ECLI:NL:PHR:2022:663 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedPROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer21/03809 P Zitting 5 juli 2022 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de betrokkene Inleiding 1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de betrokkene bij arrest van 25 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6 EVRM; ECLI:NL:PHR:2022:663 · Parket bij de Hoge Raad: Er bestaat samenhang met de strafzaak 21/03808. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. De rechtsgang in cassatie 3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. De cassatiemiddelen 4. Het eerste middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep vanwege een termijnoverschrijding, niet zonder meer begrijpelijk is gelet op de bij pleidooi aangevoerde feiten en omstandigheden in het licht van artikel 6 EVRM.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer21/03809 P Zitting 5 juli 2022 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, hierna: de betrokkene Inleiding 1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de betrokkene bij arrest van 25 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de strafzaak 21/03808. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. De rechtsgang in cassatie 3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld. De cassatiemiddelen 4. Het eerste middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep vanwege een termijnoverschrijding, niet zonder meer begrijpelijk is gelet op de bij pleidooi aangevoerde feiten en omstandigheden in het licht van artikel 6 EVRM.
5. Het tweede middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op het door de raadsman ter terechtzitting gedane verzoek tot het verrichten van nader onderzoek naar – zo begrijp ik het middel – de aanwezigheid van een eventuele faxbevestiging bij de strafgriffie van de rechtbank. De beoordeling van de middelen 6. De middelen en de daarin vervatte klachten zijn volledig identiek aan die in de samenhangende strafzaak met griffienummer 21/03808. Derhalve verwijs ik voor de inhoudelijke bespreking van de cassatieklachten graag naar de strafzaak. Slotsom 7. Beide middelen falen en lenen zich voor afdoening met toepassing van artikel 81 lid 1 RO.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
9. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG