Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2014:6626 ECLI:NL:RBAMS:2014:6626 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:6626 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2014:6626
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/566485 / HA ZA 14-591 Vonnis van 17 september 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IBT EUROPE B.V., gevestigd te Noorden, eiseres, advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen, tegen 1 [gedaagden], wonende te [plaats] en de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid 2 VAN SOEST-KOEDAM CONSULTANCY B.V., 3. SANDVALLEY TRAINING B.V., 4. SANDVALLEY GROUP B.V., 5. SANDVALLEY CONSULT B.V., 6. HOLLAND OPLEIDINGEN GROEP B.V., 7. DPML ADVIESGROEP B.V., alle gevestigd te Zandhuizen, gedaagden, advocaat mr. A.P. Macro te Amsterdam.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:6626 · Rechtbank Amsterdam: Dat betekent dat het gewenst is in de zin van artikel 46b van de Wet op de rechtelijke organisatie, dat de zaak door een ander rechtbank wordt behandeld. De rechtbank is daarom voornemens de zaak in de stand waar in die zich bevindt te verwijzen naar een andere rechtbank. 2.2. Niet is uit te sluiten dat ook andere rechtbanken met gedaagden en/of eiseres soortgelijke zakelijke betrekkingen hebben (gehad) die het onwenselijk maken dat die rechtbanken de zaak behandelen. De rechtbank verzoekt daarom aan partijen opgave te doen van die rechtbanken waarmee zij dergelijke zakelijke betrekkingen hebben gehad, en zo mogelijk aan te geven wat die zakelijke betrekkingen inhielden en welke periode dat betrof, zodat de rechtbank kan beoordelen naar welke rechtbank verwijzing het minst bezwaarlijk is.

Keywords

AI generated
alternative jurisdiction decisions concerning reassignment or transfer choice of law choice of hospital attorney conflict of interest alternative connecting factor
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/566485 / HA ZA 14-591 Vonnis van 17 september 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IBT EUROPE B.V., gevestigd te Noorden, eiseres, advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen, tegen 1 [gedaagden], wonende te [plaats] en de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid 2 VAN SOEST-KOEDAM CONSULTANCY B.V., 3. SANDVALLEY TRAINING B.V., 4. SANDVALLEY GROUP B.V., 5. SANDVALLEY CONSULT B.V., 6. HOLLAND OPLEIDINGEN GROEP B.V., 7. DPML ADVIESGROEP B.V., alle gevestigd te Zandhuizen, gedaagden, advocaat mr. A.P. Macro te Amsterdam.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis 20 augustus 2014, waarbij de rechtbank een meervoudige comparitie van partijen heeft bevolen. 2De beoordeling 2.1. Nadat de rechtbank voormeld tussenvonnis heeft gewezen is de rechtbank gebleken dat de rechtbank zakelijke contacten heeft met (een van) gedaagden, in die zin dat deze ten behoeve van de rechtbank cursussen heeft verzorgd welke (mede) zijn geënt op het in de litigieuze licentieovereenkomst geregelde onderwerp. Naar het oordeel van de rechtbank is het in verband met deze betrokkenheid van de rechtbank bij (een van) partijen onwenselijk dat de zaak wordt behandeld door de rechtbank Amsterdam.

Dat betekent dat het gewenst is in de zin van artikel 46b van de Wet op de rechtelijke organisatie, dat de zaak door een ander rechtbank wordt behandeld. De rechtbank is daarom voornemens de zaak in de stand waar in die zich bevindt te verwijzen naar een andere rechtbank. 2.2. Niet is uit te sluiten dat ook andere rechtbanken met gedaagden en/of eiseres soortgelijke zakelijke betrekkingen hebben (gehad) die het onwenselijk maken dat die rechtbanken de zaak behandelen. De rechtbank verzoekt daarom aan partijen opgave te doen van die rechtbanken waarmee zij dergelijke zakelijke betrekkingen hebben gehad, en zo mogelijk aan te geven wat die zakelijke betrekkingen inhielden en welke periode dat betrof, zodat de rechtbank kan beoordelen naar welke rechtbank verwijzing het minst bezwaarlijk is.

3De beslissing

De rechtbank - verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2014 opdat partijen (gelijktijdig) bij akte opgave kunnen doen van de zakelijke contacten als bedoeld in rechtsoverweging 2.2, - houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2014. type: coll: