Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2020:1236 ECLI:NL:PHR:2020:1236 AI generated

ECLI:NL:PHR:2020:1236 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2020:1236
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/05259 Zitting 17 november 2020 CONCLUSIE E.J. Hofstee In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 7 november 2019 door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, wegens1. “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”,2., 4. en 6. “diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel”,3.

Legislator headnote

AI generated

art. 6:4:20 Sv; ECLI:NL:PHR:2020:1236 · Parket bij de Hoge Raad: “diefstal”,5. “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming”,8. “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen” en9. “handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”. De verdachte is van het onder 7 tenlastegelegde vrijgesproken. Voorts zijn twee in beslag genomen schoenen verbeurdverklaard. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft het schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoa ls in de uitspraak vermeld.

Keywords

AI generated
art. 6:4:20 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 6:4:20 Sv

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 19/05259 Zitting 17 november 2020 CONCLUSIE E.J. Hofstee In de zaak [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, hierna: de verdachte. De verdachte is bij arrest van 7 november 2019 door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, wegens1. “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”,2., 4. en 6. “diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel”,3.

“diefstal”,5. “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming”,8. “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen” en9. “handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”. De verdachte is van het onder 7 tenlastegelegde vrijgesproken. Voorts zijn twee in beslag genomen schoenen verbeurdverklaard. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en heeft het schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoa ls in de uitspraak vermeld.

Namens de verdachte heeft mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld. Het middel klaagt over de vervangende hechtenis die telkens aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen is verbonden. Het middel is, gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan telkens bepalen dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur wordt toegepast. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat telkens ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG