Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2020:1238 ECLI:NL:PHR:2020:1238 AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:1238 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2020:1238
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/05642 Zitting 17 november 2020 CONCLUSIE E.J. Hofstee In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 11 december 2019 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, wegens “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”.

Legislator headnote

AI generated

art. 36f Sr, art. 6:4:20 Sv; ECLI:NL:PHR:2020:1238 · Parket bij de Hoge Raad: Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft het de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in de uitspraak vermeld. Namens de verdachte hebben mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld.

Keywords

AI generated
art. 36f Sr art. 6:4:20 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 36f Sr
Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft het de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in de uitspraak vermeld.
art. 6:4:20 Sv

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/05642 Zitting 17 november 2020 CONCLUSIE E.J. Hofstee In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 11 december 2019 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, wegens “afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”.

Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en heeft het de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals in de uitspraak vermeld. Namens de verdachte hebben mrs. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld.

De Hoge Raad kan bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur wordt toegepast. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG