Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2022:261 ECLI:NL:PHR:2022:261 AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:261 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2022:261
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De verdachte is bij arrest van 20 januari 2021 door het gerechtshof Amsterdam wegens “overtreding van artikel 9, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis. Het cassatieberoep is op 28 januari 2021 ingesteld door het openbaar ministerie. De verdachte heeft op 11 februari 2021 op grond van art. 434, lid 2, Sv incidenteel beroep in cassatie ingesteld. Op 22 september 2021 heeft het openbaar ministerie het cassatieberoep ingetrokken. Namens de verdachte heeft mr. N.R. Janszen, advocaat te Haarlem, in het kader van het incidenteel cassatieberoep een middel van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:261 · Parket bij de Hoge Raad: Het cassatieberoep is op 28 januari 2021 ingesteld door het openbaar ministerie. De verdachte heeft op 11 februari 2021 op grond van art. 434, lid 2, Sv incidenteel beroep in cassatie ingesteld. Op 22 september 2021 heeft het openbaar ministerie het cassatieberoep ingetrokken. Namens de verdachte heeft mr. N.R. Janszen, advocaat te Haarlem, in het kader van het incidenteel cassatieberoep een middel van cassatie voorgesteld.

Cited Case Law

AI generated
NJ 1975/94
HR 17 december 1974, NJ 1975/94 en HR 10 maart 2009 ECLI:NL:HR:2009:BH5258).
ECLI:NL:HR:2009:BH5258
Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/00285 Zitting 1 februari 2022 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 20 januari 2021 door het gerechtshof Amsterdam wegens “overtreding van artikel 9, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis.

2. Het cassatieberoep is op 28 januari 2021 ingesteld door het openbaar ministerie. De verdachte heeft op 11 februari 2021 op grond van art. 434, lid 2, Sv incidenteel beroep in cassatie ingesteld. Op 22 september 2021 heeft het openbaar ministerie het cassatieberoep ingetrokken. Namens de verdachte heeft mr. N.R. Janszen, advocaat te Haarlem, in het kader van het incidenteel cassatieberoep een middel van cassatie voorgesteld.

3. De behandeling door de Hoge Raad van een incidenteel cassatieberoep is afhankelijk van de behandeling van het primaire, door het openbaar ministerie ingestelde cassatieberoep. Nu het openbaar ministerie het cassatieberoep heeft ingetrokken, kan het incidentele cassatieberoep niet meer behandeld worden. Daarom moet de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde incidenteel cassatieberoep (vgl. HR 17 december 1974, NJ 1975/94 en HR 10 maart 2009 ECLI:NL:HR:2009:BH5258).

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG