeels in het ongelijk gesteld partij zal CVZ in de kosten van het geding worden veroordeeld. 6. Dat betekent dat wordt beslist als volgt. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt CVZ om de invordering van de bestuursrechtelijke premie voor zover meer dan de standaardpremie alsmede het eigen risico omvattende gedeelte te staken en gestaakt te houden, zodra [eiser] zich bij aangetekende brief, gericht aan CVZ en zijn ziektekostenverzekeraar, bereid heeft verklaard zijn schuld aan zijn ziektekostenverzekeraar af te lossen met een bedrag van minimaal EUR 25,00 per maand zolang als dit bedrag wordt betaald; bepaalt dat CVZ de door de ziektekostenverzekeraar aan [eiser] de terzake het eigen risico over enig jaar in rekening gebracht bedragen aan de ziektekostenverzekeraar vergoedt tot de in rekening gebracht bedragen; veroordeelt CVZ in de kosten van het geding tot op heden begroot op EUR 1665,17, een en ander als hieronder nader aangegeven, en, voor zover verschuldigd, inclusief BTW; wijst af het meer of anders gevorderde. Aldus gewezen door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier de kantonrechter Kosten Dagvaarding EUR 92,17 Griffierecht EUR 73,00 salaris EUR 1500,00 ------------------ EUR 1665,17

Keywords

AI generated
health insurance voucher fee staggering of health insurance premiums insurance regulation action challenging schedule of claims debt collection register recognition of health insurers

Cited Legislation

AI generated
art. 6:2 lid 2 BW
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text