Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2014:8197 ECLI:NL:RBAMS:2014:8197 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:8197 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2014:8197
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/570256 / HA RK 14-226 Beschikking van 11 december 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VISION GALLERY B.V., gevestigd te Woerden, verzoekster, advocaat mr. W.M. Hes te Amsterdam, tegen 1 [naam verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [naam verweerder 2], wonende te [woonplaats], verweerders, advocaat mr. E.V. Jongepier te Amsterdam. Partijen worden hierna Vision Gallery, [verweerder 1] en [verweerder 2] genoemd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 187 lid 1 Rv, artikel 71 lid 2 Rv; ECLI:NL:RBAMS:2014:8197 · Rechtbank Amsterdam: Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, met producties, ingediend ter griffie op 7 augustus 2014; het verweerschrift, met producties, ingediend ter griffie op 24 november 2014. 2De beoordeling 2.1. Het verzoek van Vision Gallery strekt er toe dat de rechtbank op grond van artikel 186 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen. 2.2. Vision Gallery legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij gegronde redenen heeft te vermoeden dat twee voormalig werknemers - [verweerder 1] en [verweerder 2] - toerekenbaar tekort zijn geschoten in de verplichtingen uit de met hen gesloten arbeidsovereenkomst, dan wel dat zij onrechtmatig hebben gehandeld jegens Vision Gallery.

Keywords

AI generated
late objection to debt enforcement opposition proceedings lack of standing of association proof of service employment relationship prior administrative complaint

Cited Legislation

AI generated
Artikel 187 lid 1 Rv
Artikel 187 lid 1 Rv bepaalt dat een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor wordt gedaan aan de rechter die bevoegd zal zijn van de zaak, indien deze aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen.
artikel 71 lid 2 Rv
Op de voet van artikel 71 lid 2 Rv dient de zaak daarom te worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/570256 / HA RK 14-226 Beschikking van 11 december 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VISION GALLERY B.V., gevestigd te Woerden, verzoekster, advocaat mr. W.M. Hes te Amsterdam, tegen 1 [naam verweerder 1], wonende te [woonplaats], 2. [naam verweerder 2], wonende te [woonplaats], verweerders, advocaat mr. E.V. Jongepier te Amsterdam. Partijen worden hierna Vision Gallery, [verweerder 1] en [verweerder 2] genoemd.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, met producties, ingediend ter griffie op 7 augustus 2014; het verweerschrift, met producties, ingediend ter griffie op 24 november 2014. 2De beoordeling 2.1. Het verzoek van Vision Gallery strekt er toe dat de rechtbank op grond van artikel 186 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen. 2.2. Vision Gallery legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij gegronde redenen heeft te vermoeden dat twee voormalig werknemers - [verweerder 1] en [verweerder 2] - toerekenbaar tekort zijn geschoten in de verplichtingen uit de met hen gesloten arbeidsovereenkomst, dan wel dat zij onrechtmatig hebben gehandeld jegens Vision Gallery.

In het bijzonder zouden [verweerder 1] en [verweerder 2] non-concurrentiebepalingen en geheimhoudingsafspraken hebben geschonden. Vision Gallery houdt [verweerder 1] en [verweerder 2] dan ook aansprakelijk voor verbeurde boetes, dan wel voor de door hen geleden schade. 2.3. Artikel 187 lid 1 Rv bepaalt dat een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor wordt gedaan aan de rechter die bevoegd zal zijn van de zaak, indien deze aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen. Blijkens die bepaling wordt, indien de zaak bij de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, het verzoek gedaan aan de kantonrechter. 2.4.

Gelet op hetgeen Vision Gallery aan haar verzoek ten grondslag legt, zoals hiervoor onder 2.2 weergegeven, is de rechtbank voorshands van oordeel dat de onderhavige zaak moet worden aangemerkt als een zaak die, onder andere een arbeidsovereenkomst betreft. Op grond van het bepaalde in de artikelen 93 aanhef en onder c en 94 lid 2 Rv is dan de kantonrechter de bevoegde rechter om de zaak te behandelen en te beslissen. Op de voet van artikel 71 lid 2 Rv dient de zaak daarom te worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. 2.5.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank het voornemen de zaak naar de kamer voor kantonzaken te verwijzen aan partijen voorgelegd en hen in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Partijen hebben verklaard in te stemmen met de verwijzing.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, 3.2. wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de voor de kantonrechter te voeren procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen, 3.3. wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort. Deze beschikking is gegeven door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2014. *