ECLI:NL:PHR:2020:907 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedPROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/00879 Zitting 25 augustus 2020 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 14 februari 2019 door het gerechtshof Den Haag vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en voor subsidiair “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft”, veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2020:907 · Parket bij de Hoge Raad: Spronken In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 14 februari 2019 door het gerechtshof Den Haag vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en voor subsidiair “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft”, veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Cited Case Law
AI generatedFull text
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/00879 Zitting 25 augustus 2020 CONCLUSIE T.N.B.M. Spronken In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 14 februari 2019 door het gerechtshof Den Haag vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en voor subsidiair “mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft”, veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en daarbij de vervangende hechtenis bepaald op 173 dagen. Ten slotte is een beslissing genomen met betrekking tot een eerdere, voorwaardelijk opgelegde straf. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mrs. C.M.H. van Vliet en N.B. Genemans, beiden advocaat te 's-Gravenhage, hebben een middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad bepaalt dat gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG