Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2023:790 ECLI:NL:PHR:2023:790 AI generated

ECLI:NL:PHR:2023:790 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2023:790
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/03544 P Zitting 12 september 2023 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de betrokkene 1Cassatieberoep 1.1 Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 augustus 2021 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 87.227,39 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 21/03058. In die zaak concludeer ik vandaag ook. 1.3 Het cassatieberoep is op 18 augustus 2021 ingesteld namens de betrokkene.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 lid 1 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2023:790 · Parket bij de Hoge Raad: De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 november 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. 2Beoordeling 2.1 Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 3Slotsom 3.1 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

Keywords

AI generated
art. 435 lid 1 Sv art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 lid 1 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 november 2021 (in persoon) betekend.
art. 437 lid 2 Sv
2Beoordeling 2.1 Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/03544 P Zitting 12 september 2023 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de betrokkene 1Cassatieberoep 1.1 Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 augustus 2021 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 87.227,39 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan de Staat. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 21/03058. In die zaak concludeer ik vandaag ook. 1.3 Het cassatieberoep is op 18 augustus 2021 ingesteld namens de betrokkene.

De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 6 november 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. 2Beoordeling 2.1 Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 3Slotsom 3.1 Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG