ECLI:NL:RBAMS:2012:9197 · Rechtbank Amsterdam
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 12-435 ingeschreven verzoek tot wraking van: [verzoeker], verzoeker, wonende te [woonplaats]. 1De procedure 1.1 Bij de rechtbank Amsterdam, sector kantonzaken is onder zaaknummer CV 12-17103 een procedure aanhangig geweest tussen N.V. Univé Zorg als eiseres en verzoeker als gedaagde. Op 22 oktober 2012 heeft de kantonrechter eindvonnis gewezen in voormelde zaak. 1.2 Bij ongedateerde brief ingekomen op 21 november 2012 heeft verzoeker de wraking van de kantonrechter verzocht.
Legislator headnote
AI generatedartikel 39 lid 5 Rv; ECLI:NL:RBAMS:2012:9197 · Rechtbank Amsterdam: Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De wrakingskamer: verklaart verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort voorzitter, M.J. Diemer en C.L.J.M. de Waal, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2012 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 12-435 ingeschreven verzoek tot wraking van: [verzoeker], verzoeker, wonende te [woonplaats]. 1De procedure 1.1 Bij de rechtbank Amsterdam, sector kantonzaken is onder zaaknummer CV 12-17103 een procedure aanhangig geweest tussen N.V. Univé Zorg als eiseres en verzoeker als gedaagde. Op 22 oktober 2012 heeft de kantonrechter eindvonnis gewezen in voormelde zaak. 1.2 Bij ongedateerde brief ingekomen op 21 november 2012 heeft verzoeker de wraking van de kantonrechter verzocht.
2. De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Het verzoek tot wraking is gedaan nadat in de desbetreffende zaak uitspraak was gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat uitspraak is gedaan, dient verzoeker in het verzoek met betrekking tot die zaak niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2.2 Voor een mondelinge behandeling van het verzoek bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
3. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De wrakingskamer: verklaart verzoeker niet ontvankelijk in het verzoek tot wraking. Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort voorzitter, M.J. Diemer en C.L.J.M. de Waal, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2012 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.