Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2013:8950 ECLI:NL:RBAMS:2013:8950 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2013:8950 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2013:8950
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 13-168 ingeschreven verzoek van: [verzoekster], zaakdoende te Amsterdam, verzoekster, gemachtigde mr. R. Moszkowicz, welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.W.H. Vink in zijn hoedanigheid van rolrechter. Verloop van de procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:  Het schriftelijke wrakingsverzoek van 18 juni 2013;  Een kopie van een verkorte rollijst van 29 mei 2012 met daarin opgenomen een mondeling gegeven afwijzende rolbeschikking op een verzoek van verzoekster tot nader uitstel voor het nemen van een conclusie van antwoord;

Legislator headnote

AI generated

artikel 39 lid 1 Rv, artikel 39 lid 5 Rv; ECLI:NL:RBAMS:2013:8950 · Rechtbank Amsterdam: Voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 39 lid 1 Rv bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling gegeven recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de wrakingskamer niet toe omdat het verzoek aanstonds niet ontvankelijk wordt verklaard.

Keywords

AI generated
withdrawal of revision request reconsideration withdrawal of criminal complaint late recusal request appealability of remand decision right to a decision

Cited Legislation

AI generated
artikel 39 lid 1 Rv
Voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 39 lid 1 Rv bestaat geen aanleiding.
artikel 39 lid 5 Rv
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 13-168 ingeschreven verzoek van: [verzoekster], zaakdoende te Amsterdam, verzoekster, gemachtigde mr. R. Moszkowicz, welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.W.H. Vink in zijn hoedanigheid van rolrechter. Verloop van de procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:  Het schriftelijke wrakingsverzoek van 18 juni 2013;  Een kopie van een verkorte rollijst van 29 mei 2012 met daarin opgenomen een mondeling gegeven afwijzende rolbeschikking op een verzoek van verzoekster tot nader uitstel voor het nemen van een conclusie van antwoord;

 een brief van de griffier van 18 juni 2013 waarin opgenomen een afwijzende beslissing van de rolrechter op een verzoek van verzoekster om herziening van de rolbeschikking van 29 mei 2012. 1Feiten Klaagster is gedaagde partij in een zaak die onder rolnummer 1418131 HA EXPL 13-296 bij de rechtbank in behandeling is. De zaak is op 12 maart 2013 bij de rechtbank aangebracht. De zaak is vervolgens naar de rol verwezen van 24 april 2013 voor het nemen van een conclusie van antwoord. Na een verzoek om aanhouding, is de zaak op de rol van 24 april 2013 verwezen naar de rol van 29 mei 2013 met de mededeling dat in beginsel geen verder uitstel zou worden toegestaan.

Op 28 mei 2013 heeft verzoekster opnieuw een verzoek tot aanhouding gedaan welk verzoek op de rol van 29 mei 2013 door de rolrechter is afgewezen. De zaak is vervolgens verwezen naar de rol van 26 juni 2013 voor het wijzen van vonnis. Bij brief van 12 juni 2013 heeft verzoekster herziening van de afwijzende rolbeschikking van 29 mei 2013 verzocht. Bij brief van 18 juni 2013 heeft de rolrechter bij monde van de griffier het verzoek afgewezen. 2De beoordeling van (de ontvankelijkheid van) het verzoek 2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), kan een rechter die een zaak in behandeling heeft, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 2.2 Een wraking kan worden verzocht ten aanzien van iedere rechter die een zaak behandelt.

Onder iedere rechter wordt in dit verband verstaan iedere rechter die "bemoeienis heeft met de desbetreffende zaak". Dat kan dus ook gelden voor een rolrechter. 2.3 Echter, nadat de rolrechter in kwestie zijn rolbeschikking heeft gegeven en bevestigd, moet zijn bemoeienis met de zaak geacht worden te zijn beëindigd. Daarmee komt de mogelijkheid van wraking te vervallen. Volgens vaste opvatting immers kan een wrakingsverzoek niet meer worden ingediend, als de betreffende rechter (zijn aandeel in) de behandeling van de zaak heeft beëindigd. Het doel van een wraking - de rechter verdere behandeling van de zaak te beletten – kan dan namelijk niet meer aan de orde zijn. 2.3 Het onderhavige verzoek dient naar het oordeel van de wrakingskamer daarom aanstonds als niet ontvankelijk te worden afgewezen.

3. Voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 39 lid 1 Rv bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling gegeven recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de wrakingskamer niet toe omdat het verzoek aanstonds niet ontvankelijk wordt verklaard.

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De wrakingskamer:  Verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking. Aldus gegeven door mrs. E.R.S.M. Marres, voorzitter, R.H. de Vries en A.W.J. Ros, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2013 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.