Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2014:169 ECLI:NL:RBAMS:2014:169 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2014:169 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2014:169
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/556052 / KG ZA 13-1527 HJ/LO Vonnis in kort geding van 17 januari 2014 in de zaak van [eiser] , wonende te Amstelveen, eiser bij dagvaarding van 24 december 2013, advocaat mr. J.M. Tason Avila te Amstelveen, tegen de stichting STICHTING NAAR BUITEN, gevestigd te Amsterdam, gedaagde 1De procedure Ter terechtzitting van 10 januari 2014 heeft eiser gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Eiser is in persoon verschenen en tevens in zijn hoedanigheid als advocaat.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6 EVRM, artikel 71 lid 2 Rv; ECLI:NL:RBAMS:2014:169 · Rechtbank Amsterdam: Per 1 januari 2014 gelden op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) nieuwe tarieven voor het griffierecht. Voor niet-natuurlijke personen geldt bij geldvorderingen tot en met € 100.000,- een griffierecht van € 1.892,-. 2.3. In de onderhavige zaak zijn krachtens artikel 254 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de voorzieningenrechter (civiel) en de voorzieningenrechter van de kamer voor kantonzaken naast elkaar bevoegd. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat in dit geval gedaagde in haar verdediging wordt geschaad indien zij om verweer te kunnen voeren tegen een vordering van (in hoofdsom) € 2.983,66 een griffierecht van € 1.892,- dient te betalen.

Keywords

AI generated
referral for lack of jurisdiction limits of competence conflict of jurisdiction lack of jurisdiction objection to debt enforcement declining of jurisdiction

Cited Legislation

AI generated
artikel 6 EVRM
De goede procesorde en het in artikel 6 EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces brengen in dit geval mee dat de zaak door de kantonrechter dient te worden behandeld, omdat aan de gedaagde bij de kantonrechter krachtens artikel 4 lid 1 onder b Wgbz geen griffierecht wordt berekend.
artikel 71 lid 2 Rv
De voorzieningenrechter zal de zaak dan ook met overeenkomstige toepassing van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve verwijzen naar de kantonrechter, een en ander met toepassing van artikel 8 lid 4 Wgbz.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/556052 / KG ZA 13-1527 HJ/LO Vonnis in kort geding van 17 januari 2014 in de zaak van [eiser] , wonende te Amstelveen, eiser bij dagvaarding van 24 december 2013, advocaat mr. J.M. Tason Avila te Amstelveen, tegen de stichting STICHTING NAAR BUITEN, gevestigd te Amsterdam, gedaagde 1De procedure Ter terechtzitting van 10 januari 2014 heeft eiser gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Eiser is in persoon verschenen en tevens in zijn hoedanigheid als advocaat.

Gedaagde is verschenen, vertegenwoordigd door het bestuurslid mevrouw [persoon]. De voorzieningenrechter heeft medegedeeld dat de zaak zal worden verwezen naar de kantonrechter bij vonnis van heden en is daarom niet overgegaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak. 2De beoordeling 2.1. Eiser heeft – onder meer – gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van in rekening gebrachte werkzaamheden als advocaat tot een bedrag van € 2.983,66 aan hoofdsom, € 117,88 aan wettelijke rente en € 513,90 aan buitengerechtelijke incassokosten. 2.2.

Per 1 januari 2014 gelden op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) nieuwe tarieven voor het griffierecht. Voor niet-natuurlijke personen geldt bij geldvorderingen tot en met € 100.000,- een griffierecht van € 1.892,-. 2.3. In de onderhavige zaak zijn krachtens artikel 254 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de voorzieningenrechter (civiel) en de voorzieningenrechter van de kamer voor kantonzaken naast elkaar bevoegd. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat in dit geval gedaagde in haar verdediging wordt geschaad indien zij om verweer te kunnen voeren tegen een vordering van (in hoofdsom) € 2.983,66 een griffierecht van € 1.892,- dient te betalen.

De goede procesorde en het in artikel 6 EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces brengen in dit geval mee dat de zaak door de kantonrechter dient te worden behandeld, omdat aan de gedaagde bij de kantonrechter krachtens artikel 4 lid 1 onder b Wgbz geen griffierecht wordt berekend. De voorzieningenrechter zal de zaak dan ook met overeenkomstige toepassing van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve verwijzen naar de kantonrechter, een en ander met toepassing van artikel 8 lid 4 Wgbz. 2.4. Omdat bij de kantonrechter geen griffierecht aan gedaagde zal worden berekend, wordt er van afgezien dit thans in rekening te brengen.

Aan eiser wordt thans wel het normale griffierecht in rekening gebracht. Artikel 71 lid 4 jo artikel 8 Wgbz voorziet in verrekening van het te veel betaalde na vaststelling van het griffierecht bij de kantonrechter.

3De beslissing

De voorzieningenrechter 3.1. verwijst de zaak naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, 3.2. bepaalt dat partijen kunnen verschijnen in persoon, 3.3. bepaalt dat na vaststelling van het griffierecht bij de kantonrechter het te veel betaalde griffierecht zal worden terugbetaald aan eiser, 3.4. bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden hun verhinderdata voor de komende 3 maanden dienen op te geven aan de kamer kort geding kanton, zodat een zittingsdatum kan worden bepaald, 3.5. bepaalt dat daarbij dient te worden vermeld het in dit vonnis vermelde zaaknummer / rolnummer, de vonnisdatum en de aanduiding: “door voorzieningenrechter civiel naar voorzieningenrechter kanton verwezen zaak”. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014. type: LO coll: