Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2023:160 ECLI:NL:PHR:2023:160 AI generated

ECLI:NL:PHR:2023:160 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2023:160
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/00848 Zitting 13 december 2022 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 15 februari 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" en “openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf voor de duur van 80 uur.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 lid 1 Sv, art. 437 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2023:160 · Parket bij de Hoge Raad: Verder heeft het hof beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest omschreven. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaken 21/00680 en 21/00681. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 2Ontvankelijkheid van het beroep 2.1 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 15 december 2021 aan de verdachte in persoon uitgereikt. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 14 februari 2022.

Keywords

AI generated
art. 435 lid 1 Sv art. 437 Sv art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 lid 1 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 15 december 2021 aan de verdachte in persoon uitgereikt.
art. 437 Sv
De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 14 februari 2022.
art. 437 lid 2 Sv
2.2 Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolgde art. 437 lid 2 Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/00848 Zitting 13 december 2022 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de verdachte 1Inleiding 1.1 De verdachte is bij arrest van 15 februari 2021 door het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" en “openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf voor de duur van 80 uur.

Verder heeft het hof beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest omschreven. 1.2 Er bestaat samenhang met de zaken 21/00680 en 21/00681. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 2Ontvankelijkheid van het beroep 2.1 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 15 december 2021 aan de verdachte in persoon uitgereikt. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 14 februari 2022.

Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. 2.2 Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolgde art. 437 lid 2 Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen. 3Conclusie 3.1 Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Middels een herstelarrest van 25 februari 2021 heeft het hof een kennelijke misslag hersteld, te weten de vermelding van 53 in plaats van 51 vervangende dagen gijzeling bij de toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van één van de benadeelde partijen.