Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789 ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789 AI generated

ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789 · Rechtbank Alkmaar

Case Number ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK TE ALKMAAR Sector civiel recht PG zaak- en rekestnummer: 130712 / FA RK 11-683 datum: 10 augustus 2011 Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken in de zaak van: [VERZOEKERS], echtelieden, beiden wonende te [WOONPLAATS VERZOEKERS]. De echtelieden zullen verder ook worden aangeduid als verzoekers. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE Ter griffie van de rechtbank is op 21 juli 2011 het verzoekschrift afkomstig van Mr. J.Th. Lamers, notaris te Zaandam, gemeente Zaanstad, ingekomen. Bij het verzoekschrift bevinden zich een ontwerp van een notariële akte van huwelijkse voorwaarden en een bewijsstuk (een gewaarmerkt afschrift uit de basisadministratie van de gemeente) met betrekking tot de huwelijksvoltrekking tussen verzoekers.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBALK:2011:BT8789 · Rechtbank Alkmaar: Volgens artikel 3 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 14 maart 1978 wordt het huwelijksvermogensregime van verzoekers beheerst door het interne recht dat zij vóór het huwelijk hebben aangewezen. Uit de stukken is de rechtbank niet gebleken dat door verzoekers een dergelijke aanwijzing voor toepassing van Nederlands recht is gedaan. Nu van een dergelijke aanwijzing niet blijkt, is ingevolge artikel 4 lid 1 van genoemd Verdrag het interne recht van de staat van hun eerste huwelijksdomicilie, te weten Canada, op hun huwelijksgoederenregime van toepassing.

Keywords

AI generated
marriage of convenience matrimonial property regime impediment to marriage right to naturalisation customary marriage departure of spouse
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK TE ALKMAAR Sector civiel recht PG zaak- en rekestnummer: 130712 / FA RK 11-683 datum: 10 augustus 2011 Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken in de zaak van: [VERZOEKERS], echtelieden, beiden wonende te [WOONPLAATS VERZOEKERS]. De echtelieden zullen verder ook worden aangeduid als verzoekers. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE Ter griffie van de rechtbank is op 21 juli 2011 het verzoekschrift afkomstig van Mr. J.Th. Lamers, notaris te Zaandam, gemeente Zaanstad, ingekomen. Bij het verzoekschrift bevinden zich een ontwerp van een notariële akte van huwelijkse voorwaarden en een bewijsstuk (een gewaarmerkt afschrift uit de basisadministratie van de gemeente) met betrekking tot de huwelijksvoltrekking tussen verzoekers.

DE BEHANDELING VAN DE ZAAK Verzoekers vragen de rechtbank goed te keuren het maken van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk. Zij stellen dat zij in Canada zijn gehuwd, zonder vooraf huwelijkse voorwaarden te hebben gemaakt, zodat zij in de wettelijke gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Zij willen thans deze wettelijke gemeenschap opheffen en huwelijkse voorwaarden maken. OVERWEGINGEN De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw de Canadese. Verzoekers zijn op 10 juli 1993 in Canada gehuwd en hebben hun eerste huwelijksdomicilie kennelijk in Canada gehad; blijkens de uittreksels uit de basisadministratie hebben zij zich immers eerst op 3 augustus 2003 in Nederland laten inschrijven.

Volgens artikel 3 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van 14 maart 1978 wordt het huwelijksvermogensregime van verzoekers beheerst door het interne recht dat zij vóór het huwelijk hebben aangewezen. Uit de stukken is de rechtbank niet gebleken dat door verzoekers een dergelijke aanwijzing voor toepassing van Nederlands recht is gedaan. Nu van een dergelijke aanwijzing niet blijkt, is ingevolge artikel 4 lid 1 van genoemd Verdrag het interne recht van de staat van hun eerste huwelijksdomicilie, te weten Canada, op hun huwelijksgoederenregime van toepassing.

Het Canadees recht kent geen gemeenschap van goederen. Verzoekers dienen derhalve niet-ontvankelijk verklaard te worden in hun verzoek tot opheffing van de gemeenschap van goederen. De rechtbank komt daardoor evenmin toe aan het verlenen van goedkeuring voor het maken van huwelijkse voorwaarden. DE BESLISSING De rechtbank: Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.J. van Lieshout-Segers, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.