Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2014:5155 ECLI:NL:RBAMS:2014:5155 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:5155 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2014:5155
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 14/1357 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2014 in de zaak tussen [naam], te [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. J. Nijssen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] verweerder (gemachtigde: mr. D. Ahmed). Procesverloop Bij besluit van 24 oktober 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) aan eiseres en haar (ex)partner bijstand naar de norm voor gehuwden toegekend. Verweerder brengt daarop € 1.280,- per maand in mindering wegens inkomsten uit verhuur van de eigen woning.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:5155 · Rechtbank Amsterdam: Eiseres betoogt dat deze inkomsten niet als middelen in de zin van artikel 31 van de WWB kunnen worden aangemerkt aangezien zij deze niet kan aanwenden voor haar levensonderhoud. Eiseres dient uit de opbrengst van verhuur de hypotheekrente en overige vaste lasten te betalen en stelt daardoor niet (volledig) over de huuropbrengst te kunnen beschikken.

Keywords

AI generated
rent deduction in supplementary benefits housing costs pension overpayment setoff maintenance costs reduction of rent prevailing rent

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CRVB:2013:BY9337
11/3753 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2011, 11/2152 en 11/2659 (aangevallen uitspraak) Partijen: [A. te B. ] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) Datum uitspraak: 22 januari 2013 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.M.E. Schreinemacher, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2012.
ECLI:NL:CRVB:2010:BO2761
09/5936 WWB 09/5937 WWB 10/2381 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op de hoger beroepen van: [appellant], wonende te [woonplaats], tegen de uitspraken van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 21 september 2009, 08/2233 (hierna: uitspraak 1) en eveneens 21 september 2009, 08/2802 (hierna: uitspraak 2), in de gedingen tussen: appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Asten (hierna: College) Datum uitspraak: 26 oktober 2010 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. S.B.M.A. Engelen, advocaat te Venlo, hoger beroepen ingesteld.
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7733
08/2366 WWB Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant) tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 11 maart 2008, 07/445 (hierna: aangevallen uitspraak) in het geding tussen appellant en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel (hierna: College) Datum uitspraak: 1 september 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Buitenpost, hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 14/1357 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2014 in de zaak tussen [naam], te [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. J. Nijssen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] verweerder (gemachtigde: mr. D. Ahmed). Procesverloop Bij besluit van 24 oktober 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) aan eiseres en haar (ex)partner bijstand naar de norm voor gehuwden toegekend. Verweerder brengt daarop € 1.280,- per maand in mindering wegens inkomsten uit verhuur van de eigen woning.

Bij besluit van 24 januari 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2014. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat eiseres en haar (ex)partner eigenaar zijn van de woning aan het[adres] en dat zij per maand € 1.280,- aan inkomsten ontvangen uit verhuur van deze woning.

2. Eiseres betoogt dat deze inkomsten niet als middelen in de zin van artikel 31 van de WWB kunnen worden aangemerkt aangezien zij deze niet kan aanwenden voor haar levensonderhoud. Eiseres dient uit de opbrengst van verhuur de hypotheekrente en overige vaste lasten te betalen en stelt daardoor niet (volledig) over de huuropbrengst te kunnen beschikken.

3. Op grond van artikel 31, eerste lid, eerste volzin, van de WWB worden tot de middelen gerekend alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Artikel 32, eerste lid, van de WWB bepaalt, voor zover hier van belang, dat onder inkomen wordt verstaan de op grond van artikel 31 in aanmerking genomen middelen, voor zover deze betreffen inkomsten uit vermogen en inkomsten uit verhuur en betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan.

4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres redelijkerwijs kan beschikken – in de zin van artikel 31, eerste lid, eerste volzin, van de WWB – over de maandelijkse huuropbrengsten van € 1.280,-. Gelet op vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), bijvoorbeeld de uitspraak van 22 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9337, moet de term beschikken zo worden uitgelegd dat hij ziet op de mogelijkheid van een belanghebbende om het middel feitelijk aan te wenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Gesteld noch gebleken is dat eiseres en/of haar (ex)partner niet vrijelijk kan beschikken over de maandelijkse huuropbrengsten. Het feit dat zij contractueel verplicht zijn om hypotheeklasten en overige lasten te betalen, betekent niet dat zij beperkt zijn in de beschikkingsmacht over deze huuropbrengsten.

5. Artikel 32, eerste lid, van de WWB biedt geen grondslag voor de door eiseres voorgestane verrekening van de huurinkomsten met de hypotheeklasten van de verhuurde woning. De rechtbank wijst in dit verband op vaste rechtspraak van de CRvB (uitspraak van 26 oktober 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO2761 en uitspraak van 1 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7733) dat er bij de vaststelling van het in aanmerking te nemen inkomen in het kader van de WWB geen ruimte is voor verrekening van verwervingskosten.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M. Beunk, rechter, in aanwezigheid van mr. M. den Toom, griffier, op 10 juli 2014. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Doc: B Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.