Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2020:912 ECLI:NL:PHR:2020:912 AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:912 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2020:912
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/04474 Zitting 25 augustus 2020 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 25 september 2019 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de gegeven (deel)vrijspraken en voor 1. “opzetheling, meermalen gepleegd” en 2. “oplichting, meermalen gepleegd” veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op 82 respectievelijk 85 dagen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. J.S. Nan en S.A.H. Vromen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:912 · Parket bij de Hoge Raad: Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/04474 Zitting 25 augustus 2020 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 25 september 2019 door het gerechtshof Den Haag niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de gegeven (deel)vrijspraken en voor 1. “opzetheling, meermalen gepleegd” en 2. “oplichting, meermalen gepleegd” veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, waarbij de vervangende hechtenis is bepaald op 82 respectievelijk 85 dagen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. J.S. Nan en S.A.H. Vromen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, hebben een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

4. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.

5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG