Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2025:416 ECLI:NL:PHR:2025:416 AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:416 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2025:416
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/04745 Zitting 8 april 2025 CONCLUSIE M.E. van Wees In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, hierna: de verdachte. Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 13 december 2022 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1 subsidiair en 4 subsidiair "medeplichtigheid aan diefstal", veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Het hof heeft daarnaast de onttrekking aan het verkeer van diverse in beslag genomen voorwerpen bevolen, de teruggave aan de verdachte van een aantal in beslag genomen voorwerpen gelast, een vordering van de benadeelde partij toegewezen en in dat verband een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en een benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. 1.2 Er bestaat samenhang met zaak 22/04744.

Legislator headnote

AI generated

art. 6 lid 1 EVRM; ECLI:NL:PHR:2025:416 · Parket bij de Hoge Raad: Bij het uitblijven van een dergelijke verklaring heeft het hof uit deze vaststellingen kunnen afleiden dat de verdachte zowel opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn bij het plegen van deze autodiefstallen van Volkswagens als opzet op het wegnemen door de [medeverdachte] van deze auto’s. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Afronding 3. 3.1 Het middel faalt. Het middel gaat over feiten waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en daarom ligt afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO niet voor de hand. 3.2 Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaar is verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, zodat de redelijke termijn in cassatie als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden.

Keywords

AI generated
art. 6 lid 1 EVRM

Cited Legislation

AI generated
art. 6 lid 1 EVRM
3.2 Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaar is verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, zodat de redelijke termijn in cassatie als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHAMS:2022:3627
afdeling strafrecht parketnummer: 23-001961-19 datum uitspraak: 13 december 2022 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-018845-19 tegen [verdachte01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1977, adres: [adres01] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2022 en 29 november 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis, waarbij de verdachte integraal is vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep De officier van justitie heeft onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2022 heeft de advocaat-generaal medegedeeld dat het hoger beroep zich niet richt tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde; hij heeft het hof verzocht de officier van justitie voor wat betreft het onder 5 tenlastegelegde op grond van artikel 416, derde lid, Sv niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Het hof leidt uit het bovenstaande af dat er bij het openbaar ministerie geen bezwaren bestaan tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 5 tenlastegelegde. Daarom zal het hof, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de behandeling van dat feit, de officier van justitie gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid, Sv niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 tenlastegelegde. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte – voor zover in hoger beroep inhoudelijk nog aan de orde – tenlastegelegd dat: 1 primair hij, op of omstreeks 10 oktober 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken01] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; 1 subsidiair [medeverdachte01] , op of omstreeks 10 oktober 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken01] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 oktober 2018 te Hoofddorp, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door als bestuurder van een personenauto die [medeverdachte01] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen en/of (vervolgens) naast het weg te nemen voertuig te parkeren en/of die [medeverdachte01] in de buurt van het weg te nemen voertuig af te zetten en/of terwijl die [medeverdachte01] het weg te nemen voertuig openbreekt, op hem te wachten en/of voor afleiding te zorgen en/of daar op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte01] die het weggenomen voertuig bestuurt, te begeleiden bij de aftocht na het misdrijf; 2 primair hij, op of omstreeks 11 juli 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Golf GTI (gekentekend: [kenteken02] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde02] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; 2 subsidiair [medeverdachte01] ,, op of omstreeks 11 juli 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Golf GTI (gekentekend: [kenteken02] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde02] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 juli 2018 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door als bestuurder van een personenauto die [medeverdachte01] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen en/of (vervolgens) naast het weg te nemen voertuig te parkeren en/of die [medeverdachte01] in de buurt van het weg te nemen voertuig af te zetten en/of terwijl die [medeverdachte01] het weg te nemen voertuig openbreekt, op hem te wachten en/of voor afleiding te zorgen en/of daar op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte01] die het weggenomen voertuig bestuurt, te begeleiden bij de aftocht na het misdrijf; 3 primair hij, op of omstreeks 6 augustus 2018 te Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken03] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; 3 subsidiair [medeverdachte01] ,, op of omstreeks 6 augustus 2018 te Haarlem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken03] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 augustus 2018 te Haarlem, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door als bestuurder van een personenauto die [medeverdachte01] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen en/of (vervolgens) naast het weg te nemen voertuig te parkeren en/of die [medeverdachte01] in de buurt van het weg te nemen voertuig af te zetten en/of terwijl die [medeverdachte01] het weg te nemen voertuig openbreekt, op hem te wachten en/of voor afleiding te zorgen en/of daar op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte01] die het weggenomen voertuig bestuurt, te begeleiden bij de aftocht na het misdrijf; 4 primair hij, op of omstreeks 5 oktober 2018 te Hoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken04] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer02] en/of [slachtoffer03] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; 4 subsidiair [medeverdachte01] , op of omstreeks 5 oktober 2018 te Hoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken04] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer02] en/of [slachtoffer03] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, door gebruik te maken van een nagemaakte sleutel; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 5 oktober 2018 te Hoorn, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door als bestuurder van een personenauto die [medeverdachte01] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen en/of (vervolgens) naast het weg te nemen voertuig te parkeren en/of die [medeverdachte01] in de buurt van het weg te nemen voertuig af te zetten en/of terwijl die [medeverdachte01] het weg te nemen voertuig openbreekt, op hem te wachten en/of voor afleiding te zorgen en/of daar op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte01] die het weggenomen voertuig bestuurt, te begeleiden bij de aftocht na het misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot andere beslissingen komt dan de rechtbank. Bewijsoverwegingen Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde autodiefstallen wettig en overtuigend bewezen kan worden door het toepassen van een schakelbewijsconstructie. Tussen de feiten bestaan immers belangrijke overeenkomsten. De gestolen auto was steeds van het merk Volkswagen en in vier gevallen betrof het ook nog eens een Volkswagen Multivan. De verdachte was steeds samen met de medeverdachte [medeverdachte01] (hierna: [medeverdachte01] ) in de buurt van waar de diefstal wordt gepleegd. De verdachte kwam steeds aan in zijn auto en zorgde voor het transport van [medeverdachte01] . [medeverdachte01] knapte het vuile werk op en vertrok met de gestolen auto. Beide verdachten verlieten steeds nagenoeg tegelijkertijd de plaats delict. De verdachte wachtte namelijk steeds tot [medeverdachte01] ook wegreed. De auto’s werden in bepaalde gevallen niet direct overgebracht naar een heler, maar eerst ‘koud gezet’, waarbij voor twee auto’s gold dat dat gebeurde op dezelfde parkeerplaats aan de [adres02] te Amsterdam. Twee auto’s werden bovendien buiten de Randstad gebracht. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de verdachte integraal vrij te spreken. Daartoe is, kort gezegd, het volgende aangevoerd. Een veroordeling kan hier niet worden gebaseerd op het gebruik van schakelbewijs, waarvoor geldt dat de overeenkomende modus operandi voldoende specifiek moet zijn. Daarvan is in deze zaak geen sprake. Vervolgens geldt dat de verdachte zijn betrokkenheid bij elke tenlastegelegde autodiefstal betwist en het dossier geen bewijsmiddelen biedt voor betrokkenheid of wetenschap van de verdachte anderszins, zodat hij ook bij een afzonderlijke beoordeling van de feiten integraal vrijgesproken dient te worden. Van medeplegen en medeplichtigheid kan ook geen sprake zijn, omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt welke rol de verdachte in het geheel heeft gehad. Indien het hof aan de verdachte de rol van afzetter van [medeverdachte01] toedicht, is ook dit onvoldoende om tot het bewijs van medeplichtigheid te komen, omdat het enkele afzetten van een persoon niet betekent dat de verdachte de wetenschap had dat deze persoon kennelijk daarna een voertuig zou stelen. Oordeel van het hof Niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de autodiefstallen die zijn gepleegd op 11 juli 2018 en 6 augustus 2018, zodat hij van die diefstallen en de medeplichtigheid daaraan (en dus van het onder 2 en 3 tenlastegelegde) wordt vrijgesproken. Dit geldt naar het oordeel van het hof echter niet voor de autodiefstallen die zijn gepleegd op 5 en 10 oktober 2018. Dat oordeel berust op het volgende. Op 5 oktober 2018 kwam een BMW 7 Serie aanrijden bij een parkeerplaats te Hoorn, alwaar een Volkswagen Multivan met kenteken [kenteken04] stond geparkeerd. Op camerabeelden is te zien dat de BMW was voorzien van opvallende vijfspaaks velgen. Kort daarna kwam vanuit de richting waar de BMW was gestopt een persoon aanlopen, later herkend als zijnde [medeverdachte01] . Deze persoon – [medeverdachte01] – stopte heel even bij de achterkant van de Volkswagen Multivan, liep verder om daarna weer terug te lopen naar die auto. Hij bukte daarna bij de achterzijde van de Volkswagen Multivan en verrichtte diverse handelingen. Vervolgens liep hij weg en reed de BMW in en uit beeld. Even later liep [medeverdachte01] weer naar de Volkswagen Multivan, stapte in en reed hij weg. Op camerabeelden bij de parkeerplaats van het [hotel01] hotel aan de [adres02] te Amsterdam is te zien dat [medeverdachte01] de Volkswagen Multivan later die avond aldaar heeft geparkeerd. Op camerabeelden van die parkeerplaats van 6 oktober 2018 is te zien dat de verdachte aan kwam rijden in een BMW 7 Serie, met dezelfde soort opvallende velgen als die van de BMW op de camerabeelden van 5 oktober 2018. Ook is te zien dat [medeverdachte01] en de verdachte even later interactie met elkaar en met twee andere mannen op de parkeerplaats hadden. Na deze interactie is te zien dat één van deze twee mannen de parkeerplaats in een Volkswagen Caddy verliet, direct gevolgd door de weggenomen Volkswagen Multivan. Meteen daarna hebben de verdachte en [medeverdachte01] in de BMW de parkeerplaats verlaten. Op 10 oktober 2018 kwam de verdachte om 14.51 uur met een bijrijder het parkeerterrein van het [hotel02] Hotel te Hoofddorp oprijden in een BMW 7 Serie. Deze BMW had opvallende vijfspaaksvelgen. De verdachte zat achter het stuur en de andere persoon zat op de bijrijdersstoel. De verdachte parkeerde de BMW om 14.53.33 uur naast een Volkswagen Multivan met kenteken [kenteken01] . De andere persoon, later herkend als zijnde [medeverdachte01] , heeft vervolgens handelingen verricht bij de Volkswagen Multivan. De verdachte is om 15.01.37 uur in de BMW het parkeervak uitgereden, direct gevolgd door de Volkswagen Multivan. Om 15:02:28 uur is bij de slagboom van het parkeerterrein te zien dat de verdachte achter het stuur van de BMW zat en dat er niemand naast hem op de bijrijdersstoel zat. Om 15.03.09 uur verdween hij uit beeld. Hier direct achteraan – om 15.03.29 uur – verliet de Volkswagen Multivan met [medeverdachte01] achter het stuur het parkeerterrein. Beide auto’s gingen nadat zij onder de slagboom waren doorgereden rechtsaf. Het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof redengevend voor de conclusie dat de verdachte op 5 en 10 oktober 2018 als medeplichtige betrokken is geweest bij de twee voornoemde autodiefstallen. Door [medeverdachte01] naar de plaats van de weg te nemen voertuigen te brengen, onder de omstandigheden zoals hiervoor beschreven, heeft de verdachte zowel opzet gehad op het behulpzaam zijn bij het plegen van deze autodiefstalen, als opzet op het wegnemen door [medeverdachte01] van de auto’s. De verdachte heeft niet een verifieerbare, die redengevendheid ontzenuwende verklaring afgelegd. Zijn lezing van de feiten vindt haar weerlegging in de bewijsmiddelen. Aan de overtuiging van het hof dat de verdachte medeplichtig is geweest bij het plegen van de autodiefstallen van 5 en 10 oktober 2018 draagt bij dat hij en de medeverdachte in een korte periode samen betrokken zijn geweest bij meerdere autodiefstallen van Volkswagens en dat bij verschillende doorzoekingen is gebleken dat beiden in het bezit waren van voorwerpen die geschikt zijn voor het openen en wegnemen van Volkswagens zonder in bezit te zijn van de eigenlijke sleutel. Van het strafverzwarende omstandigheid braak, verbreking en/of gebruik van een valse sleutel spreekt het hof de verdachte vrij, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs daarvoor. Dit geldt ook voor de tenlastegelegde deelnemingsvorm medeplegen, omdat het hof niet heeft kunnen vaststellen dat de bijdrage van de verdachte aan de autodiefstallen van 5 en 10 oktober 2018 uitstijgt boven die van een medeplichtige. Het hof acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als na te melden. Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren op die punten. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1 subsidiair [medeverdachte01] , op 10 oktober 2018 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken01] ), toebehorende aan [benadeelde01] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, bij het plegen van welk misdrijf de verdachte op 10 oktober 2018 te Hoofddorp, opzettelijk behulpzaam is geweest, door als bestuurder van een personenauto [medeverdachte01] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen en naast het weg te nemen voertuig te parkeren; 4 subsidiair [medeverdachte01] , op 5 oktober 2018 te Hoorn, een Volkswagen Multivan (gekentekend: [kenteken04] ), toebehorende aan [slachtoffer02] en/of [slachtoffer03] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, bij het plegen van welk misdrijf de verdachte op 5 oktober 2018 te Hoorn, opzettelijk behulpzaam is geweest, door als bestuurder van een personenauto [medeverdachte01] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen. Hetgeen onder 1 subsidiair en 4 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair bewezenverklaarde levert telkens op: medeplichtigheid aan diefstal. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen en maatregelen De officier van justitie heeft op de terechtzitting in eerste aanleg gevorderd dat de verdachte als medepleger van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 55 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en onder het stellen van bijzondere voorwaarden. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat de verdachte als medepleger van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van het voorarrest. De raadsman heeft het hof verzocht om, indien het tot een bewezenverklaring komt, te straffen conform de eis van de officier van justitie in eerste aanleg, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Indien het hof de door de officier van justitie geëiste straf te laag mocht vinden, is het verzoek om aanvulling te zoeken in een taakstraf en niet in een (aanvullende) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij het plegen van twee autodiefstallen, door de dief telkens bij de plaats delict af te zetten. Een autodiefstal is een zeer ergerlijk feit, waardoor het eigendomsrecht van een ander wordt aangetast. Dat feit gaat voorts veelal met schade en hinder gepaard. Ook maatschappelijk gezien brengen feiten als deze financiële lasten en onrust teweeg. Sterk in het nadeel van de verdachte heeft het hof meegewogen dat de verdachte blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 15 november 2022 ter zake van vermogensdelicten, en meer specifiek ter zake van diefstallen van voertuigen, diverse malen eerder onherroepelijk is veroordeeld, ook tot langdurige gevangenisstraffen. Kennelijk heeft de verdachte van die eerdere veroordelingen weinig opgestoken en hebben deze onvoldoende indruk op de verdachte gemaakt. Bij die stand van zaken is oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur weer zonder meer passend. Het hof heeft bij het bepalen van de precieze hoogte daarvan gelet op de straffen die aan recidiverende autodieven door rechters plegen te worden opgelegd. Mede in dat licht acht het hof oplegging een gevangenisstraf van 7 maanden in beginsel passend en geboden. Daarbij is er rekening mee gehouden dat de verdachte in deze zaak niet als (mede)pleger, maar als medeplichtige aan autodiefstallen moet worden beschouwd. In hetgeen door de raadsman is aangevoerd met betrekking tot de persoonlijke situatie van de verdachte ziet het hof geen reden om deze straf te matigen of om een deel daarvan in voorwaardelijke vorm op te leggen. Dat laatste geldt temeer nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep kenbaar heeft gemaakt het stellen van bijzondere voorwaarden niet meer noodzakelijk te achten. Het hof zal dat dan ook niet doen. Het hof stelt echter wel vast dat in hoger beroep de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens is overschreden. Immers, het hoger beroep is op 22 mei 2019 door het openbaar ministerie ingesteld, terwijl het hof thans op 13 december 2022 – drie jaren en bijna zeven maanden later – arrest wijst. Het hof zal daarom de in beginsel passend geachte gevangenisstraf matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is. Beslag Onder de verdachte zijn goederen in beslag genomen, die nog niet zijn teruggegeven. De raadsman heeft het hof verzocht alle bij de verdachte in beslag genomen goederen aan hem terug te geven. Dit geldt zowel voor de personenauto van het merk BMW – die wel op de beslaglijst staat – als voor alle goederen die blijkens het politiedossier bij de verdachte in beslag zijn genomen en niet op de beslaglijst staan. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat noch over de BMW, die onder conservatoir beslag ligt, noch over de overige goederen, die niet op de beslaglijst staan, een beslissing hoeft te worden genomen. Het hof overweegt als volgt. Bij gebreke van een volledige beslaglijst geldt dat de navolgende overwegingen en beslissingen enkel betrekking hebben op de aldaar genoemde voorwerpen voor zover het beslag daarop nog niet is geëindigd. De hierna (nummers 1 tot en met 7) te noemen in beslag genomen, aan de verdachte toebehorende en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane feiten aangetroffen. Zij kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan (vooral in gezamenlijkheid daarvan) in strijd is met (de wet en) het algemeen belang. Van de hierna (nummers 8 tot en met 21) te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] De benadeelde partij [benadeelde01] heeft zich in eerste aanleg ter zake van het onder 1 tenlastegelegde in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.065,68, te vermeerderen met wettelijke rente, als vergoeding voor goederen die zich in en aan de Volkswagen Multivan bevonden ten tijde van de diefstal (bestaande uit kledingstukken ter waarde van € 213,20 en voor het overige uit een nieuwe trekhaak en afkoop GPS-abonnement). De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk in de vordering verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel en hoofdelijk moet worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht de benadeelde partij in de vordering voor wat betreft de kledingstukken (à € 213,20) niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien het onduidelijk is of de kledingstukken daadwerkelijk in de auto hebben gelegen ten tijde van de autodiefstal. Het hof overweegt als volgt. Naar het oordeel van het hof staat vast dat de verdachte het onder 1 bewezenverklaarde als medeplichtige heeft begaan en hij aldus onrechtmatig jegens de benadeelde partij heeft gehandeld. Gelet op de gemotiveerde onderbouwing van de omvang van de schade door de benadeelde partij is het hof voorts van oordeel, dat de verdachte – zonder nadere toelichting met concrete feiten en omstandigheden die ontbreekt – ter betwisting van een deel van de vordering niet enkel kan volstaan met de stelling dat het onduidelijk is of de kledingstukken daadwerkelijk in de auto hebben gelegen ten tijde van de diefstal van het voertuig. Gelet hierop ligt de vordering, die het hof ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, als onvoldoende gemotiveerd betwist voor toewijzing gereed. De verdachte is dus gehouden tot vergoeding van € 1.065,68 aan materiële schade. Dit bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen, nu de verdachte de daadwerkelijke pleger behulpzaam is geweest bij het plegen van het betreffende feit. Het toe te wijzen bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde02] De benadeelde partij [benadeelde02] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.936,00 aan materiële schade. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk in de vordering verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering in zijn geheel toe te wijzen, met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft het hof verzocht de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen het bewezenverklaarde handelen en de opgevoerde schade. Het hof overweegt als volgt. De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36d, 36f, 48, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 5 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet in zoverre opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair, 3 subsidiair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: STK Sleutel - Hu66 sleutel (het hof begrijpt, mede gelet op de uitleg op p. 377 van het doorgenummerde politiedossier: geschikt om zonder bezit van de originele sleutel autosloten te kunnen openen) (goednummer: 5600957); 1 STK Sleutel – HU66 knipsleutel met chip te gebruiken voor het kopiëren van autosleutels (goednummer: 5696713); 1 STK Sleutel - knipsleutel met chip te gebruiken voor het kopiëren van autosleutels (goednummer: 5696714); 1 STK Onderdelen voertuig – immo bypass device (het hof begrijpt mede gelet op de ter terechtzitting besproken informatie van de website van Immobypass: een apparaat om de startonderbreking van een voertuig te omzeilen) (goednummer: 5696817); 1 STK Kentekenbewijs – Duitse autopapieren met valse chassisnummers (goednummer: 5696826); 1 STK Computer/bijz.electr.app. – rf if antenna [bedrijf01] ltd (het hof begrijpt, mede gelet op de ter terechtzitting besproken informatie van de website van [bedrijf01] : apparatuur dienstig aan het openen van sloten van voertuigen van de Volkswagen-Audi-Groep) (goednummer: 5696823); 1 STK Sleutel – Hu66 blanke sleutel (het hof begrijpt: geschikt om zonder bezit van de originele sleutel autosloten te kunnen openen) (goednummer: 5696740). Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 8. 1 1 STK Personenauto [kenteken05] (Omschrijving: merk: BMW 3er Reihe, chassisnr: [nummer01] ) (goednummer: 5585371); 8. 1 2 STKS Onderdelen voertuigen – twee zwarte pennetjes met daaromheen een veer (goednummer: 5600961); 8. 1 1 STK Sleutel (goednummer: 5600954); 8. 1 1 STK Geluid en beeldapp/drager - iPhone (goednummer: 5600983); 8. 1 1 STK Geluid en beeldapp/drager – Nokia telefoon (goednummer: 5600984); 8. 1 1 STK Sleutel (goednummer: 5696770); 8. 1 1 STK Onderdelen voertuig - tellerhuis (goednummer: 5696814); 8. 1 3 STK Sleutels – twee originele sleutels en een plastic sleutel met chip (goednummer: 5696705); 8. 1 1 STK Onderdelen voertuig (goednummer: 5696709); 8. 1 1 STK Onderdelen voertuig – object overig vin nummer (goednummer: 5696716); 8. 1 1 STK Onderdelen voertuig – Poolse kentekenplaat [kenteken06] (goednummer: 5696753); 8. 1 1 STK Computer/bijz.electr.app. – USB-stick (goednummer: 5696787); 8. 1 1 STK Geluid en beeldapp/drager – iPhone 5 (goednummer: 5696711); 8. 1 1 STK Motor – Piaggio M34 (goednummer: 5696763). Vordering van de benadeelde partij [benadeelde01] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde01] ter zake van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.065,68 (duizend vijfenzestig euro en achtenzestig cent) ter zake van materiële schade , waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde01] , ter zake van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.065,68 (duizend vijfenzestig euro en achtenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 10 oktober 2018. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde02] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde02] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. R. Kuiper en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022. De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= […]
ECLI:NL:HR:2023:40
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/00595 Datum 24 januari 2023 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 februari 2022, nummer 21-001149-18, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
ECLI:NL:HR:2008:BD2578
De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch, van 15 juni 2005 - de verdachte ter zake van "gijzeling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/04745 Zitting 8 april 2025 CONCLUSIE M.E. van Wees In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, hierna: de verdachte. Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 13 december 2022 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1 subsidiair en 4 subsidiair "medeplichtigheid aan diefstal", veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Het hof heeft daarnaast de onttrekking aan het verkeer van diverse in beslag genomen voorwerpen bevolen, de teruggave aan de verdachte van een aantal in beslag genomen voorwerpen gelast, een vordering van de benadeelde partij toegewezen en in dat verband een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en een benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. 1.2 Er bestaat samenhang met zaak 22/04744.

