Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBALM:1999:AF0080 ECLI:NL:RBALM:1999:AF0080 AI generated

ECLI:NL:RBALM:1999:AF0080 · Rechtbank Almelo

Case Number ECLI:NL:RBALM:1999:AF0080
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Arrondissementsrechtbank te Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken; X., geboren op ..., wonende te P., verzoeker, heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken. Het verzoek is behandeld op de terechtzitting van 15 december 1999, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. De beoordeling: De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende: Op 25 november 1997 is verzoeker door de rechtbank veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden en een ontnemingsvordering van f.10.000,00, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBALM:1999:AF0080 · Rechtbank Almelo: Het verzoek is behandeld op de terechtzitting van 15 december 1999, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. De beoordeling: De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende: Op 25 november 1997 is verzoeker door de rechtbank veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden en een ontnemingsvordering van f.10.000,00, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Arrondissementsrechtbank te Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken; X., geboren op ..., wonende te P., verzoeker, heeft een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken. Het verzoek is behandeld op de terechtzitting van 15 december 1999, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. De beoordeling: De rechtbank is van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende: Op 25 november 1997 is verzoeker door de rechtbank veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden en een ontnemingsvordering van f.10.000,00, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

In hoger beroep is dit vonnis bekrachtigd. Verzoeker heeft daartegen cassatie ingediend, waarop nog niet is beslist. Momenteel is verzoeker in voorlopige hechtenis gesteld op verdenking van diefstal. Ter zitting hebben verzoeker en zijn echtgenote aangegeven dat verzoeker verslaafd is geweest aan heroïne. Verzoeker heeft verteld al lang niet meer te gebruiken; maar wel in 1997 een terugval te hebben gehad. Daardoor zijn toen ook de schulden ontstaan. Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht stelt de rechtbank vast dat het aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.

Omdat de schulden in een vrij recent verleden zijn ontstaan, kan aan dat feit in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling niet voorbij gegaan worden. Bovendien zal verzoeker zich niet aan de (inspanningen) verplichtingen opgelegd in de wettelijke schuldsaneringsregeling kunnen voldoen omdat hij is gedetineerd. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen. De beslissing: Wijst het verzoek af; Gewezen door mr. A.R. van der Winkel, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terchtzitting van woensdag 22 december 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.