Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2025:526 ECLI:NL:PHR:2025:526 AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:526 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2025:526
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/01584 Zitting 13 mei 2025 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 10 april 2024 (22-002296-22) door het gerechtshof Den Haag wegens “wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen” veroordeeld zonder oplegging van een straf of maatregel. 1.2 Deze zaak betreft één van de acht demonstratiezaken waarin ik vandaag concludeer.

Legislator headnote

AI generated

art. 138 Sr, Art. 138 lid 1 Sr; ECLI:NL:PHR:2025:526 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel is vergelijkbaar met dat in de zaak 24/01580. 2.2 Art. 138 lid 1 Sr is opgenomen in Titel V van Boek 2 (“Misdrijven tegen de openbare orde”) en luidt: “Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.” 2.3 Het middel faalt. De redenen daarvoor staan in mijn conclusie van vandaag in de zaak 24/01580, ECLI:NL:PHR:2025:518. 3Slotsom 3.1 Het middel faalt. 3.2 Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen. 3.3 Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Keywords

AI generated
art. 138 Sr Art. 138 lid 1 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 138 Sr
2Het middel 2.1 Het middel klaagt in de kern over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat art. 138 Sr buiten toepassing moet blijven vanwege onverenigbaarheid van de vervolging met onder meer art.
Art. 138 lid 1 Sr
2Het middel 2.1 Het middel klaagt in de kern over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat art. 138 Sr buiten toepassing moet blijven vanwege onverenigbaarheid van de vervolging met onder meer art.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:PHR:2025:518
De redenen daarvoor staan in mijn conclusie van vandaag in de zaak 24/01580, ECLI:NL:PHR:2025:518.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/01584 Zitting 13 mei 2025 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 10 april 2024 (22-002296-22) door het gerechtshof Den Haag wegens “wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen” veroordeeld zonder oplegging van een straf of maatregel. 1.2 Deze zaak betreft één van de acht demonstratiezaken waarin ik vandaag concludeer.

In al deze zaken heeft het gerechtshof Den Haag op dezelfde dag uitspraak gedaan. Het gaat in zes zaken over een demonstratie op 20 oktober 2020 in het toenmalige ministerie van Economische Zaken en Klimaat (24/01578, 24/01579, 24/01580, 24/01581, 24/01582 en 24/01583), waarvan één ook over een demonstratie op 11 juni 2019 in de Tweede Kamer (24/01578), en in twee zaken over demonstraties op 9 juli 2022 in gebouwen die in gebruik waren bij de ING Bank (24/01584 en 24/01632). 1.3 Namens de verdachte heeft W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, in de voorliggende zaak één middel van cassatie voorgesteld. 2Het middel 2.1 Het middel klaagt in de kern over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat art. 138 Sr buiten toepassing moet blijven vanwege onverenigbaarheid van de vervolging met onder meer art. 10 en 11 EVRM.

Het middel is vergelijkbaar met dat in de zaak 24/01580. 2.2 Art. 138 lid 1 Sr is opgenomen in Titel V van Boek 2 (“Misdrijven tegen de openbare orde”) en luidt: “Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.” 2.3 Het middel faalt. De redenen daarvoor staan in mijn conclusie van vandaag in de zaak 24/01580, ECLI:NL:PHR:2025:518. 3Slotsom 3.1 Het middel faalt. 3.2 Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen. 3.3 Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG