Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2019:659 ECLI:NL:PHR:2019:659 AI generated

ECLI:NL:PHR:2019:659 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2019:659
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 18/00388 E Zitting: 23 april 2019 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 22 december 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen”, veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2019:659 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 18/00388 E Zitting: 23 april 2019 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 22 december 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen”, veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 18/00388 E Zitting: 23 april 2019 Mr. A.E. Harteveld Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 22 december 2017 door het gerechtshof Den Haag wegens “overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen”, veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.

Het hof heeft bewezenverklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in art. 5 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen omschreven feit, welk feit, zoals blijkt uit art. 1a, onder 1o, jo. art. 2, lid 1, van de Wet op de economische delicten, een overtreding is. Het hof heeft ter zake van dat feit een geldboete opgelegd van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. Ingevolge art. 427, lid 2 onder b, Sv staat tegen de bestreden uitspraak beroep in cassatie niet open, zodat de verdachte in het ingestelde beroep niet kan worden ontvangen.

4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:507, rov. 1.7.