Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2022:1167 ECLI:NL:PHR:2022:1167 AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:1167 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2022:1167
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/01220 Zitting 13 december 2022 CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte De verdachte is bij arrest van 9 maart 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod’, veroordeeld tot 985 dagen gevangenisstraf, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Er bestaat samenhang met de zaken 21/01003 en 21/01728.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:1167 · Parket bij de Hoge Raad: Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte De verdachte is bij arrest van 9 maart 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod’, veroordeeld tot 985 dagen gevangenisstraf, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Er bestaat samenhang met de zaken 21/01003 en 21/01728.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 21/01220 Zitting 13 december 2022 CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte De verdachte is bij arrest van 9 maart 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod’, veroordeeld tot 985 dagen gevangenisstraf, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Er bestaat samenhang met de zaken 21/01003 en 21/01728.

In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 11 april 2022 betekend. De gerechtelijke brief is uitgereikt aan een medewerker van het parket van de Procureur-Generaal. Zij is op 22 en 29 maart 2022 (en naar ik begrijp op 5 april 2022) aangeboden aan het adres [a-straat 1], [postcode] [plaats], alwaar volgens de akte van uitreiking niemand aanwezig of bereid was om de brief aan te nemen. Uit de BRP-bevraging van 11 april 2022 blijkt dat dit adres sinds 25 november 2014 het BRP-adres van verdachte is.

Art. 437, tweede lid, Sv bepaalt dat de verdachte door of namens wie beroep in cassatie is ingesteld, op straffe van niet-ontvankelijkheid verplicht is binnen twee maanden nadat de in art. 435, eerste lid, Sv bedoelde aanzegging is betekend, bij de Hoge Raad door zijn raadsman een schriftuur houdende zijn middelen van cassatie te doen indienen. Nu dit voorschrift niet in acht is genomen kan de verdachte niet in het beroep worden ontvangen. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG