ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6337 · Rechtbank Amsterdam
Legislator summary
AI generatedGeldigheid van de dagvaarding Uit het onderzoek ter terechtzitting is het volgende gebleken. De oproeping van verdachte voor de onderhavige terechtzitting is op 22 oktober 2012 aangeboden op het adres waar verdachte was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Vervolgens is de akte van uitreiking op 23 oktober uitgereikt aan de griffier van de rechtbank en is daarin vermeld dat was gebleken dat de verdachte op de dag van aanbieding en ten minste vijf dagen daarna als ingezetene was ingeschreven op het in de mededeling vermelde adres. Met die uitreiking is dus niet, zoals ingevolge artikel 588 lid 3 sub c Wetboek van Strafvordering wel is vereist, minstens vijf dagen gewacht. Daarmee is de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend, zodat die dagvaarding, nu verdachte niet op de terechtzitting is verschenen, nietig dient te worden verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBAMS:2012:BY6337 · Rechtbank Amsterdam: RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/850946-11 Datum uitspraak: 7 november 2012 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer (Europese Kamer Strafrecht), in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [plaats] op [1985], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode] [plaats].
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/850946-11 Datum uitspraak: 7 november 2012 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer (Europese Kamer Strafrecht), in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [plaats] op [1985], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode] [plaats].
1. Geldigheid van de dagvaarding Uit het onderzoek ter terechtzitting is het volgende gebleken. De oproeping van verdachte voor de onderhavige terechtzitting is op 22 oktober 2012 aangeboden op het adres waar verdachte was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Vervolgens is de akte van uitreiking op 23 oktober uitgereikt aan de griffier van de rechtbank en is daarin vermeld dat was gebleken dat de verdachte op de dag van aanbieding en ten minste vijf dagen daarna als ingezetene was ingeschreven op het in de mededeling vermelde adres. Met die uitreiking is dus niet, zoals ingevolge artikel 588 lid 3 sub c Wetboek van Strafvordering wel is vereist, minstens vijf dagen gewacht. Daarmee is de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend, zodat die dagvaarding, nu verdachte niet op de terechtzitting is verschenen, nietig dient te worden verklaard.
2. Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart de oproeping nietig. Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter, mrs. H.P. Kijlstra en T.H. van Voorst Vader, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.N. van Gelderen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 november 2012. De voorzitter is buiten staat te ondertekenen.