Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9959 ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9959 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9959 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9959
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.497.159-2005 RK nummer: 05/1337 BESLISSING De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op 18 april 2005 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoek tot opheffing c.q. schorsing van de detentie uit hoofde van de Overleveringswet (OLW) van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, verblijvend op het [adres], gedetineerd in de penitentiaire inrichting “Flevoland”, huis van bewaring “Lelystad” te Lelystad. De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9959 · Rechtbank Amsterdam: Gelet op de behandeling in raadkamer op 22 april 2005, waar zijn gehoord de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. J. Pauw, advocaat te Amsterdam. De rechtbank is overweegt het volgende: Nu artikel 15 OLW slechts voorlopige aanhouding toelaat op basis van signalering in het Schengen Informatie Systeem (S.I.S.) is zowel de aanhouding van de opgeëiste persoon op 5 april 2005 als de inverzekeringstelling ex artikel 21 OLW op 7 april 2005 onrechtmatig en dient de detentie met onmiddellijke ingang te worden opgeheven. De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie dan ook toewijzen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.497.159-2005 RK nummer: 05/1337 BESLISSING De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op 18 april 2005 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoek tot opheffing c.q. schorsing van de detentie uit hoofde van de Overleveringswet (OLW) van: [opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, verblijvend op het [adres], gedetineerd in de penitentiaire inrichting “Flevoland”, huis van bewaring “Lelystad” te Lelystad. De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.

Gelet op de behandeling in raadkamer op 22 april 2005, waar zijn gehoord de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. J. Pauw, advocaat te Amsterdam. De rechtbank is overweegt het volgende: Nu artikel 15 OLW slechts voorlopige aanhouding toelaat op basis van signalering in het Schengen Informatie Systeem (S.I.S.) is zowel de aanhouding van de opgeëiste persoon op 5 april 2005 als de inverzekeringstelling ex artikel 21 OLW op 7 april 2005 onrechtmatig en dient de detentie met onmiddellijke ingang te worden opgeheven. De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie dan ook toewijzen.

BESLISSING: WIJST TOE het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] voornoemd. Deze beslissing is genomen op 22 april 2005 door: mr. E.D. Bonga-Sigmond, voorzitter, mrs. R.B. Kleiss en B.M. Vroom-Cramer, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier.