Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2025:1237 ECLI:NL:PHR:2025:1237 AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:1237 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2025:1237
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04424 Zitting 18 november 2025 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 16 november 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage wegens “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken. 1.2 Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, drie middelen van cassatie voorgesteld. 2Het eerste middel 2.1 Het eerste middel klaagt dat het recht op strafvordering van de bewezenverklaarde feiten door tijdsverloop sinds de uitspraak van het hof is vervallen. 2.2 Ten laste van de verdachte is – kort gezegd – bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 4 maart 1997 tot en met 1 december 1999 meermalen heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift.

Legislator headnote

AI generated

art. 225 Sr, art. 72 Sr; ECLI:NL:PHR:2025:1237 · Parket bij de Hoge Raad: De maximum gevangenisstraf waarmee ten tijde van deze feiten valsheid in geschrift in art. 225 Sr werd bedreigd, bedroeg zes jaren. Ingevolge art. 70 lid 1 aanhef en onder 3 Sr verjaren in dat geval de door de verdachte begane feiten na twaalf jaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat elke daad van vervolging ingevolge art. 72 Sr de verjaring stuit, waarna de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen, zij het dat sinds 1 januari 2006 een absolute verjaringstermijn geldt die voor misdrijven twee maal de wettelijke verjaringstermijn betreft. 2.3 Het arrest van het hof dateert van 16 november 2007.

Keywords

AI generated
art. 225 Sr art. 72 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 225 Sr
De maximum gevangenisstraf waarmee ten tijde van deze feiten valsheid in geschrift in art. 225 Sr werd bedreigd, bedroeg zes jaren.
art. 72 Sr
Hierbij dient te worden opgemerkt dat elke daad van vervolging ingevolge art. 72 Sr de verjaring stuit, waarna de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen, zij het dat sinds 1 januari 2006 een absolute verjaringstermijn geldt die voor misdrijven twee maal de wettelijke verjaringstermijn betreft.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/04424 Zitting 18 november 2025 CONCLUSIE D.J.M.W. Paridaens In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 16 november 2007 door het gerechtshof te 's-Gravenhage wegens “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken. 1.2 Namens de verdachte heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, drie middelen van cassatie voorgesteld. 2Het eerste middel 2.1 Het eerste middel klaagt dat het recht op strafvordering van de bewezenverklaarde feiten door tijdsverloop sinds de uitspraak van het hof is vervallen. 2.2 Ten laste van de verdachte is – kort gezegd – bewezenverklaard dat hij zich in de periode van 4 maart 1997 tot en met 1 december 1999 meermalen heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift.

De maximum gevangenisstraf waarmee ten tijde van deze feiten valsheid in geschrift in art. 225 Sr werd bedreigd, bedroeg zes jaren. Ingevolge art. 70 lid 1 aanhef en onder 3 Sr verjaren in dat geval de door de verdachte begane feiten na twaalf jaren. Hierbij dient te worden opgemerkt dat elke daad van vervolging ingevolge art. 72 Sr de verjaring stuit, waarna de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen, zij het dat sinds 1 januari 2006 een absolute verjaringstermijn geldt die voor misdrijven twee maal de wettelijke verjaringstermijn betreft. 2.3 Het arrest van het hof dateert van 16 november 2007.

Uit het dossier blijkt in de periode van twaalf jaren na het uitspreken van het arrest niet van enige daad van vervolging, zodat het recht tot strafvordering eind 2019 door verjaring is vervallen. 2.4 Het middel slaagt. Dit zal dienen te leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Gelet daarop behoeven de overige middelen geen bespreking. 3Slotsom 3.1 Het eerste middel slaagt. De overige middelen behoeven in verband daarmee geen bespreking. 3.2 Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven. 3.3 Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Parketnummer: 22-001245-07.