Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2022:349 ECLI:NL:PHR:2022:349 AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:349 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2022:349
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Zaaknr: 21/01699 Datum: 23 maart 2022 Nadere conclusie inzake: Jabil Circuit Netherlands B.V., eiseres tot cassatie, verweerster in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M.W. Scheltema, tegen 1 [verweerster 1], 2 [verweerder 2], verweerders in cassatie, eisers in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. H.J.W. Alt. 1Aanleiding 1.1 Op 18 februari 2022 heb ik in deze zaak mijn conclusie genomen. In het principale cassatieberoep heb ik geconcludeerd tot verwerping. In het incidentele cassatieberoep heb ik geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging omdat het – onvoorwaardelijk ingestelde – onderdeel 2 slaagt: het hof heeft de vorderingen van [verweerster 1] en [verweerder 2] tot betaling van zekere indexaties toegewezen, maar heeft nagelaten te beslissen op de door hen gevorderde wettelijke rente daarover. 1.2 Beide partijen hebben er in hun borgersbrief van 4 maart 2022 op gewezen dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 22 februari 2022 zijn in cassatie bestreden eindarrest van 19 januari 2021 op de voet van art. 32 Rv heeft aangevuld en verbeterd, in die zin dat Jabil (alsnog) is veroordeeld:

Legislator headnote

AI generated

art. 32 Rv; ECLI:NL:PHR:2022:349 · Parket bij de Hoge Raad: “ … vanaf 1 januari 2013 tot betaling van een indexering van de pensioenen van [verweerster 1] en [verweerder 2] op basis van de door Stichting Philips Pensioenfonds (PPF) vanaf die datum doorgevoerde en nog door te voeren indexatiecijfers van de ingegane pensioenen, en tot betaling van de wettelijke rente over het verschil tussen de pensioenuitkering die [verweerster 1] en [verweerder 2] hebben ontvangen en die zij als gevolg van deze indexatie hadden behoren te ontvangen, vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van betaling daarvan.” 1.3 In zijn borgersbrief (onder 8) heeft de advocaat van Jabil erop gewezen dat door deze verbetering van het arrest het belang aan het onvoorwaardelijk ingestelde onderdeel 2 van het incidentele cassatieberoep is komen te ontvallen.

Keywords

AI generated
art. 32 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 32 Rv
1.2 Beide partijen hebben er in hun borgersbrief van 4 maart 2022 op gewezen dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 22 februari 2022 zijn in cassatie bestreden eindarrest van 19 januari 2021 op de voet van art. 32 Rv heeft aangevuld en verbeterd, in die zin dat Jabil (alsnog) is veroordeeld:

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:PHR:2022:163
De tekst onder 5 (‘Conclusie’) dient te worden geschrapt en te worden vervangen door de volgende tekst: “De conclusie strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.” De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G ECLI:NL:PHR:2022:163.
ECLI:NL:GHSHE:2022:523
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.225.533/01 arrest van 22 februari 2022 met betrekking tot het verzoek om aanvulling van het arrest van 19 januari 2021 (art.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknr: 21/01699 Datum: 23 maart 2022 Nadere conclusie inzake: Jabil Circuit Netherlands B.V., eiseres tot cassatie, verweerster in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M.W. Scheltema, tegen 1 [verweerster 1], 2 [verweerder 2], verweerders in cassatie, eisers in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. H.J.W. Alt. 1Aanleiding 1.1 Op 18 februari 2022 heb ik in deze zaak mijn conclusie genomen. In het principale cassatieberoep heb ik geconcludeerd tot verwerping. In het incidentele cassatieberoep heb ik geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging omdat het – onvoorwaardelijk ingestelde – onderdeel 2 slaagt: het hof heeft de vorderingen van [verweerster 1] en [verweerder 2] tot betaling van zekere indexaties toegewezen, maar heeft nagelaten te beslissen op de door hen gevorderde wettelijke rente daarover. 1.2 Beide partijen hebben er in hun borgersbrief van 4 maart 2022 op gewezen dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 22 februari 2022 zijn in cassatie bestreden eindarrest van 19 januari 2021 op de voet van art. 32 Rv heeft aangevuld en verbeterd, in die zin dat Jabil (alsnog) is veroordeeld:

“ … vanaf 1 januari 2013 tot betaling van een indexering van de pensioenen van [verweerster 1] en [verweerder 2] op basis van de door Stichting Philips Pensioenfonds (PPF) vanaf die datum doorgevoerde en nog door te voeren indexatiecijfers van de ingegane pensioenen, en tot betaling van de wettelijke rente over het verschil tussen de pensioenuitkering die [verweerster 1] en [verweerder 2] hebben ontvangen en die zij als gevolg van deze indexatie hadden behoren te ontvangen, vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van betaling daarvan.” 1.3 In zijn borgersbrief (onder 8) heeft de advocaat van Jabil erop gewezen dat door deze verbetering van het arrest het belang aan het onvoorwaardelijk ingestelde onderdeel 2 van het incidentele cassatieberoep is komen te ontvallen.

De advocaat van [verweerster 1] en [verweerder 2] heeft bij zijn borgersbrief het herstelarrest overgelegd. 1.4 Bij brief van 9 maart 2022 heeft de advocaat van [verweerster 1] en [verweerder 2] bericht dat (onderdeel 2 van het incidentele cassatieberoep wordt ingetrokken. 2Actualisering conclusie 2.1 Gelet op deze gang van zaken meen ik dat er aanleiding bestaat om mijn conclusie van 18 februari 2022 op dit specifieke punt te actualiseren. Op het ingetrokken onderdeel 2 van het incidentele cassatieberoep behoeft niet te worden beslist. Ik concludeerde reeds dat de voorwaarde waaronder onderdeel 1 van het incidentele cassatieberoep is ingesteld, niet is vervuld. 2.2 Het slot van mijn conclusie van 18 februari 2022 dient daarom te worden aangepast.

De tekst onder 5 (‘Conclusie’) dient te worden geschrapt en te worden vervangen door de volgende tekst: “De conclusie strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.” De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G ECLI:NL:PHR:2022:163. Hof ’s-Hertogenbosch, 22 februari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:523.