Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2021:815 ECLI:NL:PHR:2021:815 AI generated

ECLI:NL:PHR:2021:815 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2021:815
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/04445 Zitting 15 juni 2021 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1. De verdachte is bij arrest van 16 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 435 lid 1 Sv, art. 437 Sv, art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2021:815 · Parket bij de Hoge Raad: Spronken In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1. De verdachte is bij arrest van 16 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. 1.2.

Keywords

AI generated
art. 435 lid 1 Sv art. 437 Sv art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 435 lid 1 Sv
De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 11 september 2020 in persoon uitgereikt aan de verdachte.
art. 437 Sv
De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 10 november 2020.
art. 437 lid 2 Sv
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/04445 Zitting 15 juni 2021 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, hierna: de verdachte. 1Inleiding 1.1. De verdachte is bij arrest van 16 september 2019 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. 1.2.

Er bestaat samenhang met de zaken 19/04267 ( [medeverdachte 1] ), 19/04263 ( [medeverdachte 6] ), 19/04368 ( [medeverdachte 2] ), 19/04296 ( [medeverdachte 4] ) en 19/04339 ( [medeverdachte 5] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 2Ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 11 september 2020 in persoon uitgereikt aan de verdachte. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 10 november 2020.

Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen. 2.2. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. 3Conclusie 3.1. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG