Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2019:360 ECLI:NL:PHR:2019:360 AI generated

ECLI:NL:PHR:2019:360 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2019:360
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 17/02887 Zitting: 19 februari 2019 Mr. B.F. Keulen Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 1 juni 2017 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. ‘poging tot zware mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ en 2. ‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr. Verder heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 Sr; ECLI:NL:PHR:2019:360 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 17/02887 Zitting: 19 februari 2019 Mr. B.F. Keulen Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 1 juni 2017 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. ‘poging tot zware mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ en 2. ‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr. Verder heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Keywords

AI generated
art. 27 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 27 Sr
‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 17/02887 Zitting: 19 februari 2019 Mr. B.F. Keulen Conclusie inzake: [verdachte] De verdachte is bij arrest van 1 juni 2017 door het Gerechtshof Den Haag wegens 1. ‘poging tot zware mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ en 2. ‘mishandeling, begaan tegen een kind dat zij verzorgt of opvoedt als behorend tot haar gezin, meermalen gepleegd’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek als omschreven in art. 27 Sr. Verder heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Er bestaat samenhang met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 17/02922). In die zaak zal ik vandaag ook concluderen. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 3 mei 2018 aan de verdachte betekend. Er is geen schriftuur houdende cassatiemiddelen ingediend. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in het cassatieberoep worden ontvangen.

Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG