Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2026:65 ECLI:NL:PHR:2026:65 AI generated

ECLI:NL:PHR:2026:65 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2026:65
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/03219 Zitting 13 januari 2026 CONCLUSIE V.M.A. Sinnige In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 8 augustus 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-002748-22) wegens: 3. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”; 4. “medeplegen van gewoontewitwassen”; en 5.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 Sr, Art. 9 lid 4 Sr; ECLI:NL:PHR:2026:65 · Parket bij de Hoge Raad: Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.” 2.3 Art. 9 lid 4 Sr luidt: “In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen.” 2.4 Het hof heeft aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opgelegd.

Keywords

AI generated
art. 27 Sr Art. 9 lid 4 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 27 Sr
“als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd overeenkomstig art. 27 Sr, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis.
Art. 9 lid 4 Sr
De strafoplegging in zijn geheel is daarmee in strijd met art. 9 lid 4 Sr.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2018:2289
11 december 2018 Strafkamer nr.
ECLI:NL:HR:2018:2295
11 december 2018 Strafkamer nr.
ECLI:NL:HR:2019:655
23 april 2019 nr. S 17/01058 Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 februari 2017, nummer 21/004033-15, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
ECLI:NL:HR:2023:336
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 21/01003 Datum 7 maart 2023 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 maart 2021, nummer 20-000344-17, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte.
ECLI:NL:HR:2025:776
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/03095 Datum 3 juni 2025 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 juli 2023, nummer 22-003811-19, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/03219 Zitting 13 januari 2026 CONCLUSIE V.M.A. Sinnige In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 8 augustus 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-002748-22) wegens: 3. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”; 4. “medeplegen van gewoontewitwassen”; en 5.

“als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd overeenkomstig art. 27 Sr, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Het hof heeft daarnaast beslissingen genomen over de inbeslaggenomen goederen en de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 24/03216, waarin ik vandaag ook zal concluderen. 1.3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.

J.L. L'Homme en J.E. Kötter, beiden advocaat in Amsterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld. 2Het middel 2.1 Het middel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een langere duur dan zes maanden te combineren met een taakstraf. 2.2 Het bestreden arrest houdt over de strafoplegging onder meer het volgende in: “Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.” 2.3 Art. 9 lid 4 Sr luidt: “In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen.” 2.4 Het hof heeft aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opgelegd.

Het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel bedraagt dus meer dan 6 maanden. Daarnaast heeft het hof een taakstraf van 180 uren opgelegd. De strafoplegging in zijn geheel is daarmee in strijd met art. 9 lid 4 Sr. 2.5 Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. 3Slotsom 3.1 Het middel slaagt. 3.2 Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven. 3.3 Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G Vgl. HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2289, HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2295, HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:655, HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:336 en HR 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:776.