Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2415 ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2415 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2415 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2415
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat 1. hij in of omstreeks de periode van 07 februari 2011 tot en met mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de/een minderjarige(n), te weten [minderjarige A] (geboren op [2002]), heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam immers heeft verdachte toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige zonder toestemming van de William Schrikker Stichting meegenomen naar en/of ondergebracht in het buitenland (Marokko); art 279 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht 2. hij in of omstreeks de periode van 07 februari 2011 tot en met augustus 2011 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de/een minderjarige(n), te weten [minderjarige B] (geboren op [2000]), heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam immers heeft verdachte toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige zonder toestemming van de William Schrikker Stichting meegenomen naar en/of ondergebracht in het buitenland (Marokko); art 279 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht 3. hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2011 tot en met augustus 2011 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige C], geboren op [1997], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige zonder toestemming van de William Schrikker Stichting meegenomen naar en/of ondergebracht in het buitenland (Marokko); art 279 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht 2.

Legislator headnote

AI generated

art 279 Wetboek van Strafrecht, art 47 Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2415 · Rechtbank Amsterdam: RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/664013-12 Datum uitspraak: 26 februari 2013 Tegenspraak VERKORT VONNIS van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [plaats] in 1947, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode plaats]. De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2013.

Keywords

AI generated
expulsion of family members unlawful international child displacement abduction of a minor child of migrant deportation despite health issues return of the child

Cited Legislation

AI generated
art 279 Wetboek van Strafrecht
art 47 Wetboek van Strafrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/664013-12 Datum uitspraak: 26 februari 2013 Tegenspraak VERKORT VONNIS van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [plaats] in 1947, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode plaats]. De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2013.

1. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat 1. hij in of omstreeks de periode van 07 februari 2011 tot en met mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de/een minderjarige(n), te weten [minderjarige A] (geboren op [2002]), heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam immers heeft verdachte toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige zonder toestemming van de William Schrikker Stichting meegenomen naar en/of ondergebracht in het buitenland (Marokko); art 279 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht 2. hij in of omstreeks de periode van 07 februari 2011 tot en met augustus 2011 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk de/een minderjarige(n), te weten [minderjarige B] (geboren op [2000]), heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam immers heeft verdachte toen en daar tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige zonder toestemming van de William Schrikker Stichting meegenomen naar en/of ondergebracht in het buitenland (Marokko); art 279 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht 3. hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2011 tot en met augustus 2011 te Amsterdam, althans in Nederland en/of in Marokko, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige C], geboren op [1997], heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, te weten de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, namens Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, die minderjarige zonder toestemming van de William Schrikker Stichting meegenomen naar en/of ondergebracht in het buitenland (Marokko); art 279 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht 2.

Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Vrijspraak De rechtbank acht – met de officier van justitie – hetgeen onder 1 en 2 is ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank is voorts van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde evenmin bewezen kan worden verklaard, nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte opzet heeft gehad om [minderjarige C] aan het gezag van Jeugdzorg te ontrekken. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist dat er aanwijzingen van Jeugdzorg waren uitgereikt aan de moeder van [minderjarige C]. Bovendien verklaart de moeder dat verdachte niet op hoogte was van de aanwijzingen en ook niet heeft meegewerkt om [minderjarige C] naar Marokko te krijgen. De rechtbank stelt voorts vast dat de schriftelijke aanwijzing van Jeugdzorg gericht is aan de moeder en niet aan verdachte. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat ook ten aan zien van feit 3 onvoldoende wettig bewijs is, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

4. Beslissing Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. W.M.C. van den Berg, voorzitter, mrs. P. Sloot en E.J. Weller, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Khattou, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2013.