Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2025:159 ECLI:NL:PHR:2025:159 AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:159 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2025:159
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/01629 B Zitting 4 februari 2025 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [klaagster], gevestigd te [plaats], hierna: de klaagster 1Het cassatieberoep 1.1 De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 17 maart 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klaagster van een op 15 september 2021 in beslag genomen partij goederen met de omschrijving “344 kg bruto Fragrances” bevattende het middel 3-MMC, ongegrond verklaard. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 23/01638.

Legislator headnote

AI generated

art. 552a Sv, art. 552f Sv; ECLI:NL:PHR:2025:159 · Parket bij de Hoge Raad: Frielink In de zaak [klaagster], gevestigd te [plaats], hierna: de klaagster 1Het cassatieberoep 1.1 De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 17 maart 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klaagster van een op 15 september 2021 in beslag genomen partij goederen met de omschrijving “344 kg bruto Fragrances” bevattende het middel 3-MMC, ongegrond verklaard. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 23/01638.

Keywords

AI generated
art. 552a Sv art. 552f Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a Sv
In dat geval heeft de klaagster geen belang (meer) bij haar cassatieberoep tegen de beschikking op haar klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv en dient zij daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard.
art. 552f Sv

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/01629 B Zitting 4 februari 2025 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [klaagster], gevestigd te [plaats], hierna: de klaagster 1Het cassatieberoep 1.1 De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 17 maart 2023 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan de klaagster van een op 15 september 2021 in beslag genomen partij goederen met de omschrijving “344 kg bruto Fragrances” bevattende het middel 3-MMC, ongegrond verklaard. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 23/01638.

In die zaak concludeer ik vandaag ook. 1.3 Het cassatieberoep is op 24 maart 2023 ingesteld namens de klaagster. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld. In het middel wordt opgekomen tegen (de motivering van) de ongegrondverklaring van het klaagschrift. 1.4 Deze conclusie leidt tot de slotsom dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in cassatie. 2Het middel 2.1 In het middel wordt geklaagd dat “de ongegrondverklaring ontoereikend is gemotiveerd, omdat de beschikking niets inhoudt waaruit kan worden afgeleid dat de in beslag genomen goederen in verband staan tot een begaan strafbaar feit waardoor niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.” 2.2 In de samenhangende zaak van de klaagster onder nummer 23/01638, in welke zaak de rechtbank de vordering van de officier van justitie als bedoeld in art. 552f Sv strekkende tot onttrekking aan het verkeer van de onder randnr. 1.1 genoemde goederen heeft toegewezen, heb ik vandaag geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

Indien de Hoge Raad mij daarin volgt, heeft het vorenstaande tot gevolg dat op het klaagschrift van de klaagster, waarin zij teruggave verzoekt van de goederen die de rechtbank aan het verkeer heeft onttrokken, geen andere beslissing zal kunnen volgen dan ongegrondverklaring van het beklag. In dat geval heeft de klaagster geen belang (meer) bij haar cassatieberoep tegen de beschikking op haar klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv en dient zij daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard. 3Slotsom 3.1 Het middel behoeft geen bespreking. 3.2 Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven. 3.3 Deze conclusie strekt ertoe dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G