Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2020:663 ECLI:NL:PHR:2020:663 AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:663 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2020:663
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van klager ex artikel 164 lid 8 Sv, strekkende tot teruggave van zijn ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden rijbewijs, ongegrond verklaard. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 164 lid 8 Sv; ECLI:NL:PHR:2020:663 · Parket bij de Hoge Raad: Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

Keywords

AI generated
artikel 164 lid 8 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 164 lid 8 Sv
De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van klager ex artikel 164 lid 8 Sv, strekkende tot teruggave van zijn ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden rijbewijs, ongegrond verklaard.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/01084 B Zitting 12 mei 2020 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, hierna: de klager.

1. De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van klager ex artikel 164 lid 8 Sv, strekkende tot teruggave van zijn ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden rijbewijs, ongegrond verklaard.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

3. De bestreden beschikking houdt, voor zover relevant, het volgende in: “Op 10 december 2018 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs uiterlijk - 6 (zes) maanden - tot 6 juni 2019 wordt ingehouden.” 4. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit namens mij bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt dat het rijbewijs op 5 juni 2019 aan klager is teruggegeven en dat aldus het beslag op grond van artikel 134 lid 2 onder a Sv is geëindigd, heeft klager geen belang bij het cassatieberoep.

5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8952, NJ 2012/208 m.nt. Schalken.