Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2021:274 ECLI:NL:PHR:2021:274 AI generated

ECLI:NL:PHR:2021:274 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2021:274
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02284 Zitting 2 februari 2021 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, hierna: de verdachte. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 10 april 2018 op grond van het bepaalde in art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 21 oktober 2016. Er bestaat samenhang met de zaak 19/02283.

Legislator headnote

AI generated

art. 437 lid 2 Sv; ECLI:NL:PHR:2021:274 · Parket bij de Hoge Raad: Harteveld In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, hierna: de verdachte. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 10 april 2018 op grond van het bepaalde in art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 21 oktober 2016. Er bestaat samenhang met de zaak 19/02283.

Keywords

AI generated
art. 437 lid 2 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 437 lid 2 Sv
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02284 Zitting 2 februari 2021 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, hierna: de verdachte. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 10 april 2018 op grond van het bepaalde in art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een bij verstek gewezen vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 21 oktober 2016. Er bestaat samenhang met de zaak 19/02283.

In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. 5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG