Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2025:1105 ECLI:NL:PHR:2025:1105 AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:1105 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2025:1105
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/00853 Zitting 8 juli 2025 CONCLUSIE V.M.A. Sinnige In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte De verdachte is bij arrest van 9 februari 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens "belaging", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, opgelegd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2025:1105 · Parket bij de Hoge Raad: Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11 maart 2024. Nu de dagvaarding om op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2024 te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend, kan hij ingevolge art. 432 lid 1 aanhef en onder a, Sv niet in het beroep worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 24/00853 Zitting 8 juli 2025 CONCLUSIE V.M.A. Sinnige In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, hierna: de verdachte De verdachte is bij arrest van 9 februari 2024 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens "belaging", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft het hof een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, opgelegd.

Ook heeft het hof een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, inhoudende (kort gezegd) een gebiedsverbod en een contactverbod, een en ander zoals in het arrest vermeld. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij, een en ander als in het arrest opgenomen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.

Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 11 maart 2024. Nu de dagvaarding om op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2024 te verschijnen aan de verdachte in persoon is betekend, kan hij ingevolge art. 432 lid 1 aanhef en onder a, Sv niet in het beroep worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden plv. AG Bovendien blijkt uit het arrest dat de verdachte aanwezig was op de terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2024, zodat hij ook ingevolge art. 432 lid 1, aanhef en onder b, Sv niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.