In deze zaal zal ik vandaag ook concluderen. 1.3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat in Almere, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 2.1 Het middel komt met diverse bewijs- en motiveringsklachten op tegen het onder 1 subsidiair en onder 4 subsidiair bewezenverklaarde. 2.2 Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat: “1. subsidiair [medeverdachte] , op 10 oktober 2018 te [plaats] , een Volkswagen Multivan ( [kenteken] ), toebehorende aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, bij het plegen van welk misdrijf de verdachte op 10 oktober 2018 te [plaats] , opzettelijk behulpzaam is geweest, door als bestuurder van een personenauto [medeverdachte] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen en naast het weg te nemen voertuig te parkeren;

4. subsidiair [medeverdachte] , op 5 oktober 2018 te [plaats] , een Volkswagen Multivan ( [kenteken] ), toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, bij het plegen van welk misdrijf de verdachte op 5 oktober 2018 te [plaats] , opzettelijk behulpzaam is geweest, door als bestuurder van een personenauto [medeverdachte] naar de plaats van het weg te nemen voertuig te brengen.” 2.3 De bewezenverklaringen steunen onder meer op de volgende bewijsmiddelen: “Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde 1.

Een proces-verbaal van aangifte van 11 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, (…). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 11 oktober 2018 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 1] : Ik doe aangifte van diefstal. Ik ben eigenaar van een personenauto van het merk Volkswagen Multivan, voorzien van [kenteken] . Op 6 oktober 2018 heb ik mijn Volkswagen Multivan geparkeerd op een parkeerplaats van [A] te [plaats] . Op 10 oktober 2018 kreeg ik via de GPS-tracker de melding dat de Volkswagen in beweging was.

Op 11 oktober 2018 zag ik dat deze weg was.

2. Een proces-verbaal van bevindingen van 15 november 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, (…). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: Ik heb een onderzoek ingesteld naar de beelden van de diefstal gepleegd op 10 oktober 2018 bij het [A] [het hof begrijpt: te [plaats] ]. Vier camera's hebben beelden opgenomen tijdens de diefstal. De twee verdachten die in beeld komen, herken ik als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , en [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [plaats] .

Tevens herken ik, verbalisant, de betrokken BMW 7 Serie (E65) met [kenteken] als zijnde het voertuig van [verdachte] . Bij navraag in het RDW bleek dit voertuig ten tijde van de diefstal ook op naam van [verdachte] geregistreerd te staan. Beschrijving beelden [A] 10 oktober 2018 Om 14.51 uur komt een BMW 7 Serie middels de slagboom het parkeerterrein van het [A] hotel oprijden. Te zien is dat [verdachte] achter het stuur zit en er op de bijrijdersstoel een tweede persoon zit. De BMW 7 Serie rijdt over de parkeerplaats en parkeert om 14.53.33 uur achteruit naast een Volkswagen Multivan, voorzien van [kenteken] .

Te zien is dat er een persoon om 14.55.13 uur een persoon 14.55.13 uur een persoon aan de achterzijde van de Multivan handelingen verricht. Om 14.56.21 uur verschijnt [medeverdachte] enkele seconden aan de voorzijde van de Volkswagen Multivan en BMW 7 Serie in beeld. Óm 15.01.37 uur rijdt de, BMW 7 Serie het parkeerterrein af en slaat rechts af. Hier direct achteraan rijdt de Volkswagen Multivan met [kenteken] . 15.02.28 uur komt de BMW 7 het beeld in rijden. Te zien is dat [verdachte] in het voertuig achter het stuur zit en dat de bijrijdersstoel leeg is.

Het voertuig verlaat het parkeerterrein middels de slagboom en slaat vervolgens rechts af en verdwijnt om 15.03.09 uur rechts uit beeld. Om 15.03.29 uur komt in beeld de gestolen Volkswagen Multivan met [kenteken] aanrijden. Te zien is dat [medeverdachte] achter het stuur zit en dat de bijrijdersstoel leeg is. Het voertuig verlaat het parkeerterrein middels de slagboom en slaat vervolgens rechts af. Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde 3. Een proces-verbaal van aangifte van 6 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, (…).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 oktober 2018 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 2]: Ik doe namens [benadeelde 3] aangifte van diefstal van een Volkswagen Multivan met [kenteken] . Op 5 oktober 2018 parkeerde ik onze auto op het [a-straat] te [plaats] . Toen ik op 6 oktober 2018 bij de parkeerplek van de auto kwam zag ik dat deze verdwenen was. Onze auto is voorzien van een track&trace systeem. Direct heeft mijn man ingelogd. In het systeem kon hij zien dat de auto op 5 oktober 2018 is weggenomen.

Verder zagen wij dat de auto moest staan op de [b-straat] te [plaats] .

4. Een proces-verbaal van bevindingen van 7 november 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, (…). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: Ik heb een onderzoek ingesteld, naar de beelden van de diefstal van een auto gepleegd op 5 oktober 2018 [het hof begrijpt; te [plaats] ]. De camerabeelden van de diefstal worden in dit proces-verbaal beschreven. De verdachte die in beeld komt en de diefstal pleegt, herken ik als [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [plaats] .

Camera 1, Fisheye Noord Op een gegeven moment komt van links een BMW 7 Serie naar rechts het beeld in rijden en stopt verderop in de straat. Vervolgens rijdt de BMW 7 Serie verder en verdwijnt uit beeld. Daarna komt [medeverdachte] vanaf de straat waar de BMW 7 Serie gestopt is tussen de auto's door het trottoir op lopen en stopt hij heel even bij de achterzijde van de geparkeerde Volkswagen Multivan. Vervolgens loopt hij verder langs het pand naar de ingang. Daar kijkt hij naar binnen en loopt vervolgens weer terug naar de Volkswagen Multivan. Hij bukt bij de achterzijde van de bus en verricht diverse handelingen.

Vervolgens loopt hij bij de bus vandaan in zuidelijke richting, loopt hij wederom tussen de auto's door de straat op en verdwijnt uit beeld. Te zien is dat er een voertuig aan komt rijden uit zuidelijke richting, welke de BMW 7 Serie blijkt te zijn. Even later komt de BMW 7 Serie rijdend van rechts naar links in beeld en verdwijnt vervolgens weer uit beeld. [medeverdachte] komt vanuit noordelijke richting weer het beeld in lopen. Hij loopt direct door naar de Volkswagen Multivan en komt daar aan bij het bestuurdersportier. Te zien is dat de binnenverlichting gaat branden.

Te zien is dat hij diverse handelingen verricht. Te zien is dat het bestuurdersportier open is en dat [medeverdachte] plaatsneemt op de bestuurdersstoel. De Volkswagen Multivan rijdt vervolgens met hoge snelheid weg. Camera 3, Doorbid Kantoor BMW 7 Serie met opvallende "vijfspaaks" velgen komt in beeld en rijdt weer uit beeld.

5. Een proces-verbaal van bevindingen van 2 november 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren, (…). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten: Wij bekeken de camerabeelden van het [B] hotel, gelegen aan de [b-straat] te [plaats] , Wij bekeken deze beelden naar aanleiding van een diefstal personenauto, voorzien van [kenteken] , welk op 5 oktober 2018 gepleegd is in de [a-straat] te [plaats] . Bevinding camera 192.168.62.11 ch3 2018100521137 (parkeerplaats) Op 5 oktober 2018 zien wij dat het gestolen voertuig, een Volkswagen, type Multivan, voorzien van [kenteken] het zicht van de camera in komt rijden.

Om 21.31.47 uur zien wij een man het beeld in komen lopen die wij ambtshalve herkennen als [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [plaats] . Wij herkennen [medeverdachte] aan zijn kale hoofd, korte gedrongen postuur, mank uitziende loopje. Nadat het gestolen voertuig tussen de camera’s geplaatst is, hebben wij alleen [medeverdachte] voorbij zien lopen. Bevinding camera 192.186.62.10 ch3 2018006190006 (parkeerplaats) Wij, zien dat op 6 oktober 2018 een BMW 7 serie het beeld in komt rijden. Wij zien dat er in verhouding tot de BMW opvallend veel ruimte tussen de spaakvelgen zit.

Wij zien dat de bestuurder uit het voertuig stapt. Wij zien dat de bestuurder richting de camera komt lopen. Wij herkennen deze man aan de hand van zijn signalement ambtshalve als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] . Enige tijd later zien wij [medeverdachte] het beeld in komen lopen. Wij zien dat [medeverdachte] naar een Volkswagen Caddy toe loopt. Wij zien [medeverdachte] voor ongeveer 5 seconden bij het voertuig staan en weer omkeren. Wij zien [medeverdachte] weer richting het terras lopen. Even later zien wij [verdachte] in beeld verschijnen.

Wij zien dat [medeverdachte] en [verdachte] contact maken, dit doordat zowel [verdachte] als [medeverdachte] de gezichten naar elkaar keren. Wij zien vervolgens [medeverdachte] het beeld uit lopen en [verdachte] erachter aan. Vervolgens zien wij [verdachte] het camerabeeld in komen. Enkele meters achter [verdachte] zien, wij [medeverdachte] uit de zelfde richting als [verdachte] het camerabeeld in komen lopen. Wij zien [medeverdachte] en [verdachte] naar de witkleurige Volkswagen Caddy toe lopen. Wij zien, nadat zij aangekomen zijn, dat [verdachte] voor het raam aan de bestuurderszijde gaat staan.

Wij zien [verdachte] met zijn gezicht richting het voertuig en zijn rug richting het camerabeeld staan. Kennelijk is hij in gesprek met de bestuurder van de witkleurige Volkswagen Caddy. Wij zien [medeverdachte] achter, en vervolgens naast [verdachte] , staan. Wij zien dat [verdachte] tijdens, het praten druk met zijn handen zwaait. Wij zien vervolgens het portier van de bestuurder van de witkleurige Volkswagen Caddy open gaan. Dan zien wij een man met een zwarte jas uit de Volkswagen Caddy stappen. Op hetzelfde moment zien wij achter de Volkswagen Caddy een man komen lopen, die kennelijk is uitgestapt aan de passagierszijde.

Wij dat één van deze twee mannen instapt aan de bestuurderszijde van de wit kleurige Volkswagen Caddy. Bevinding camera 192.186.62.10 ch3 2018006200002 (parkeerplaats) Wij zien [verdachte] voor de witkleurige Volkswagen Caddy naar zijn grijskleurige BMW 7, type E65 serie toe lopen. Wij zien hem vervolgens instappen aan de bestuurderszijde. Wij zien daarna [medeverdachte] in de BMW 7 serie aan de passagierszijde instappen. Vervolgens zien wij de gestolen Volkswagen Multivan het beeld in komen rijden. Wij zien dat op het zelfde moment de Volkswagen Caddy met de bestuurder, met wie de verdachten eerder in gesprek waren, gaat rijden.

Wij zien dat de gestolen Volkswagen Multivan achter de Volkswagen Caddy het cameragebied uit rijdt in de richting van de in- dan wel uitgang. Wij zien de grijskleurige BMW 7 serie met [verdachte] als bestuurder en [medeverdachte] aansluiten achter de gestolen Volkswagen Multivan. Bevinding camera 192.186.62.10 ch4 2018006200004 (uitrit) Wij zien de Volkswagen Caddy komen rijden. Wij zien dat de bestuurder zijn kaartje presenteert in de parkeerautomaat. Wij zien dat de slagboom open gaat en dat de Volkswagen Caddy naar buiten rijdt. Wij zien dat de gestolen Volkswagen Multivan achter de Volkswagen Caddy aan rijdt.

Als laatste voertuig zien wij de BMW 7 serie met [verdachte] als bestuurder aan komen rijden. Wij zien dat [verdachte] zijn parkeerkaart presenteert in de parkeerautomaat. Wij zien dat de slagboom open gaat en dat [verdachte] in de BMW 7 serie weg rijdt. Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1 en 4 bewezenverklaarde 6. Een proces-verbaal van bevindingen van 13 december 2018, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, (…). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: Naar aanleiding van de diefstal Volkswagen Multivan [kenteken] op vrijdag 5 oktober [het hof begrijpt: 2018] op het [a-straat] te [plaats] heb ik, verbalisant, een onderzoek ingesteld naar het voertuig waar [medeverdachte] uit is gestapt.

Dit betreft een BMW 7 serie, model E65 met opvallend grote en specifieke velgen. Het betreft zogenaamde "vijfspaaksvelgen". Vervolgens heb ik verbalisant een onderzoek ingesteld in de mij ter beschikking staande politiesystemen. Middels bevraging bij het RDW heb ik de volgende gegevens verkregen: BMW 7 Serie met [kenteken] op naam van [verdachte] , geboren [geboortedatum] /1977 te [geboorteplaats] . Vervolgens heb ik, verbalisant, op 12 oktober [het hof begrijpt: 2018] een onderzoek ingesteld op een verblijfadres van [verdachte] , namelijk de [c-straat] te [plaats] .

Hier trof ik de BMW 7 serie, model E65 met [kenteken] op naam van [verdachte] aan. Tevens zag ik dat de kleur van het voertuig en de opvallende velgen een meer dan geringe gelijkenis vertonen met de BMW 7 serie, welke op de camerabeelden [a-straat] te [plaats] te zien zijn. Op de camerabeelden van het [B] hotel op de [b-straat] te [plaats] van zaterdag 6 oktober [het hof begrijpt: 2018] is te zien dat [verdachte] in deze BMW 7 serie, model E65 de parkeerplaats op komt rijden. Later is te zien dat na de overdracht van de gestolen Volkswagen Multivan [kenteken] , [medeverdachte] bij [verdachte] als bijrijder in de BMW 7 serie instapt en dat deze tegelijkertijd de parkeerplaats verlaten.

Op 10 oktober 2018 bleek er bij het [A] een diefstal van een Volkswagen Multivan met [kenteken] te hebben plaatsgevonden (PL1300-201820693 5). Hierbij is wederom gebruik gemaakt van de BMW 7 serie van [verdachte] . Te zien is dat [verdachte] de bestuurder van de 7 serie is en dat het [kenteken] betreft. De opvallende vijfspaaksvelgen komen wederom duidelijk in beeld.

7. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 11 juli 2018, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , (…). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op 11 juli 2018 is bij [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , het volgende inbeslaggenomen: Volgnummer 4 Object: Sleutel (Loper) Bijzonderheden: Opschrift hu66 lishi china (…) 16. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 31 januari 2019, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , (…).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op 21 januari 2019 is tijdens een doorzoeking op de [c-straat 1] te [plaats] [het hof begrijpt: het adres van de [verdachte] ] het volgende inbeslaggenomen: Volgnummer 1 Object: Sleutel (Loper) Serienummer: HU66 Bijzonderheden: Knipsleutel t.b.v: voertuigen incl. chip 17. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 21 januari 2019, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , (…). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 21 januari 2019 is tijdens een doorzoeking op de [c-straat 1] te [plaats] [het hof begrijpt: het adres van de [verdachte] ] het volgende inbeslaggenomen: Volgnummer 1 Bijzonderheden: Immo bypass device [een apparaat om de startonderbreking van een voertuig te omzeilen].

18. Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 21 januari 2019, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 3] , (…). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op 21 januari 2019 is tijdens een doorzoeking op de [c-straat 1] te [plaats] [het hof begrijpt: het adres van de [verdachte] ] het volgende inbeslaggenomen:. Volgnummer 1 Object: Computer Merk/type: Rf If Antenna Bijzonderheden: Vag groep [het hof begrijpt: de Volkswagen-Audi-Groep] edilock Itd [het hof begrijpt: apparatuur dienstig aan het openen van sloten van voertuigen van de Volkswagen-Audi-groep] 19.

