ECLI:NL:PHR:2020:634 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedPROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 14/00624 B Zitting 12 mei 2020 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [klager], geboren op [geboortedatum] 1978, hierna: de klager. De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag, strekkende tot opheffing van het beslag op de voorwerpen in beslag genomen ingevolge een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard. Er bestaat samenhang met de zaak 14/00625B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Namens de klager is geen schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) ingediend. Nu niet is voldaan aan de verplichting om binnen de in de wet bepaalde termijn een schriftuur met cassatiemiddelen bij de Hoge Raad in te dienen kan de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling nemen (art. 447 lid 5 Sv). 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedart. 447 lid 5 Sv; ECLI:NL:PHR:2020:634 · Parket bij de Hoge Raad: Harteveld In de zaak [klager], geboren op [geboortedatum] 1978, hierna: de klager. De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag, strekkende tot opheffing van het beslag op de voorwerpen in beslag genomen ingevolge een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard. Er bestaat samenhang met de zaak 14/00625B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Namens de klager is geen schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) ingediend. Nu niet is voldaan aan de verplichting om binnen de in de wet bepaalde termijn een schriftuur met cassatiemiddelen bij de Hoge Raad in te dienen kan de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling nemen (art. 447 lid 5 Sv). 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 14/00624 B Zitting 12 mei 2020 CONCLUSIE A.E. Harteveld In de zaak [klager], geboren op [geboortedatum] 1978, hierna: de klager. De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 31 december 2013 het beklag, strekkende tot opheffing van het beslag op de voorwerpen in beslag genomen ingevolge een rechtshulpverzoek van de Duitse autoriteiten, ongegrond verklaard. Er bestaat samenhang met de zaak 14/00625B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. Namens de klager is geen schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) ingediend. Nu niet is voldaan aan de verplichting om binnen de in de wet bepaalde termijn een schriftuur met cassatiemiddelen bij de Hoge Raad in te dienen kan de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling nemen (art. 447 lid 5 Sv). 4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG