Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2026:504 ECLI:NL:PHR:2026:504 AI generated

ECLI:NL:PHR:2026:504 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2026:504
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/03616 Zitting 10 maart 2026 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 12 september 2024 (parketnr. 23-002637-21) het vonnis van de rechtbank van 15 september 2021 bevestigd behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en de daarmee samenhangende schadevergoedingsmaatregel.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 Sr, art. 452 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2026:504 · Parket bij de Hoge Raad: Het hof heeft de verdachte daarmee veroordeeld wegens “door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt terwijl hij enige handeling onderneemt tot het verwezenlijken van die ontmoeting” tot een gevangenisstraf van 81 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.

Keywords

AI generated
art. 27 Sr art. 452 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 27 Sr
art. 452 lid 2 Sv
2.2 De door de advocaat ingediende schriftuur voldoet niet aan de eisen van art. 452 lid 2 Sv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/03616 Zitting 10 maart 2026 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 12 september 2024 (parketnr. 23-002637-21) het vonnis van de rechtbank van 15 september 2021 bevestigd behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en de daarmee samenhangende schadevergoedingsmaatregel.

Het hof heeft de verdachte daarmee veroordeeld wegens “door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt terwijl hij enige handeling onderneemt tot het verwezenlijken van die ontmoeting” tot een gevangenisstraf van 81 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr. 1.2 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte.

R.A. Bruinsma, advocaat in Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. 2De ontvankelijkheid van het cassatieberoep 2.1 Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. 2.2 De door de advocaat ingediende schriftuur voldoet niet aan de eisen van art. 452 lid 2 Sv. Hij heeft namelijk niet verklaard door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om namens hem een schriftuur in te dienen. 2.3 Aan de advocaat is – overeenkomstig art. 4.3.3.4 van het Procesreglement van de Hoge Raad – bij portaalbericht van 25 maart 2025 de gelegenheid geboden het verzuim binnen een termijn van veertien dagen te herstellen.

Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Dat leidt ertoe dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep. 3Slotsom 3.1 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG