Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2014:6023 ECLI:NL:RBAMS:2014:6023 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:6023 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2014:6023
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/546161 / HA RK 13-231 Beschikking van 2 oktober 2014 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [plaats], verzoekster, advocaat mr. S.L. Visser te Amsterdam, tegen 1 [verweerster], wonende te [plaats], 2. de vennootschap onder firma [naam vennootschap] , gevestigd te [plaats], verweersters, advocaat mr. E. Bos-van den Berg te Zwolle. Verzoekster wordt hierna aangeduid met [verzoekster]. Verweerster met [verweerster] respectievelijk [naam vennootschap] en gezamenlijk met [naam vennootschap]. 1procedure 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 199 lid 3 Rv, artikel 205 lid 2 Rv; ECLI:NL:RBAMS:2014:6023 · Rechtbank Amsterdam: Het past de rechtbank in beginsel ook niet om zich, in het kader van de beslissing die op grond van artikel 205 lid 2 Rv over de kosten moet worden genomen, uit te laten over de mogelijke aansprakelijkheid, nu het debat daarover nog helemaal niet is gevoerd en partijen dat – kennelijk – ook (nog) niet ten overstaan van de rechter wensen te voeren. Het rapport van plastisch chirurg [naam 1] geeft evenwel geen of onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling dat sprake is van een beroepsfout aan de zijde van [naam vennootschap]. De rechtbank zal verzoekster daarom veroordelen in de kosten van de deskundige. 2.6.

Keywords

AI generated
party costs of attorney costs of expert opinion legal representation costs allocation of costs charging of fees marital income splitting

Cited Legislation

AI generated
artikel 199 lid 3 Rv
Omdat het loon van de deskundige op grond van artikel 199 lid 3 Rv door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundige door elk van de partijen dient te worden gedragen.
artikel 205 lid 2 Rv
Omdat het loon van de deskundige op grond van artikel 199 lid 3 Rv door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundige door elk van de partijen dient te worden gedragen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/546161 / HA RK 13-231 Beschikking van 2 oktober 2014 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [plaats], verzoekster, advocaat mr. S.L. Visser te Amsterdam, tegen 1 [verweerster], wonende te [plaats], 2. de vennootschap onder firma [naam vennootschap] , gevestigd te [plaats], verweersters, advocaat mr. E. Bos-van den Berg te Zwolle. Verzoekster wordt hierna aangeduid met [verzoekster]. Verweerster met [verweerster] respectievelijk [naam vennootschap] en gezamenlijk met [naam vennootschap]. 1procedure 1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van deze rechtbank van 16 januari 2014, waarbij [naam 1] (hierna: de deskundige) tot deskundige is benoemd. 1.2. De deskundige heeft een (voorlopig) deskundigenbericht uitgebracht. 1.3. Bij brief van 1 juli 2014 heeft de griffier partijen verzocht de rechtbank mede te delen of tussen partijen inmiddels een geding aanhangig is, zodat de rechtbank indien nodig een beschikking kan geven als bedoeld in artikel 205 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Partijen hebben de rechtbank medegedeeld dat geen bodemprocedure aanhangig is. 2De beoordeling 2.1.

Omdat het loon van de deskundige op grond van artikel 199 lid 3 Rv door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundige door elk van de partijen dient te worden gedragen. Het loon van de deskundige bedraagt € 1.497,38. 2.2. In hun brieven van 11 juli 2014 ([verzoekster]) en 11 augustus 2014 ([naam vennootschap].) hebben partijen hun standpunten kenbaar gemaakt. 2.3. Mr. Visser heeft zich namens [verzoekster] op het standpunt gesteld dat [naam vennootschap] het loon van de deskundige dient te dragen. [verzoekster] voert daartoe, kort gezegd, aan dat de inhoud van het deskundigenrapport laat zien dat aansprakelijkheid aan de orde is, dat er causaal verband bestaat tussen de eerste behandeling en het ontstaan van het huidletsel en dat geen sprake is van eigen schuld aan de zijde van [verzoekster]. 2.4.

Volgens (de advocaat van) Pieter[naam vennootschap]heeft de deskundige, [naam 1], geen uitspraak gedaan en ook niet kunnen doen over eventuele aansprakelijkheid van [naam vennootschap] Wat betreft de kosten van de deskundige refereert mr. Van den Berg zich namens [naam vennootschap]aan het oordeel van de rechtbank. 2.5. Artikel 205 lid 2 Rv beantwoordt niet de vraag wie de meest gerede partij is om in de kosten van een deskundigenbericht te worden veroordeeld en ook de parlementaire geschiedenis biedt hierover geen duidelijkheid. Tijdens de parlementaire behandeling heeft de minister wel aangegeven geen inbreuk te willen plegen op het beginsel dat de verliezende partij de kosten draagt, maar als geen bodemprocedure volgt of aansprakelijkheid buiten rechte wordt erkend, blijft onduidelijk wie de “verliezende partij” is.

Het past de rechtbank in beginsel ook niet om zich, in het kader van de beslissing die op grond van artikel 205 lid 2 Rv over de kosten moet worden genomen, uit te laten over de mogelijke aansprakelijkheid, nu het debat daarover nog helemaal niet is gevoerd en partijen dat – kennelijk – ook (nog) niet ten overstaan van de rechter wensen te voeren. Het rapport van plastisch chirurg [naam 1] geeft evenwel geen of onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling dat sprake is van een beroepsfout aan de zijde van [naam vennootschap]. De rechtbank zal verzoekster daarom veroordelen in de kosten van de deskundige. 2.6.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. veroordeelt [verzoekster] tot betaling van € 1.497,38 te voldoen aan de griffier door overmaking op [rekeningnummer] ten name van [naam 2], onder vermelding van "kosten deskundigen" en het zaak- en rekestnummer. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. van der Veen en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2014.