Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2022:1087 ECLI:NL:PHR:2022:1087 AI generated

ECLI:NL:PHR:2022:1087 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2022:1087
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/03547 Zitting 22 november 2022 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, hierna: de verdachte 1Het cassatieberoep 1.1. De verdachte is bij arrest van 21 oktober 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens: - “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van aan een ambtenaar een gift of belofte doen ten gevolge van hetgeen door deze in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten”; - “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd”; en - “medeplegen van valsheid in geschrift” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 30.000. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 lid 1 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2022:1087 · Parket bij de Hoge Raad: Er bestaat samenhang met de zaken 20/03700 en 20/03545. In die zaken zal ik vandaag ook concluderen. 1.3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 1 juni 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. 2Beoordeling 2.1. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 2.2.

Keywords

AI generated
art. 435 lid 1 Sv art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 lid 1 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 1 juni 2021 (in persoon) betekend.
art. 437 lid 2 Sv
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/03547 Zitting 22 november 2022 CONCLUSIE P.M. Frielink In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949, hierna: de verdachte 1Het cassatieberoep 1.1. De verdachte is bij arrest van 21 oktober 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, wegens: - “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van aan een ambtenaar een gift of belofte doen ten gevolge van hetgeen door deze in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten”; - “feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd”; en - “medeplegen van valsheid in geschrift” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 30.000. 1.2.

Er bestaat samenhang met de zaken 20/03700 en 20/03545. In die zaken zal ik vandaag ook concluderen. 1.3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is op 1 juni 2021 (in persoon) betekend. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. 2Beoordeling 2.1. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437 lid 2 Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in het beroep kan worden ontvangen. 2.2.

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG