Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2022:475 ECLI:NL:PHR:2022:475 AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:475 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2022:475
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/02472 B Zitting 22 maart 2022 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de klager. 1Het cassatieberoep 1.1. De Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft bij beschikking van 17 mei 2021 het klaagschrift van de klager strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan hem van twee onder hem in beslag genomen telefoons ongegrond verklaard. 1.2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld, dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift. 2Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking 2.1.

Legislator headnote

AI generated

art. 552a Sv, art. 552a lid 3 Sv; ECLI:NL:PHR:2022:475 · Parket bij de Hoge Raad: Uit namens mij ingewonnen inlichtingen volgt dat tegen dit vonnis geen rechtsmiddel is ingediend. Op 13 april 2021 is namens de klager op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend. 2.2. De rechtbank heeft de klager ontvankelijk geacht en het beklag ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiermee miskend dat ex art. 552a lid 3 Sv een ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. Nu de strafzaak tegen de klager is geëindigd op 9 juli 2020 en het klaagschrift is ingediend op 13 april 2021, had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag. 2.3.

Keywords

AI generated
art. 552a Sv art. 552a lid 3 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a Sv
Op 13 april 2021 is namens de klager op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend.
art. 552a lid 3 Sv
De rechtbank heeft hiermee miskend dat ex art. 552a lid 3 Sv een ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/02472 B Zitting 22 maart 2022 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de klager. 1Het cassatieberoep 1.1. De Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft bij beschikking van 17 mei 2021 het klaagschrift van de klager strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave aan hem van twee onder hem in beslag genomen telefoons ongegrond verklaard. 1.2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Mr. D. Duijvelshoff, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld, dat zich richt tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift. 2Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking 2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De klager is door de rechtbank veroordeeld wegens (een gewoonte maken van) het bezitten, vervaardigen en middels een geautomatiseerd werk en communicatiedienst zich toegang verschaffen van kinder- en dierenpornografische afbeeldingen. In het kader van deze strafzaak zijn twee mobiele telefoons (Samsung S6 en Samsung S9) in beslag genomen. De strafrechter heeft in het vonnis geen beslissing genomen over het beslag. Het vonnis bevindt zich in het dossier dat is toegezonden aan de Hoge Raad en dateert van 25 juni 2020.

Uit namens mij ingewonnen inlichtingen volgt dat tegen dit vonnis geen rechtsmiddel is ingediend. Op 13 april 2021 is namens de klager op de voet van art. 552a Sv een klaagschrift ingediend. 2.2. De rechtbank heeft de klager ontvankelijk geacht en het beklag ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiermee miskend dat ex art. 552a lid 3 Sv een ingediend klaagschrift niet-ontvankelijk is als het wordt ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. Nu de strafzaak tegen de klager is geëindigd op 9 juli 2020 en het klaagschrift is ingediend op 13 april 2021, had de rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag. 2.3.

Ik zal dan ook concluderen dat de Hoge Raad zal doen wat de rechtbank had behoren te doen, zodat ik niet toekom aan een inhoudelijke bespreking van het middel. 3Conclusie 3.1. Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden beschikking wordt vernietigd en dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG De ondertekening van het klaagschrift met 13 april 2020 doet anders vermoeden, maar de begeleidende e-mail van 13 april 2021, de inhoud van het klaagschrift en overige stukken in het dossier laten zien dat het 13 april 2021 is geweest.

Vgl. HR 24 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP1482.