Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2013:9770 ECLI:NL:RBAMS:2013:9770 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2013:9770 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2013:9770
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/430665 / HA RK 09-459 Beschikking van 12 september 2013 op grond van artikel 205 lid 2 Rv in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat mr. E.F. Klungers, en de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Amsterdam, belanghebbende, advocaat mr. A.V.M. van Dijk. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikkingen van deze rechtbank van 12 november 2009, 12 mei 2010, 20 januari 2011 en 18 augustus 2011, waarbij uiteindelijk G.J.

Legislator headnote

AI generated

artikel 205 lid 2 Rv, artikel 199 lid 3 Rv, artikel 237 Rv; ECLI:NL:RBAMS:2013:9770 · Rechtbank Amsterdam: Achmea voert op haar beurt aan dat [verzoeker], gelet op de inhoud van de tussen partijen getroffen regeling, hooguit als gedeeltelijk in het gelijk gesteld is te beschouwen en dat daarin aanleiding voor compensatie van kosten kan worden gevonden. 2.3. Omdat partijen ter beëindiging van hun geschil een minnelijke regeling hebben getroffen, kan – anders dan partijen kennelijk menen – in artikel 237 Rv geen basis worden gevonden voor een beslissing van de rechtbank over de vraag door wie de kosten van de deskundigen dienen te worden gedragen.

Keywords

AI generated
party costs of attorney costs of expert opinion legal representation costs reimbursement of costs procedural costs attorney fee assessment

Cited Legislation

AI generated
artikel 205 lid 2 Rv
beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/430665 / HA RK 09-459 Beschikking van 12 september 2013 op grond van artikel 205 lid 2 Rv in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat mr.
artikel 199 lid 3 Rv
Omdat het loon van de deskundigen op grond van artikel 199 lid 3 Rv door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundigen door elk van de partijen dient te worden gedragen.
artikel 237 Rv
Omdat partijen ter beëindiging van hun geschil een minnelijke regeling hebben getroffen, kan – anders dan partijen kennelijk menen – in artikel 237 Rv geen basis worden gevonden voor een beslissing van de rechtbank over de vraag door wie de kosten van de deskundigen dienen te worden gedragen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/430665 / HA RK 09-459 Beschikking van 12 september 2013 op grond van artikel 205 lid 2 Rv in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoeker, advocaat mr. E.F. Klungers, en de naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Amsterdam, belanghebbende, advocaat mr. A.V.M. van Dijk. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikkingen van deze rechtbank van 12 november 2009, 12 mei 2010, 20 januari 2011 en 18 augustus 2011, waarbij uiteindelijk G.J.

Kruithof en R.E.E.M. Artoos tot deskundigen zijn benoemd (hierna: de deskundigen). 1.2. De deskundigen hebben ieder een (voorlopig) deskundigenbericht uitgebracht. 1.3. Bij brief van 16 oktober 2012 heeft de griffier partijen verzocht de rechtbank mede te delen of tussen partijen inmiddels een geding aanhangig is, zodat de rechtbank indien nodig een beschikking kan geven als bedoeld in artikel 205 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Partijen hebben aan de rechtbank medegedeeld dat geen bodemprocedure zal volgen, omdat zij naar aanleiding van de (voorlopige) deskundigenberichten tot een vergelijk buiten rechte zijn gekomen en een schikking hebben getroffen. 2De beoordeling 2.1.

Omdat het loon van de deskundigen op grond van artikel 199 lid 3 Rv door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundigen door elk van de partijen dient te worden gedragen. Het loon van de deskundigen bedraagt € 4.620,18 (deskundige Kruithof) en € 5.849,84 (deskundige Artoos), in totaal derhalve € 10.470,02. 2.2. In hun brieven van 1 november 2012 respectievelijk 16 november 2012 hebben partijen hun standpunt kenbaar gemaakt. [verzoeker] heeft daarbij naar voren gebracht dat Achmea, gelet op de inhoud van de tussen partijen getroffen schikking, als de in het ongelijk gestelde partij is te beschouwen en dat Achmea om die reden met de kosten van de deskundigen dient te worden belast.

Achmea voert op haar beurt aan dat [verzoeker], gelet op de inhoud van de tussen partijen getroffen regeling, hooguit als gedeeltelijk in het gelijk gesteld is te beschouwen en dat daarin aanleiding voor compensatie van kosten kan worden gevonden. 2.3. Omdat partijen ter beëindiging van hun geschil een minnelijke regeling hebben getroffen, kan – anders dan partijen kennelijk menen – in artikel 237 Rv geen basis worden gevonden voor een beslissing van de rechtbank over de vraag door wie de kosten van de deskundigen dienen te worden gedragen.

De rechtbank wordt immers geen inhoudelijk oordeel gevraagd over de kwestie die partijen verdeeld hield maar die zij in onderling overleg hebben geregeld, zodat van een “in het ongelijk gestelde” of “verliezende” partij niet kan worden gesproken. Wel dient de rechtbank op de voet van artikel 205 lid 2 Rv vast te stellen welk deel van de kosten van de deskundigen elk van partijen moet dragen. De rechtbank is daarbij niet gebonden aan haar eerdere beslissing dat de kosten – zoals in dit geval – door de verzoekende partij moesten worden voorgeschoten.

Gelet op het feit dat partijen een schikking hebben getroffen en niet is gesteld of gebleken dat partijen omtrent de kosten van de deskundigen een andersluidende afspraak hebben gemaakt, ligt het meest in de rede dat ieder van partijen belast wordt met de helft van de kosten van de deskundigen. De rechtbank zal dan ook dienovereenkomstig bepalen dat elk van partijen de helft van de kosten van de deskundigen aan de griffier moeten voldoen.

3De beslissing

De rechtbank 3.1. veroordeelt [verzoeker] tot betaling van € 5.235,01, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 56.99.90.491 ten name van Arrondissement 521 Amsterdam, onder vermelding van "kosten deskundige" en het zaak- en rekestnummer, 3.2. veroordeelt Achmea tot betaling van € 5.235,01, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 56.99.90.491 ten name van Arrondissement 521 Amsterdam, onder vermelding van "kosten deskundige" en het zaak- en rekestnummer. Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2013.