Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2022:273 ECLI:NL:PHR:2022:273 AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:273 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2022:273
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De betrokkene is bij arrest van 1 februari 2021 door het hof 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingesteld beroep. Deze ontnemingszaak hangt samen met de strafzaak tegen de verdachte (21/00596). In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:273 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel faalt om de redenen genoemd in mijn conclusie in de samenhangende strafzaak en kan eveneens worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende overweging.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/00594 P Zitting 8 februari 2022 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, hierna: de betrokkene.

1. De betrokkene is bij arrest van 1 februari 2021 door het hof 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingesteld beroep.

2. Deze ontnemingszaak hangt samen met de strafzaak tegen de verdachte (21/00596). In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. Mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel bevat een motiveringsklacht over de afwijzing van het verzoek tot aanhouding dat de raadsvrouw ter terechtzitting heeft gedaan.

5. Het middel is gelijkluidend aan het middel dat is voorgesteld in de samenhangende strafzaak. Het heeft bovendien betrekking op hetzelfde aanhoudingsverzoek en dezelfde (motivering van de) afwijzende beslissing door het hof. In mijn conclusie in de samenhangende strafzaak heb ik uiteengezet waarom het in die zaak ingediende middel faalt wegens gebrek aan belang. In deze zaak volsta ik, gelet op de genoemde overeenkomsten tussen de middelen, met een verwijzing naar de inhoud van die conclusie. Voor de volledigheid merk ik op dat het beoordelingskader ten aanzien van aanhoudingsverzoeken, dat ik noem in overweging 8 van mijn conclusie in de samenhangende strafzaak, in gelijke zin geldt in ontnemingszaken zoals hier aan de orde.

6. Het middel faalt om de redenen genoemd in mijn conclusie in de samenhangende strafzaak en kan eveneens worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO ontleende overweging.

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG Het verzoek tot aanhouding is gedaan tijdens de gelijktijdige, doch niet gevoegde, behandeling van de (samenhangende) strafzaak en deze ontnemingszaak. Van de behandeling van die zaken zijn afzonderlijke processen-verbaal opgemaakt. Uit een vergelijking tussen de processen-verbaal blijkt echter dat het verzoek tot aanhouding en de (motivering van de) afwijzende beslissing in beide zaken identiek aan elkaar zijn. Vgl. HR 2 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:983, r.o. 2.3.2.