Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2023:1127 ECLI:NL:PHR:2023:1127 AI generated

ECLI:NL:PHR:2023:1127 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2023:1127
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/01227 B Zitting 12 december 2023 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de klaagster 1Het cassatieberoep 1.1 De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 18 maart 2022 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot teruggave van de onder een ander inbeslaggenomen auto, ongegrond verklaard. 1.2 Het cassatieberoep is op 4 april 2022 ingesteld namens de klaagster.

Legislator headnote

AI generated

art. 552a Sv, art. 552a lid 1 Sv, artikel 552b Sv, art. 552b Sv, art. 552b lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2023:1127 · Parket bij de Hoge Raad: De klaagster stelt dat zij de eigenaar is van deze auto. Zij heeft op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant een klaagschrift als bedoeld in art. 552a lid 1 Sv ingediend. In het klaagschrift verzoekt zij om teruggave van haar – onder haar schoonvader ([betrokkene 1]) in beslag genomen – auto. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 18 maart 2022 ongegrond verklaard. 2.2 Uit de op mijn verzoek ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Oost-Brabant blijkt dat de personenauto waarvan de klaagster teruggave verzoekt, bij vonnis van 13 december 2022 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is onttrokken aan het verkeer.

Keywords

AI generated
art. 552a Sv art. 552a lid 1 Sv artikel 552b Sv art. 552b Sv art. 552b lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a Sv
Zij heeft op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant een klaagschrift als bedoeld in art. 552a lid 1 Sv ingediend.
art. 552a lid 1 Sv
Zij heeft op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant een klaagschrift als bedoeld in art. 552a lid 1 Sv ingediend.
artikel 552b Sv
552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.
art. 552b Sv
Anders zou de regeling van art. 552b Sv, die juist ziet op klaagschriften van een derde belanghebbende tegen onherroepelijke verbeurdverklaringen en onttrekkingen aan het verkeer, een dode letter zijn.
art. 552b lid 2 Sv
De zaak dient daarom met vernietiging van de beschikking van de rechtbank voor verdere afdoening en behandeling te worden verwezen naar het op grond van art. 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2021:1559
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 21/01299 B Datum 19 oktober 2021 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 15 maart 2021, nummer RK 21/001524, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, hierna: de klaagster.
NJ 2021/350
onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559 NJ 2021/350, HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370 en HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.
ECLI:NL:HR:2020:1370
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 19/03130 B Datum 15 september 2020 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 26 juni 2019, nummer RK 19-004673, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, hierna: de klager.
ECLI:NL:HR:1993:ZC9284
De bestreden beschikking De Rechtbank heeft het door klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan haar van een bedrag van f.
ECLI:NL:HR:2023:1022
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 22/00640 B Datum 4 juli 2023 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2022, nummer RK 21/5466, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996, hierna: de klager.
NJ 2023/267
HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 22/01227 B Zitting 12 december 2023 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de klaagster 1Het cassatieberoep 1.1 De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 18 maart 2022 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot teruggave van de onder een ander inbeslaggenomen auto, ongegrond verklaard. 1.2 Het cassatieberoep is op 4 april 2022 ingesteld namens de klaagster.

S. van den Akker en R.J. Baumgardt, beiden advocaat te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld. In het middel wordt geklaagd dat het onderzoek in de raadkamer en de bestreden beschikking nietig zijn, omdat uit het proces-verbaal van de zitting in raadkamer niet blijkt dat het onderzoek in het openbaar heeft plaatsgevonden. 1.3 Aan de bespreking van het middel kom ik, gelet op hetgeen ik hierna onder paragraaf 2 ambtshalve aan de orde stel, niet toe. 1.4 Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant. 2Ambtshalve beoordeling van het cassatieberoep 2.1 Op 3 juli 2021 is onder klaagsters schoonvader [betrokkene 1] een personenauto in beslag genomen omdat deze zonder geldig kentekenbewijs op de openbare weg reed.

De klaagster stelt dat zij de eigenaar is van deze auto. Zij heeft op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant een klaagschrift als bedoeld in art. 552a lid 1 Sv ingediend. In het klaagschrift verzoekt zij om teruggave van haar – onder haar schoonvader ([betrokkene 1]) in beslag genomen – auto. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 18 maart 2022 ongegrond verklaard. 2.2 Uit de op mijn verzoek ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Oost-Brabant blijkt dat de personenauto waarvan de klaagster teruggave verzoekt, bij vonnis van 13 december 2022 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is onttrokken aan het verkeer.

Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is. 2.3 Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. 2.4 In dit geval is het vonnis met daarin de onttrekking aan het verkeer van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak gewezen en onherroepelijk geworden.

Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. In gevallen als deze geldt niet de jurisprudentie waarin is bepaald dat indien de strafrechter, lopende de beklagprocedure, een beslissing heeft genomen over de inbeslaggenomen voorwerpen, de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Anders zou de regeling van art. 552b Sv, die juist ziet op klaagschriften van een derde belanghebbende tegen onherroepelijke verbeurdverklaringen en onttrekkingen aan het verkeer, een dode letter zijn.

De zaak dient daarom met vernietiging van de beschikking van de rechtbank voor verdere afdoening en behandeling te worden verwezen naar het op grond van art. 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht. 3Slotsom 3.1 Ambtshalve heb ik geen andere dan de hierboven vermelde gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven. 3.2 Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559 NJ 2021/350, HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370 en HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284. Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559, NJ 2021/350. Vgl. HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. P.A.M. Mevis, HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1709, HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:1273, HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834, NJ 2012/269 en HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3560.