Een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 31 januari 2019, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , (…). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op 21 januari 2019 is tijdens een doorzoeking, op de [c-straat 1] te [plaats] [het hof begrijpt: het adres-van de [verdachte] ] het volgende inbeslaggenomen: Volgnummer 1 Object: Sleutel (Loper) Merk/type; Hu66 blank Bijzonderheden: Blanke hu66 & "rond" onderdeel 20. Een proces-verbaal Sporenonderzoek van 24 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar, doorgenummerde pagina’s 0376 tot en met 0378.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant: Omschrijving HD66 knipsleutels Mij is ambtshalve bekend dat het met HU66 sleutels mogelijk is om een autosleutel van voertuigen uit, de VAG groep [het hof begrijpt: de Volkswagen-Audi-Groep] na te maken, De cilinder in personenauto's bestaat vaak uit acht plaatjes die, met behulp van de juiste sleutel, op de goede hoogte geplaatst kunnen worden. Met behulp van een zogeheten "keyreader" wordt de cilindercode van de cilinder in het linker voorportier uitgelezen.

Deze uitgelezen code wordt vervolgens met een "keycutter" op blanco sleutels geknipt. Met deze sleutel kan de cilinder gedraaid en het slot geopend worden. Met behulp van de nagemaakte sleutel kan ook het contactslot bediend worden, maar kan de motor niet gestart worden. Voor het starten van het voertuig is een geprogrammeerde transponder nodig om de startonderbreking op te heffen. Een blanco transponder wordt vaak in het voertuig geprogrammeerd via de zogeheten OBD stekker en specifieke, programmeer apparatuur.” 2.4 Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt - voor zover van belang - in:

“De oudste raadsheer deelt mede dat de betekenis van het Engelse woord ‘immobilizer' volgens het Van Dale woordenboek EN-NL een startonderbreker is en dat enig zoeken op internet met behulp van Google de informatie oplevert dat: - een ‘immo bypass device’ - volgens de [internetsite] - bedoeld is voor het • opheffen van de immobiliteit-beveiliging van een auto, oftewel het omzeilen van dé startonderbreker; - ‘Edilock ltd' - volgens de [internetsite] - een bedrijf is gespecialiseerd in het ontwikkelen van auto diagnose software, sleutelprogrammering, apparaten om immobilizer pin codes uit te lezen, kilometerteller correctie software en apparaten voor het omzeilen van de immobilizer van auto’s van de VAG Group [het hof begrijpt: de Volkswagen-Audi-Groep].

Verder is het bedrijf gespecialiseerd in het produceren van slotenmaker gereedschap voor het openen van auto's, in het destructief en niet-destructief openen van sloten en in het ontcijferen van alle soorten sloten. [verdachte] vervolgt zijn verklaring: Ik kon in principe in de tenlastegelegde periode autosleutels maken. Het zou kunnen dat ik sleutels, van Volkswagens kon maken. Dan had ik wel bepaalde apparatuur nodig en die had ik niet. Ik laat dat doen door een ander, er zijn genoeg bedrijven die dat wel kunnen, Als u, oudste raadsheer, van uw Volkswagen al uw sleutels kwijt bent, dan kan ik er in principe voor zorgen dat u weer in uw auto. kunt.

Ik wil niet uitleggen hoe ik dat zou doen, want ik heb niets met de diefstallen te maken en anders wordt dat in mijn nadeel gebruikt, Als ik middelen zou hebben die in verband gebracht kunnen worden met autodiefstal, betekent dat nog niet dat ik met de tenlastegelegde autodiefstallen iets te maken heb. Ik kan niet naast een auto staan en met een antenne de sleutel uitlezen. Dat kan alleen met een sleutel. Mijn adres, waar de immo bypass device is gevonden, was de [c-straat] . Ik heb dat apparaat nooit gehad. Ik had alleen uitleesapparaten, waarmee je foutcodes uit auto’s kan lezen. (…) De inbeslaggenomen HU66-sleutels waren noodsleutels.

Daarmee kan een sleutel worden gemaakt wanneer de oude kwijt is. Dat is elektronisch via een sleutelboer. Dan kan de deur open en dicht worden gedaan. Dat is niet digitaal. De klassieke tandjes moeten erin worden gezaagd. Ik had die HU66-sleutels met 100 procent zekerheid niet bij mij in de BMW. Ik heb al deze apparatuur wel, maar ik heb geen sleutel om te laten maken. Ik kan ook een aircopomp op een auto zetten, maar ik kan hem niet vullen. Een ander heeft ook altijd blanco sleutels op voorraad. Ik heb me er op een later moment in verdiept, maar ik kon het toen nog niet.

Ik kocht toen ook veel auto’s in Duitsland. Mr. Pluijmakers constateert dat de informatie opgenoemd door de oudste raadsheer onder meer afkomstig is van informatie verkregen via Google en niet van een deskundige. Voorts constateert hij dat de inbeslaggenomen goederen drie maanden na oktober 2018 zijn aangetroffen en dat dat niet hoeft te betekenen dat deze zouden zijn gebruikt bij de tenlastegelegde autodiefstallen. (…) Mr. Pluijmakers voert het woord tot verdediging inzake [verdachte] aan de hand van de op schrift gestelde pleitnotities. Deze worden aan het hof overgelegd en in het dossier gevoegd.

De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd, behalve hetgeen de griffier in de pleitnotities heeft doorgestreept, omdat mr. Pluijmakers die passages niet heeft voorgedragen. Daarnaast wijst mr. Pluijmakers op het volgende, waarbij de nummering correspondeert met de door de griffier in de overgelegde pleitnotities aangebrachte nummers op de plaats waar mr. Pluijmakers de desbetreffende aanvullende opmerking heeft gemaakt: (…) 2. De meeste inbeslaggenomen goederen zijn op 21 januari 2019 aangetroffen. Dit was enkele maanden na de tenlastegelegde feiten.

Ik begrijp dat mijn cliënt bevraagd wordt over deze goederen, maar we moeten opletten dat we geen deskundigen zijn op het gebied van autotechniek. Mijn cliënt repareert weliswaar auto’s en weet dat met sommige voorwerpen Volkswagens kunnen worden geopend, maar op basis daarvan kan niets worden vastgesteld. Ik zou dan graag willen horen hoe het mogelijk is om met een immobilizer een auto te starten. Wij moeten verre blijven van het vaststellen van enige relatie tussen de inbeslaggenomen goederen en de strafbare feiten.

3. De goederen die op 21 januari 2019 zijn aangetroffen en inbeslaggenomen, waren niet aanwezig bij de tenlastegelegde feiten.” 2.5 Het hof heeft in het bestreden arrest de volgende bewijsoverweging opgenomen: “Bewijsoverwegingen Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde autodiefstallen wettig en overtuigend bewezen kan worden door het toepassen van een schakelbewijsconstructie. Tussen de feiten bestaan immers belangrijke overeenkomsten.

De gestolen auto was, steeds van het merk Volkswagen en in vier gevallen betrof het ook nog eens een Volkswagen Multivan. De verdachte was steeds samen met de [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) in de buurt van waar de diefstal wordt gepleegd. De verdachte kwam steeds aan in zijn auto en zorgde voor het transport van [medeverdachte] . [medeverdachte] knapte het vuile werk op en vertrok met de gestolen auto. Beide verdachten verlieten steeds nagenoeg tegelijkertijd de plaats delict. De verdachte wachtte namelijk steeds tot [medeverdachte] ook wegreed.

