Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2024:430 ECLI:NL:PHR:2024:430 AI generated

ECLI:NL:PHR:2024:430 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2024:430
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De verdachte is bij verstekarrest van 29 november 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens ‘mishandeling’ veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week, met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

artikel 365a lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2024:430 · Parket bij de Hoge Raad: Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, bevindt zich een uitspraak van het hof die niet de bewijsmiddelen bevat. Verder bevindt zich bij die stukken niet een aanvulling als bedoeld in artikel 365a lid 2 Sv met daarin de bewijsmiddelen die zijn gebruikt.

Keywords

AI generated
artikel 365a lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 365a lid 2 Sv
Verder bevindt zich bij die stukken niet een aanvulling als bedoeld in artikel 365a lid 2 Sv met daarin de bewijsmiddelen die zijn gebruikt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 23/00215 Zitting 26 maart 2024 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij verstekarrest van 29 november 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens ‘mishandeling’ veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een week, met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het hof zijn verkorte uitspraak niet heeft aangevuld met de bewijsmiddelen die het hof heeft gebruikt.

4. Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, bevindt zich een uitspraak van het hof die niet de bewijsmiddelen bevat. Verder bevindt zich bij die stukken niet een aanvulling als bedoeld in artikel 365a lid 2 Sv met daarin de bewijsmiddelen die zijn gebruikt.

5. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij brief van 9 juni 2023 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van (onder meer) een afschrift van die aanvulling. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief van 22 juni 2023 de Hoge Raad bericht dat zo’n aanvulling niet is opgemaakt.

6. Op grond van artikel 359 lid 3 en lid 8 Sv moet een uitspraak op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevatten die de feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De uitspraak van het hof voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG