Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2021:797 ECLI:NL:PHR:2021:797 AI generated

ECLI:NL:PHR:2021:797 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2021:797
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/00277 P Zitting 8 juni 2021 CONCLUSIE F.W. Bleichrodt In de zaak [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, hierna: de betrokkene. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel bij uitspraak van 15 januari 2020 vastgesteld op € 25.014,00 en hem de verplichting opgelegd tot betaling van dat geldbedrag aan de Staat. De zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 20/00154 ( [medeverdachte 1] ), 20/00153 ( [medeverdachte 1] ) en 20/00272 ( [medeverdachte 3] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend. De aanzegging in cassatie is op 12 september 2020 in persoon aan de betrokkene uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.

Legislator headnote

AI generated

art. 511h Sv; ECLI:NL:PHR:2021:797 · Parket bij de Hoge Raad: Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, in samenhang met art. 511h Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

Keywords

AI generated
art. 511h Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 511h Sv
437, tweede lid, in samenhang met art. 511h Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/00277 P Zitting 8 juni 2021 CONCLUSIE F.W. Bleichrodt In de zaak [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, hierna: de betrokkene. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft het door de betrokkene verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel bij uitspraak van 15 januari 2020 vastgesteld op € 25.014,00 en hem de verplichting opgelegd tot betaling van dat geldbedrag aan de Staat. De zaak hangt samen met de zaken met zaaknummers 20/00154 ( [medeverdachte 1] ), 20/00153 ( [medeverdachte 1] ) en 20/00272 ( [medeverdachte 3] ). In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Namens de betrokkene is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend. De aanzegging in cassatie is op 12 september 2020 in persoon aan de betrokkene uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 36e, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, in samenhang met art. 511h Sv niet in acht genomen, zodat de betrokkene niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Uit een bevraging BRP van de betrokkene blijkt dat de betrokkene destijds op dat adres stond ingeschreven.