De auto’s werden in bepaalde gevallen niet direct overgebracht naar een heler, maar eerst ‘koud gezet’, waarbij voor twee auto’s gold dat dat gebeurde op dezelfde parkeerplaats aan de [b-straat 1] te [plaats] . Twee auto’s werden bovendien buiten de Randstad gebracht. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de verdachte integraal vrij te spreken. Daartoe is, kort gezegd, het volgende aangevoerd. Een veroordeling kan hier niet worden gebaseerd op het gebruik van schakelbewijs, waarvoor geldt dat de overeenkomende modus operandi voldoende specifiek moet zijn.

Daarvan is in deze zaak geen sprake. Vervolgens geldt dat de verdachte zijn betrokkenheid bij elke tenlastegelegde autodiefstal betwist en het dossier geen bewijsmiddelen biedt voor betrokkenheid of wetenschap van de verdachte anderszins, zodat hij ook bij een afzonderlijke beoordeling van de feiten integraal vrijgesproken dient te worden. Van medeplegen en medeplichtigheid kan ook geen sprake zijn, omdat uit de bewijsmiddelen niet volgt welke rol de verdachte in het geheel heeft gehad. Indien het hof aan de verdachte de rol van afzetter van [medeverdachte] toedicht, is ook dit onvoldoende om tot het bewijs van medeplichtigheid te komen, omdat het enkele afzetten van een persoon niet betekent dat de verdachte de wetenschap had dat deze persoon kennelijk daarna een voertuig zou stelen.

Oordeel van het hof Niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij de autodiefstallen die zijn gepleegd op 11 juli 2018 en 6 augustus 2018, zodat hij van die diefstallen en de medeplichtigheid daaraan (en dus van het onder 2 en 3 tenlastegelegde) wordt vrijgesproken. Dit geldt naar het oordeel van het hof echter niet voor de autodiefstallen die zijn gepleegd op 5 en 10 oktober 201 8. Dat oordeel berust op het volgende. Op 5 oktober 2018 kwam een BMW 7 Serie aanrijden bij een parkeerplaats te [plaats] , alwaar een Volkswagen Multivan met [kenteken] stond geparkeerd.

Op camerabeelden is te zien dat de BMW was voorzien van opvallende vijfspaaks velgen. Kort daarna kwam vanuit de richting waar de BMW was gestopt een persoon aanlopen, later herkend als zijnde [medeverdachte] . Deze persoon - [medeverdachte] - stopte heel even bij de achterkant van de Volkswagen Multivan, liep verder om daarna weer terug te lopen naar die auto. Hij bukte daarna bij de achterzijde van de Volkswagen Multivan en verrichtte diverse handelingen. Vervolgens liep hij weg en reed de BMW in en uit beeld. Éven later liep [medeverdachte] weer naar de Volkswagen Multivan, stapte in en reed hij weg.

Op camerabeelden bij de parkeerplaats van het [B] hotel aan de [b-straat] te [plaats] is te zien dat [medeverdachte] de Volkswagen Multivan later die avond aldaar heeft geparkeerd. Op camerabeelden van die parkeerplaats van 6 oktober 2018 is te zien dat de verdachte aan kwam rijden in een BMW 7 Serie, met dezelfde soort opvallende velgen als die van de BMW op de camerabeelden van 5 oktober 2018. Ook is te zien dat [medeverdachte] en de verdachte even later interactie met elkaar en met twee andere mannen op de parkeerplaats hadden. Na deze interactie is te zien dat één van deze twee mannen de parkeerplaats in een Volkswagen Caddy verliet, direct gevolgd door de weggenomen Volkswagen Multivan, Meteen daarna hebben de verdachte en [medeverdachte] in de BMW de parkeerplaats verlaten.

Op 10 oktober 2018 kwam de verdachte om 14.51 uur met een bijrijder het parkeerterrein van het [A] Hotel te [plaats] oprijden in een BMW 7 Série. Deze BMW had opvallende vijfspaaksvelgen. De verdachte zat achter het stuur en de andere persoon zat op de bijrijdersstoel. De verdachte parkeerde de BMW om 14.53.33 uur naast een Volkswagen Multivan met [kenteken] . De andere persoon, later herkend als zijnde [medeverdachte] , heeft vervolgens handelingen verricht bij de Volkswagen Multivan. De verdachte is om 15.01.37 uur in de BMW het parkeervak uitgereden, direct gevolgd door de Volkswagen Multivan.

Om 15:02:28 uur is bij de slagboom van het parkeerterrein te zien dat de verdachte achter het stuur van de BMW zat en dat er niemand naast hem op de bijrijdersstoel zat. Om 15.03.09 uur verdween hij uit beeld. Hier direct achteraan - om 15.03.29 uur - verliet de Volkswagen Multivan met [medeverdachte] achter het stuur het parkeerterrein. Beide auto’s gingen nadat zij onder de slagboom waren doorgereden rechtsaf. Het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht het hof redengevend voor de conclusie dat de verdachte op 5 en 10 oktober 2018 als medeplichtige betrokken is geweest bij de twee voornoemde autodiefstallen.

Door [medeverdachte] naar de plaats van de weg te nemen voertuigen te brengen, onder de omstandigheden zoals hiervoor beschreven, heeft de verdachte zowel opzet gehad op het behulpzaam zijn bij het plegen van deze autodiefstalen, als opzet op het wegnemen door [medeverdachte] van de auto’s. De verdachte heeft niet een verifieerbare, die redengevendheid ontzenuwende verklaring afgelegd. Zijn lezing van de feiten vindt haar weerlegging in de bewijsmiddelen. Aan de overtuiging van het hof dat de verdachte medeplichtig is geweest bij het plegen van de autodiefstallen van 5 en 10 oktober 2018 draagt bij dat hij en de medeverdachte in een korte periode samen betrokken zijn geweest bij meerdere autodiefstallen van Volkswagens en dat bij verschillende doorzoekingen is gebleken dat beiden in het bezit waren van voorwerpen die geschikt zijn voor het openen en wegnemen van Volkswagens zonder in bezit te zijn van de eigenlijke sleutel.

Van het strafverzwarende omstandigheid braak, verbreking en/of gebruik van een valse sleutel spreekt het hof de verdachte vrij, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs daarvoor. Dit geldt ook voor de tenlastegelegde deelnemingsvorm medeplegen, omdat het hof niet heeft kunnen vaststellen dat de bijdrage van de verdachte aan de autodiefstallen van 5 en 10 oktober 2018 uitstijgt boven die van een medeplichtige. Het hof acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als na te melden.

Het hof verwerpt de tot vrijspraak strekkende verweren op die punten.” 2.6 Het hof heeft in de aanvulling op het arrest de volgende nadere bewijsoverwegingen opgenomen: “Nadere bewijsoverwegingen Dat een deel, van de hiervoor genoemde voorwerpen die geschikt zijn voor het openen en wegnemen van Volkswagens zonder in het bezit te zijn van de eigenlijke sleutel enkele maanden na de laatste bewezenverklaarde feiten zijn aangetroffen, neemt niet weg dat het aantreffen van deze voorwerpen bijdraagt aan de overtuiging van het hof, zoals in het verkorte arrest overwogen.

Geen van beide verdachten heeft een verklaring afgelegd (laat staan deze van bewijsstukken voorzien) waarmee een begin van aannemelijkheid zou kunnen worden gegeven aan de gedachte dat zij ten tijde van de bewezenverklaarde feiten nog niet over deze voorwerpen beschikten. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de verdachte en [medeverdachte] ook ten tijde van de bewezenverklaarde feiten over deze voorwerpen konden beschikken. Het hof overweegt voorts dat de hiervoor vermelde bewijsmiddelen - ook in hun onderdelen -telkens zijn gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd zijn in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.” 2.7 Het middel komt met verschillende klachten op tegen (de motivering van) de bewezenverklaringen van (het opzet op) medeplichtigheid aan twee autodiefstallen. 2.8 Het hof heeft het bewijs dat de verdachte als medeplichtige betrokken is geweest bij de autodiefstallen op 5 en 10 oktober 2018 samengevat doen steunen op de volgende feiten en omstandigheden: (i) de verdachte heeft op 5 en 10 oktober 2018 de [medeverdachte] naar de plaats van de weg te nemen voertuigen gebracht; (ii) de verdachte en zijn medeverdachte zijn in een korte periode samen betrokken geweest bij meerdere autodiefstallen van Volkswagens; (iii) bij verschillende doorzoekingen is gebleken dat de verdachte en de [medeverdachte] in het bezit zijn van voorwerpen die geschikt zijn voor het openen en wegnemen van Volkswagens zonder in het bezit te zijn van de eigenlijke sleutel; (iv) de verdachte niet een verifieerbare, de redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven. 2.9 De steller van het middel richt eerst zijn pijlen op de hierboven onder (i) genoemde vaststelling van het hof dat de verdachte op 10 oktober 2018 de medeverdachte naar de plaats van het weg te nemen voertuig heeft gebracht.

Aangevoerd wordt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de [medeverdachte] de persoon is op de bijrijdersstoel in de auto van de verdachte. 2.10 Het hof heeft in verband met de diefstal van de Volkswagen op 10 oktober 2018 vastgesteld dat op de camerabeelden te zien is dat een BMW 7 serie aan komt rijden bij de parkeerplaats waar de weg te nemen Volkswagen Multivan staat geparkeerd. De verdachte zit achter het stuur en op de bijrijdersstoel zit een tweede persoon. Vanuit de richting waar de BMW 7 serie was gestopt, komt kort daarna een persoon aanlopen die later wordt herkend als de [medeverdachte] .

Te zien is dat een persoon diverse handelingen verricht aan de achterzijde bij de Volkswagen Multivan, waarna [medeverdachte] enkele seconden aan de voorzijde van de Volkswagen Multivan en de BMW 7 serie verschijnt. Kort daarna rijdt de BMW 7 serie het parkeerterrein af en slaat rechtsaf. Achter het stuur zit de verdachte en de bijrijdersstoel is leeg. Direct daarachteraan rijdt de Volkswagen Multivan het terrein af. Te zien is dat de [medeverdachte] achter het stuur zit en dat de bijrijdersstoel leeg is. 2.11 Het hof heeft kennelijk op basis van deze uit de bewijsmiddelen voortvloeiende feiten en omstandigheden de conclusie van feitelijke aard getrokken en kunnen trekken dat de andere persoon in de BMW 7 serie de [medeverdachte] is.

Het (mede) daarop gebaseerd oordeel van het hof dat de verdachte de [medeverdachte] op 10 oktober 2018 naar de plaats van het weg te nemen voertuig heeft gebracht, acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij neem ik in aanmerking dat de medeverdachte kort nadat de auto van de verdachte in beeld is geweest op de camerabeelden verschijnt en dat de verdachte en de medeverdachte direct na elkaar vertrekken. 2.12 De steller van het middel keert zich vervolgens tegen de in randnummer 2.8 onder (iii) genoemde omstandigheid, namelijk dat bij verschillende doorzoekingen is gebleken dat de verdachte en de [medeverdachte] in het bezit zijn van voorwerpen die geschikt zijn voor het openen en wegnemen van Volkswagens zonder in het bezit te zijn van de eigenlijke sleutel. 2.13 Uit de door het hof voor het bewijs gebezigde kennisgevingen van inbeslagneming volgt dat bij de verdachte op 11 juli 2018 een sleutel (bewijsmiddel 7, een loper met opschrift hu66 lishi china ) is aangetroffen.

Op 21 januari 2019 zijn op het adres van de verdachte aangetroffen: - een (knip)sleutel, te weten een loper met serienummer HU66 (bewijsmiddel 16) - een Immo bypass device, naar de vaststelling van het hof een apparaat om de startonderbreking van een voertuig te omzeilen (bewijsmiddel 17), - een computer, naar de vaststelling van het hof een Rf if Antenna, apparatuur dienstig aan het openen van sloten van voertuigen van de Volkswagen-Audi-groep (bewijsmiddel 18) en - een sleutel, te weten een loper Hu66 blank (bewijsmiddel 19). 2.14 Het hof heeft in een nadere bewijsoverweging in de aanvulling op het arrest overwogen dat het ervan uit gaat dat de verdachte en [medeverdachte] ook ten tijde van de bewezenverklaarde feiten over deze voorwerpen konden beschikken, omdat geen van beide verdachten een verklaring heeft afgelegd (laat staan deze van bewijsstukken voorzien) waarmee een begin van aannemelijkheid zou kunnen worden gegeven aan de gedachte dat zij ten tijde van de bewezenverklaarde feiten nog niet over deze voorwerpen beschikten. 2.15 Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk.

Daarbij neem ik in aanmerking dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij “in principe in de tenlastegelegde periode autosleutels [kon] maken” en “als u, oudste raadsheer, van uw Volkswagen al uw sleutels kwijt bent, dan kan ik er in principe voor zorgen dat u weer in uw auto. kunt. Ik wil niet uitleggen hoe ik dat zou doen, want ik heb niets met de diefstallen te maken en anders wordt dat in mijn nadeel gebruikt.” Ik wijs er voorts op dat bij de verdachte ook voor de bewezenverklaarde data, namelijk op 11 juli 2018 een dergelijke sleutel is aangetroffen. 2.16 Het middel richt zich vervolgens tegen het oordeel van het hof dat de verdachte opzet heeft gehad op medeplichtigheid aan de twee autodiefstallen. 2.17 Het hof heeft, zoals gezegd, vastgesteld dat de verdachte de [medeverdachte] op 5 en 10 oktober 2018 naar de plek van de weg te nemen voertuigen heeft gebracht.

Op 5 oktober is [medeverdachte] weggereden met de gestolen wagen. De dag daarna is de verdachte samen met [medeverdachte] wederom dichtbij deze wagen, terwijl zij contact hebben met mannen in een auto. Deze auto, de gestolen wagen en de verdachte rijden vervolgens tegelijkertijd weg. Op 10 oktober is het wederom [medeverdachte] die met het gestolen voertuig wegrijdt, tegelijkertijd met de verdachte. Het hof heeft bij zijn bewijsoordeel vervolgens betekenis toegekend aan de omstandigheid dat de verdachte en de medeverdachte in korte periode samen betrokken zijn geweest bij meerder autodiefstallen van Volkswagens.

Ik begrijp deze overweging van het hof aldus dat het hof bij zijn bewijsoordeel betrekt dat de verdachte op 5 en 10 oktober 2018 dezelfde medeverdachte naar eenzelfde soort weg te nemen auto heeft gebracht. Het hof heeft daarnaast vastgesteld dat de verdachte en de medeverdachte in het bezit waren van voorwerpen die geschikt zijn voor het openen en wegnemen van Volkswagens zonder in het bezit te zijn van de eigenlijke sleutel. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat deze in de bewijsmiddelen besloten liggende feiten en omstandigheden redengevend kunnen worden geacht voor het bewijs dat de verdachte medeplichtig is geweest aan twee autodiefstallen en dat, gelet daarop, van de verdachte mocht worden verlangd dat hij een geloofwaardige, hem ontlastende verklaring gaf.

Bij het uitblijven van een dergelijke verklaring heeft het hof uit deze vaststellingen kunnen afleiden dat de verdachte zowel opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn bij het plegen van deze autodiefstallen van Volkswagens als opzet op het wegnemen door de [medeverdachte] van deze auto’s. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Afronding 3. 3.1 Het middel faalt. Het middel gaat over feiten waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en daarom ligt afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO niet voor de hand. 3.2 Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaar is verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, zodat de redelijke termijn in cassatie als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden.

Dat moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes maanden. 3.3 Verder heb ik ambtshalve geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven. 3.4 Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden plv. AG Gerechtshof Amsterdam 13 december 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3627 (parketnummer 23-001961-19).

HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578.