Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2025:326 ECLI:NL:PHR:2025:326 AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:326 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2025:326
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04377 P Zitting 18 februari 2025 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de betrokkene 1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 27 oktober 2023 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 5.185,80 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel. De duur van de gijzeling is daarbij bepaald op 103 dagen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:326 · Parket bij de Hoge Raad: Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. K.W. van Nieuwkerk, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04377 P Zitting 18 februari 2025 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de betrokkene 1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, heeft bij arrest van 27 oktober 2023 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 5.185,80 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel. De duur van de gijzeling is daarbij bepaald op 103 dagen.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 23/04376. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. K.W. van Nieuwkerk, advocaat in Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het cassatiemiddel is ingediend naar aanleiding van een brief van de president van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 februari 2024, die kort gezegd inhoudt dat een van de raadsheren van de zittingscombinatie ten tijde van de behandeling van de zaak niet in de hoedanigheid als raadsheer-plaatsvervanger de ambtseed had afgelegd. Volgens de steller van het middel kan daardoor niet gezegd worden dat de uitspraak is gedaan door het door de wet vereiste aantal rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast.

5. Op de gronden als vermeld in de conclusie van de procureur-generaal d.d. 23 april 2024 in de zaak met het nummer 23/04238 is het middel terecht voorgesteld.

6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG ECLI:NL:PHR:2024:435. Uitspraak Hoge Raad 2 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:956.