Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2021:66 ECLI:NL:PHR:2021:66 AI generated

ECLI:NL:PHR:2021:66 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2021:66
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/03889 H Zitting 2 februari 2021 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [aanvraagster] , zuster van de gewezen verdachte [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, overleden te [plaats] op 3 augustus 2000, hierna: de aanvraagster. 1Inleiding 1.1. Namens de aanvraagster heeft mr. P.B.A. Acda, advocaat te Roermond een aanvraag tot herziening ingediend van het tegen de gewezen verdachte uitgesproken vonnis van de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 29 december 1999, parketnummer 05.072607/99. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, art. 457 Sv; ECLI:NL:PHR:2021:66 · Parket bij de Hoge Raad: – 2. Waar in deze bepaling wordt gesproken van een veroordeling, is hieronder het ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in de artikelen 37 en 37a van het Wetboek van Strafrecht begrepen.” – - art. 465, eerste lid, Sv: – “De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk indien deze niet een onherroepelijke uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in artikel 457, tweede lid, betreft, dan wel niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 460 gesteld.” 2.5.

Keywords

AI generated
artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht art. 457 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht
“ Het hof zal daarom, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in de strafvordering verklaren.
art. 457 Sv
In dat kader zijn de volgende bepalingen relevant: – – art. 457 Sv: – “1.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 20/03889 H Zitting 2 februari 2021 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [aanvraagster] , zuster van de gewezen verdachte [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, overleden te [plaats] op 3 augustus 2000, hierna: de aanvraagster. 1Inleiding 1.1. Namens de aanvraagster heeft mr. P.B.A. Acda, advocaat te Roermond een aanvraag tot herziening ingediend van het tegen de gewezen verdachte uitgesproken vonnis van de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 29 december 1999, parketnummer 05.072607/99. 1.2.

Er bestaat samenhang met de zaken 20/00985 H, 20/01228 H, 20/01711 H, 20/01886 H, 20/03887 H, 20/03891 H en 20/03892 H. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. 2Ontvankelijkheid van de aanvraag 2.1. In de uitspraak waarvan herziening gevraagd is, heeft de rechtbank de gewezen verdachte wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal makkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van acht jaren, met aftrek van het voorarrest. 2.2.

Blijkens de stukken van het geding hebben zowel de gewezen verdachte als de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. De behandeling van de zaak in hoger beroep door het gerechtshof te Arnhem is aangevangen op de terechtzitting van 8 mei 2000. 2.3. Nadat de gewezen verdachte op 3 augustus 2000 was overleden, heeft het gerechtshof op 21 augustus 2000 arrest gewezen in zijn zaak. Dat arrest houdt het volgende in: “ “Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie “ De advocaat-generaal heeft aan het hof overgelegd een copie van een akte van overlijden, opgemaakt te Arnhem op 4 augustus 2000, waaruit blijkt dat verdachte op 3 augustus 2000 is overleden.

“ Het hof zal daarom, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht, de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in de strafvordering verklaren. “ BESLISSING “ Het hof: “ Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht: “ Verklaart de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in de strafvordering.” 2.4. Het voorgaande roept de vraag op of de herzieningsaanvraag ontvankelijk is. In dat kader zijn de volgende bepalingen relevant: – – art. 457 Sv: – “1. Op aanvraag van de procureur-generaal of van de gewezen verdachte te wiens aanzien een vonnis of arrest onherroepelijk is geworden, kan de Hoge Raad ten voordele van de gewezen verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling herzien:

– (…) – c. indien er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

– 2. Waar in deze bepaling wordt gesproken van een veroordeling, is hieronder het ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in de artikelen 37 en 37a van het Wetboek van Strafrecht begrepen.” – - art. 465, eerste lid, Sv: – “De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk indien deze niet een onherroepelijke uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in artikel 457, tweede lid, betreft, dan wel niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 460 gesteld.” 2.5.

Gelet op het voorgaande moet worden vastgesteld dat het vonnis waarvan de herziening wordt gevraagd door het gerechtshof is vernietigd, zodat het vonnis niet een onherroepelijke uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in art. 457, tweede lid, Sv betreft. Het arrest van het gerechtshof betreft evenmin een zodanige uitspraak, aangezien het geen veroordeling of ontslag van alle rechtsvervolging als bedoeld in art. 457, tweede lid, Sv inhoudt. De aanvraag kan daarom niet worden ontvangen. 3Conclusie 3.1.

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de herzieningsaanvraag. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG