Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2020:1268 ECLI:NL:PHR:2020:1268 AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:1268 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2020:1268
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02503 Zitting 15 december 2020 (bij vervroeging) CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 21 mei 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ en 2 subsidiair. ‘medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ veroordeeld tot 120 uren taakstraf subsidiair 60 dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:1268 · Parket bij de Hoge Raad: Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 21 mei 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ en 2 subsidiair. ‘medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ veroordeeld tot 120 uren taakstraf subsidiair 60 dagen hechtenis.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/02503 Zitting 15 december 2020 (bij vervroeging) CONCLUSIE B.F. Keulen In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 21 mei 2019 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ en 2 subsidiair. ‘medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’ veroordeeld tot 120 uren taakstraf subsidiair 60 dagen hechtenis.

Er bestaat samenhang met de zaken 19/02502, 19/02496, 19/02490, 19/02618, 19/02620, 19/02526, 19/02621 en 19/02501. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 30 april 2020 betekend in persoon. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur, houdende middelen van cassatie ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan zij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in haar cassatieberoep worden ontvangen.

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG