ECLI:NL:RBAMS:2010:BK8587 · Rechtbank Amsterdam
Legislator summary
AI generatedRechtbank Amsterdam Parketnummer: 13/401114-09 Beslissing d.d. 7 januari 2010 om 13.00 uur in de Stheemanzaal ten aanzien van het bevel tot voorlopige hechtenis. De verdediging heeft verzocht om het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen dan wel te schorsen. De voorzitter deelt als beslissing van de rechtbank het volgende mede. Ten aanzien van het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis overweegt de rechtbank als volgt. De verdenking, bezwaren en gronden, die tot het verlenen van het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid, zijn ook nu nog aanwezig.
Legislator headnote
AI generatedartikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBAMS:2010:BK8587 · Rechtbank Amsterdam: Die mate van waarschijnlijkheid doet zich naar het oordeel van de rechtbank in dit geval en op dit moment niet voor. De verdediging heeft ook een beroep gedaan op artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. Dat artikel bepaalt dat de voorlopige hechtenis niet langer mag duren dan de uiteindelijk op te leggen straf. De rechtbank oordeelt dat die situatie zich in dit geval op dit moment (nog) niet voordoet. Naar het oordeel van de rechtbank komen de grenzen van het bepaalde in dit artikel binnen drie maanden wel in beeld. De rechtbank wijst het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis af.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
Rechtbank Amsterdam Parketnummer: 13/401114-09 Beslissing d.d. 7 januari 2010 om 13.00 uur in de Stheemanzaal ten aanzien van het bevel tot voorlopige hechtenis. De verdediging heeft verzocht om het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen dan wel te schorsen. De voorzitter deelt als beslissing van de rechtbank het volgende mede. Ten aanzien van het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis overweegt de rechtbank als volgt. De verdenking, bezwaren en gronden, die tot het verlenen van het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid, zijn ook nu nog aanwezig.
Wat betreft de grond van het herhalingsgevaar (de recidivegrond) geldt naar het oordeel van de rechtbank nog onverkort wat in de eerdere beslissing van de rechter-commissaris van 8 juli 2009 is overwogen. Wat de verdediging daarover heeft aangevoerd brengt de rechtbank niet tot een andere conclusie. Over het door de verdediging aangevoerde met betrekking tot een beroep op noodweer overweegt de rechtbank als volgt. Voor het vooruitlopen op een door de rechtbank te zijner tijd te nemen beslissing op het te verwachten beroep op noodweer is in dit stadium naar het oordeel van de rechtbank vereist dat nu al zonneklaar is dat zo’n beroep zal slagen.
Die mate van waarschijnlijkheid doet zich naar het oordeel van de rechtbank in dit geval en op dit moment niet voor. De verdediging heeft ook een beroep gedaan op artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. Dat artikel bepaalt dat de voorlopige hechtenis niet langer mag duren dan de uiteindelijk op te leggen straf. De rechtbank oordeelt dat die situatie zich in dit geval op dit moment (nog) niet voordoet. Naar het oordeel van de rechtbank komen de grenzen van het bepaalde in dit artikel binnen drie maanden wel in beeld. De rechtbank wijst het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis af.
Ten aanzien van het verzoek tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank ziet onvoldoende aanleiding voor – tijdelijke – schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis. De rechtbank erkent dat de door verdachte aangevoerde persoonlijke belangen zwaarwegend zijn. Daartegenover staat het maatschappelijk belang dat is gediend met voortduring van de voorlopige hechtenis. De rechtbank oordeelt dat dat maatschappelijk belang vooralsnog dient te prevaleren boven de persoonlijke belangen van verdachte.
De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis af. Dit laat onverlet de mogelijkheid dat verdachte de inrichting voor korte tijd kan verlaten in verband met persoonlijke omstandigheden zoals genoemd.